Alle wetboeken › WER

Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 1 - Uitvindingsoctrooien

HOOFDSTUK 5 - Europese octrooien

XI.82–XI.90/2

Art. XI.82

§ 1.De octrooiaanvraag, verricht volgens de bepalingen van het Europees Octrooiverdrag, wordt ingediend bij het Europees Octrooibureau.

§ 2.In afwijking van paragraaf 1 wordt de octrooiaanvraag, verricht volgens de bepalingen van het Europees Octrooiverdrag, door personen die de Belgische nationaliteit bezitten of hun woonplaats of hun zetel in België hebben en die de verdediging van het grondgebied of de veiligheid van de Staat kan aanbelangen, bij de Dienst ingediend. De bepalingen van de wet van 10 januari 1955 zijn hierop van toepassing.

§ 3.De Europese octrooiaanvraag verleent niet de in het artikel 64 van het Europees Octrooiverdrag bedoelde bescherming. Een redelijke vergoeding, vastgesteld volgens de omstandigheden, kan echter geëist worden van elke persoon die de uitvinding waarop de aanvraag betrekking heeft in België heeft geëxploiteerd vanaf de dag waarop de conclusies voor het publiek toegankelijk zijn gemaakt bij de Dienst of aan deze persoon zijn verstrekt in één van de officiële nationale talen.

Art. XI.83

§ 1.Het Europees octrooi zonder eenheidswerking, zoals verleend naar aanleiding van een aanvraag waarin België wordt aangewezen, of zoals in stand gehouden in gewijzigde of beperkte vorm door het Europees Octrooibureau, verleent aan de houder ervan, onafhankelijk van de officiële taal van het Europees Octrooibureau waarin het octrooi wordt verleend, en in voorkomend geval in stand gehouden, dezelfde rechten als die welke een Belgisch octrooi hem zou verlenen, te rekenen vanaf de datum waarop de vermelding van de verlening van het octrooi in het Europees Octrooiblad gepubliceerd wordt, of, in voorkomend geval, van de beslissing aangaande het behoud van het octrooi in de gewijzigde of beperkte vorm.

§ 2.De Dienst voor de Intellectuele Eigendom houdt een register van alle Europese octrooien zonder eenheidswerking bedoeld in paragraaf 1 die gevolgen hebben op het nationaal grondgebied. De Dienst stelt de tekst van het octrooi in de officiële taal van het Europees Octrooibureau waarin het octrooi werd verleend en, in voorkomend geval, in stand gehouden ter beschikking van het publiek.

§ 3.De Dienst voor de Intellectuele Eigendom ontvangt de nationale taksen voor de instandhouding van het Europees octrooi zonder eenheidswerking voor de jaren die volgen op het jaar waarin de publicatie heeft plaatsgehad van de vermelding van de verlening van het octrooi.

§ 4.De bepalingen van de Overeenkomst betreffende het eengemaakt octrooirecht zijn van toepassing op de Europese octrooien zonder eenheidswerking die op het Belgische grondgebied als een nationaal octrooi van kracht zijn geworden, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 83 (1) tot (3) en (5) van deze Overeenkomst.

§ 5.Wanneer de eenheidswerking van een Europees octrooi is geregistreerd krachtens de Verordening (EU) 1257/2012, wordt dit Europees octrooi geacht niet als een nationaal octrooi van kracht te zijn geworden op de datum van de publicatie van de vermelding van de verlening in het Europees Octrooiblad.

Art. XI.83/1

§ 1.Als het verzoek om eenheidswerking van een Europees octrooi als bedoeld in artikel 9, § 1, g), van Verordening 1257/2012 werd verworpen en de betalingstermijn van de eerste jaartaks verschuldigd na de publicatie van de vermelding van de verlening van het Europese octrooi waarin België wordt aangewezen, berekend volgens artikel XI.48, verstreken is, dan beschikt de houder van het octrooi over een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de weigering van het verzoek om eenheidswerking, desgevallend door het Europees Octrooibureau of door het Eengemaakt octrooigerecht, om via verzoekschrift de heropening van de betalingstermijn te vragen voor de jaartaksen verschuldigd bij toepassing van artikel XI.48 sinds de publicatie van de vermelding van de verlening van het Europese octrooi in het Europese Octrooiblad.

In het verzoekschrift wordt aangegeven:

1°dat het verzoek om eenheidswerking bedoeld in het eerste lid werd ingediend binnen de termijn voorzien in regel 6(1) van de uitvoeringsverordening betreffende de Verordening (EU) nr. 1257/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming en betreffende de Verordening (EU) nr. 1260/2012 van de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming met betrekking tot de toepasselijke vertaalregelingen, en niet werd ingetrokken door de Europese octrooihouder;

2°dat dit verzoek om eenheidswerking werd geweigerd;

3°dat een heropening van de betalingstermijn van de verschuldigde jaartaks(en) wordt gevraagd.

De Koning kan de verwijzing naar de in 1° bedoelde verordening wijzigen.

Ter staving van zijn verzoek tot heropening van de betalingstermijn, deelt de houder van het octrooi aan de Dienst een kopie mee van de beslissing van weigering bedoeld in het tweede lid.

Indien het verzoek tot heropening van de betalingstermijn niet beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in deze paragraaf, geeft de Dienst de verzoeker daarvan kennis, en stelt hem daarbij in de gelegenheid zijn verzoek te regulariseren binnen twee maanden vanaf de kennisgeving door de Dienst. Bij het verstrijken van die termijn wordt het niet-geregulariseerde verzoek geacht te zijn ingetrokken. De Koning kan de termijn bedoeld in dit lid aanpassen zonder dat deze langer mag zijn dan twee maanden.

De verzoeker kan zijn verzoek tot heropening van de betalingstermijn intrekken, zolang de Dienst hierover nog geen uitspraak heeft gedaan.

§ 2.Indien de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1 vervuld zijn, kent de Dienst de heropening toe van de betalingstermijn van de jaartaksen die op grond van artikel XI.48 vervallen zouden zijn sinds de publicatie van de vermelding van de verlening van het Europese octrooi in het Europese Octrooiblad, en tot de datum van beslissing van de Dienst, bedoeld in dit lid.

Wanneer gevolg wordt gegeven aan het verzoek bedoeld in paragraaf 1, geeft de Dienst aan de verzoeker kennis van de heropening van de betalingstermijn van de jaartaksen bedoeld in het voorgaande lid. De verzoeker beschikt over vier maanden, te rekenen vanaf de datum van de beslissing van de Dienst, om de verschuldigde jaartaks(en) te betalen.

§ 3.Wanneer gevolg wordt gegeven aan het verzoek tot heropening van de betalingstermijn en de verschuldigde jaartaksen sinds de publicatie van de vermelding van de verlening van het Europese octrooi in het Europese Octrooiblad betaald worden binnen de in paragraaf 2 bepaalde termijn van vier maanden, worden de juridische gevolgen van het niet betalen van de eerste in België verschuldigde jaartaks overeenkomstig artikel XI.48, geacht zich niet te hebben voorgedaan.

De beslissing tot heropening van de betalingstermijnen wordt in het register ingeschreven.

§ 4.Degene die, tussen het moment waarop de rechten vervallen, zoals bepaald in artikel XI.48, § 2, en dat waarop het herstel van deze rechten uitwerking heeft overeenkomstig paragraaf 2, in België te goeder trouw gebruik heeft gemaakt van de uitvinding die het voorwerp uitmaakt van het octrooi of daartoe de nodige maatregelen heeft getroffen, mag deze uitvinding blijven gebruiken tot nut van zijn eigen onderneming. Het recht erkend door deze paragraaf mag slechts overgedragen worden met de onderneming waaraan het verbonden is.

Art. XI.84

De bepalingen van de artikelen XI.82 en XI.83 doen geen afbreuk aan het recht van de nationale rechtbanken om een volledige vertaling te eisen van de aanvraag of van het verleend octrooi in de taal van de gerechtelijke procedure.

Art. XI.85

De Dienst stelt taaltechnologische diensten die de automatische vertaling van octrooi-informatie mogelijk maken, ter beschikking via een door de Koning aangeduide website waar de Europese octrooiaanvragen en de verleende Europese octrooien onder gelijke voorwaarden kunnen worden geraadpleegd in alle nationale talen.

De Koning kan de nadere regels en de voorwaarden van terbeschikkingstelling van de bedoelde taaltechnologische diensten verder uitwerken.

Art. XI.86

§ 1.Voor zover een Belgisch octrooi betrekking heeft op een uitvinding waarvoor een Europees octrooi is verleend aan dezelfde uitvinder of aan zijn rechtverkrijgende met dezelfde aanvraagdatum of, indien voorrang is ingeroepen, met dezelfde voorrangsdatum, heeft het Belgisch octrooi voor zover het dezelfde uitvinding als het Europees octrooi beschermt geen rechtsgevolgen meer vanaf hetzij de datum waarop de voor het instellen van oppositie tegen het Europees octrooi vastgestelde termijn is verstreken zonder dat oppositie is ingesteld hetzij de datum waarop de oppositieprocedure is afgesloten waarbij het Europees octrooi is in stand gehouden.

Het beëindigen of de nietigverklaring van het Europees octrooi op een later tijdstip laat de bepalingen van dit artikel onverlet.

§ 2.De ondernemingsrechtbank van Brussel stelt vast dat het Belgisch octrooi opgehouden heeft geheel of gedeeltelijk rechtsgevolgen te hebben in de voorwaarden bepaald in paragraaf 1.

§ 3.Wanneer het arrest of het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan dan wordt de vaststelling ingeschreven in het register en ter kennis van het publiek gebracht.

Art. XI.87

De houder van een Europese octrooiaanvraag kan vragen in de gevallen bedoeld in artikel 135, § 1, onder a, van het Europees Octrooiverdrag de nationale verleningsprocedure voor een Belgisch uitvindingsoctrooi te beginnen. Deze aanvraag zal afgewezen worden indien er niet binnen een termijn van drie maanden na ontvangst door de Dienst, van de aanvraag tot omzetting aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)de betaling van de nationale indieningstaks;

b)de indiening van de tekst van de aanvraag in één van de nationale talen indien de Europese octrooiaanvraag niet gesteld is in één van deze talen.

Het verslag van nieuwheidsonderzoek kan, indien het is opgesteld door het Europees Octrooibureau gebruikt worden in de verleningsprocedure.

Art. XI.88

De Koning wijst de nationale autoriteiten aan tot wie het Europees bureau zich kan wenden voor administratieve en gerechtelijke samenwerking in toepassing van artikel 131 van het Europees Octrooiverdrag.

Art. XI.89

Het verzoek om een technisch advies bedoeld in artikel 25 van het Europees Octrooiverdrag mag rechtstreeks aan het Europees Octrooibureau gestuurd worden.

Art. XI.90

De Koning neemt de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van de bepalingen die voortvloeien uit Verordening 1257/2012 van 17 december 2012 van het Europees Parlement en de Raad tot het uitvoering geven aan een nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming, Verordening 1260/2012 van 17 december 2012 van de Raad tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming met betrekking tot de toepasselijke vertaalregelingen, en uit de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht ondertekend op 19 februari 2013. Deze maatregelen betreffen eveneens de uitvoering van de beslissingen genomen door de Beperkte Commissie opgericht overeenkomstig artikel 9 van de voornoemde Verordening 1257/2012.

Art. XI.90/1

§ 1.Wanneer een persoon ingeschreven op de lijst van erkende gemachtigden bedoeld in artikel 134 van het Europees Octrooiverdrag in de hoedanigheid van Europees octrooigemachtigde wordt geraadpleegd, mag niemand de voor dat doel uitgewisselde of tot uitwisseling bestemde communicatie tussen deze Europese octrooigemachtigde en zijn cliënt openbaren of gedwongen worden deze te openbaren, in het kader van gerechtelijke of administratieve procedures, tenzij de cliënt uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van dit recht.

Het eerste lid is uitsluitend van toepassing op de personen ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 134 van het Europees Octrooiverdrag, onder voorbehoud van de bepalingen van internationale verdragen.

§ 2.De communicatie bedoeld in paragraaf 1 betreft onder meer alle communicatie aangaande:

1°de beoordeling van de octrooieerbaarheid van een uitvinding of van de opportuniteit tot het indienen van een octrooiaanvraag;

2°de voorbereiding van een Europese octrooiaanvraag, dan wel een internationale aanvraag waarin België wordt aangeduid, of de daaraan verbonden procedure;

3°elk advies betreffende de geldigheid van, de beschermingsomvang van, of de inbreuk op een Europees octrooi of een Europese octrooiaanvraag.

§ 3.Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing op de Europese octrooigemachtigden bedoeld in paragraaf 1 en op hun aangestelden.

Overtredingen op het verbod bedoeld in paragraaf 1 door deze personen begaan, worden gestraft met de sanctie voorzien in artikel 458 van het Strafwetboek.

Art. XI.90/2

Tenzij er specifieke bepalingen gelden, zijn de bepalingen die gelden voor de Belgische octrooien eveneens van toepassing op de Europese octrooien zonder eenheidswerking met rechtsgevolgen in België.