Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de werkgroep verzekerbaarheid bedoeld in artikel 31bis of na advies van deze werkgroep gegeven op verzoek van de Minister van Sociale Zaken binnen de door hem vastgestelde termijn en na advies van het Verzekeringscomité, stelt de Koning een statuut chronische aandoening vast, waaraan Hij de rechten verbindt die Hij bepaalt. Voor het opstellen van dit statuut wordt inzonderheid rekening gehouden met een of meer van de volgende criteria:
1°een door de Koning vastgesteld minimumbedrag aan uitgaven voor geneeskundige verzorging van een rechthebbende, over een periode waarvan de duur door de Koning wordt vastgesteld;
2°het genot van de forfaitaire toelage bedoeld in artikel 37, § 16bis, 2°;
3°lijden aan een zeldzame aandoening of een weesziekte.
Op voorstel van de werkgroep verzekerbaarheid bedoeld in artikel 31bis en na advies van het Verzekeringscomité, stelt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden vast voor de ingang, het behoud en het intrekken van het statuut chronische aandoening, alsook de rechten die eraan verbonden zijn. Hij legt eveneens vast wat moet worden verstaan onder " uitgaven voor geneeskundige verzorging " bedoeld in het eerste lid, 1°, en onder " een zeldzame aandoening of een weesziekte ", voor de toepassing van het eerste lid, 3°.