Alle wetboeken › WER

Boek XIX - Schulden van de consument › TITEL 3 - De minnelijke schuldbemiddeling

HOOFDSTUK 2 - De minnelijke schuldbemiddelaar

XIX.20–XIX.24

Art. XIX.20

§ 1.De functie van minnelijke schuldbemiddelaar mag enkel uitgeoefend worden door:

1°de advocaten, de ministeriële ambtenaren of de gerechtelijke mandatarissen in de uitoefening van hun beroep of functie;

2°de openbare of de private instellingen die door de bevoegde autoriteiten zijn erkend om aan minnelijke schuldbemiddeling te doen.

De instellingen bedoeld in het eerste lid, 2°, maken gebruik van natuurlijke personen die voldoen aan de door de bevoegde autoriteiten gestelde voorwaarden.

Aangezien de instellingen bedoeld in het eerste lid, 2°, onderworpen zijn aan een opleidingsverplichting als onderdeel van de voorwaarden die door de bevoegde autoriteiten aan hun erkenning zijn verbonden, voldoen zij aan de specifieke opleidingsvoorwaarde bedoeld in paragraaf 2.

§ 2.De personen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, leveren het bewijs van een bijzondere opleiding in minnelijke schuldbemiddeling en leggen waarborgen voor bekwaamheid inzake overmatige schuldenlast voor.

De Koning stelt de voorwaarden vast waaraan de opleiding en de vereiste bekwaamheid moeten voldoen.

Art. XIX.21

Hoewel hij tussenkomt op verzoek van de schuldenaar, is de minnelijke schuldbemiddelaar een bemiddelaar tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers.

Hij vervult zijn rol met gepaste zorgvuldigheid.

Art. XIX.22

Voor de aanvang of voortzetting van de minnelijke schuldbemiddeling, maakt de minnelijke schuldbemiddelaar elk belangenconflict ten aanzien van de schuldenaar bekend.

De minnelijke schuldbemiddelaar mag de minnelijke schuldbemiddeling enkel aanvaarden of voortzetten indien hij en de schuldenaar uitdrukkelijk verklaren dat het belangenconflict zijn onafhankelijkheid niet in het gedrang brengt.

Deze verplichting blijft geldig gedurende het volledige traject van de minnelijke schuldbemiddeling.

Art. XIX.23

De minnelijke schuldbemiddelaar is gebonden door het beroepsgeheim.

Hij mag de informatie die hij ontvangt in het kader van de uitoefening van zijn functie niet delen met derden.

Hij deelt met de schuldeisers alleen de informatie die strikt noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie, en mits voorafgaande toestemming van de schuldenaar.

Art. XIX.24

De minnelijke schuldbemiddelaar kan, met voorafgaande toestemming van de schuldenaar, via elk communicatiemiddel contact opnemen met alle personen en instellingen om informatie te verzamelen over de schulden van de schuldenaar, die nodig is voor het opstellen van het verzoek tot minnelijke schuldbemiddeling en de opvolging ervan.