Alle wetboeken › WER

BOEK III Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen. › Titel 2 Kruispuntbank van Ondernemingen en erkende ondernemingsloketten.

Hoofdstuk 2 Inschrijvingsplichtige ondernemingen.

III.49–III.57

Art. III.49

§ 1.Vooraleer haar activiteiten te starten, is elke onderneming gehouden zich bij een ondernemingsloket naar keuze in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen in de hoedanigheid van inschrijvingsplichtige onderneming. Deze inschrijving moet uitgevoerd worden voor zover de activiteiten worden uitgeoefend in of vanuit een vestigingseenheid.

§ 2.In afwijking van paragraaf 1, zijn niet verplicht zich in te schrijven in de hoedanigheid van inschrijvingsplichtige ondernemingen:

1°...

2°de natuurlijke personen die enkel in de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven zijn met als enige hoedanigheid deze van werkgever van huispersoneel;

3°de beroepsverenigingen;

4°de inrichtende machten van het gesubsidieerde onderwijs;

5°publiekrechtelijke rechtspersonen, die niet de vorm van een vennootschap of een andere rechtspersoon naar privaat recht hebben aangenomen;

6°de natuurlijke persoon waarvan de zelfstandige beroepsactiviteit bestaat uit het uitoefenen van één of meerdere bestuursmandaten;

7°de verenigingen van mede-eigenaars;

8°de representatieve werknemersorganisaties;

9°natuurlijke personen die in België een activiteit uitoefenen die inkomsten als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1° bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 genereren, voor de activiteit verbonden met die inkomsten, zolang die inkomsten niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 37bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;

10°andere ondernemingen bepaald door de Koning.

§ 3.De inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen met de hoedanigheid van inschrijvingsplichtige onderneming vormt, behoudens tegenbewijs, een vermoeden van de hoedanigheid van onderneming.

Art. III.50

§ 1.De Koning stelt het bedrag vast van het inschrijvingsrecht voor de Kruispuntbank van Ondernemingen als inschrijvingsplichtige onderneming.

Hij kan hierbij een onderscheid maken op basis van de juridische aard van de onderneming.

De aldus vastgestelde bedragen kunnen op 1 januari worden aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen indien het geïndexeerde bedrag minstens 0,5 euro hoger is dan het van toepassing zijnde bedrag. Het bedrag van de verhoging wordt naar beneden toe afgerond op een veelvoud van 0,5 euro.

§ 2.In afwijking van paragraaf 1 zijn de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, bepaald in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, vrijgesteld van het betalen van het inschrijvingsrecht voor de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Art. III.51

§ 1.Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 2, moeten de inschrijvingsplichtige ondernemingen die voornemens zijn een andere activiteit uit te oefenen dan deze waarvoor zij werden ingeschreven, vooraf om een wijziging van hun inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen verzoeken. Deze verplichting geldt op dezelfde wijze voor de inschrijvingsplichtige ondernemingen die voornemens zijn in België een nieuwe vestigingseenheid op te richten. Evenwel zijn de inschrijvingsplichtige ondernemingen niet verplicht een wijziging van hun inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen te vragen, wanneer ze tijdelijk hun activiteiten op een andere manier wensen uit te oefenen tijdens de periode waarin de beperkende maatregelen gelden bedoeld in:

-de artikelen 1 tot en met 3 van het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;

-de artikelen 1 en 2 van het ministerieel besluit van 18 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;

-artikel 1 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.

Wanneer de uitoefening van een nieuwe activiteit voortvloeit uit een overdracht van de bedrijvigheid van een inschrijvingsplichtige onderneming, om niet of onder bezwarende titel, onder levenden of ingevolge overlijden, dan moeten deze ondernemingen, in afwijking van paragraaf 1, binnen een termijn van één maand na de overdracht of de aanvaarding van de nalatenschap tot wijziging overgaan.

§ 2.Binnen een termijn van één maand vanaf de verandering in hun toestand moeten de inschrijvingsplichtige ondernemingen verzoeken om een wijziging van hun inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen indien één van de vermeldingen van de inschrijving, door de Koning bepaald overeenkomstig artikel III.53, niet meer overeenstemt met de werkelijke toestand.

Art. III.52

In geval van beëindiging van de activiteiten of sluiting van één van de vestigingseenheden, moet de inschrijvingsplichtige onderneming of haar rechtsopvolgers, binnen één maand na de beëindiging van de activiteiten, om de doorhaling van de inschrijving verzoeken.

Wanneer de in het eerste lid vermelde beëindiging voortvloeit uit een overdracht van de bedrijvigheid van een inschrijvingsplichtige onderneming, om niet of onder bezwarende titel, onder levenden of ingevolge overlijden, dan moet de doorhaling gebeuren binnen een termijn van één maand na de overdracht of de aanvaarding van de nalatenschap.

Art. III.53

Het verzoek tot inschrijving, wijziging of doorhaling moet gebeuren door de inschrijvingsplichtige onderneming, dit wil zeggen door de inschrijvingsplichtige natuurlijke personen respectievelijk de daartoe bevoegde vertegenwoordigers van de inschrijvingsplichtige onderneming.

Het verzoek geschiedt op de door de Koning vastgestelde wijze.

De Koning bepaalt de vermeldingen die het verzoek tot inschrijving, wijziging of doorhaling moet bevatten.

Art. III.54

De ondernemingsloketten moeten onverwijld de inschrijving, wijziging of doorhaling doen, die hun worden gevraagd.

Art. III.55

De ondernemingsloketten dienen elk verzoek tot inschrijving, wijziging of doorhaling te weigeren en de redenen voor die weigering te rechtvaardigen:

1°indien zij vaststellen dat het verzoek afkomstig is van iemand die daartoe niet verplicht of bevoegd is;

2°bij verzuim van één van de stukken of vermeldingen die het verzoek dient te bevatten overeenkomstig artikel III.53 en de uitvoeringsbesluiten ervan;

3°indien niet voldaan is aan de door deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten, of krachtens andere wetten, opgelegde voorafgaandelijke inschrijvingsvoorwaarden, waarvan de controle is toevertrouwd aan deze loketten.

Art. III.56

De weigering van de inschrijving, wijziging of doorhaling in de Kruispuntbank van Ondernemingen wordt geacht definitief te zijn, tenzij de aanvrager een nieuwe aanvraag indient die wel voldoet aan de gestelde voorwaarden, of een beroep indient tegen de beslissing van het ondernemingsloket bij de Vestigingsraad binnen de 30 werkdagen volgend op de datum van weigering van inschrijving.

Art. III.57

Een ondernemingsloket verstrekt inschrijvingsplichtige onderneming, op de wijze door de Koning bepaald, op haar verzoek een volledig uittreksel van de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen met vermelding van de datum van afgifte van het uittreksel.

Het eerste uittreksel betreffende een inschrijving, een wijziging of een doorhaling wordt aan inschrijvingsplichtige onderneming gratis verstrekt.