Alle wetboeken › WER

BOEK III Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen. › Titel 2 Kruispuntbank van Ondernemingen en erkende ondernemingsloketten. › Hoofdstuk 1 Kruispuntbank van Ondernemingen.

Afdeling 3 Toekenning en gebruik van het ondernemings- en vestigingseenheidsnummer.

III.22–III.28

Art. III.22

Het ondernemingsnummer en het vestigingseenheidsnummer toegekend op het ogenblik van de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen worden onmiddellijk na de toekenning medegedeeld aan de geregistreerde entiteit door de krachtens artikel III.19, eerste lid, aangewezen overheden, administraties en diensten.

De Koning bepaalt de toekenningregels, de wijze van afleveren en de samenstelling van het ondernemings- en vestigingseenheidsnummer.

Art. III.23

Het gebruik van het ondernemingsnummer is verplicht in de betrekkingen die de geregistreerde entiteiten hebben met de administratieve en rechterlijke overheden, evenals in de betrekkingen die deze laatste onderling hebben.

De krachtens artikel III.19, eerste lid, aangewezen overheden, administraties en diensten nemen, teneinde de unieke gegevensinzameling mogelijk te maken, de nodige maatregelen opdat het ondernemings- en vestigingseenheidsnummer een sleutel vormt die toegang geeft tot zowel de gegevens die opgenomen zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen, als tot de gegevens die zijn opgenomen in de door hen beheerde repertoria en geautomatiseerde bestanden, onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen die de toegang tot deze gegevens regelen.

Art. III.24

<Opgeheven bij W 2018-04-15/14, art. 57, 059; Inwerkingtreding: 01-11-2018>

Art. III.25

Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven, orders en andere stukken uitgaande van inschrijvingsplichtige ondernemingen dienen steeds het ondernemingsnummer te vermelden.

Deze documenten moeten eveneens de domiciliëring en het nummer vermelden van ten minste één betaalrekening waarvan de inschrijvingsplichtige onderneming houdster is bij een kredietinstelling gevestigd in de Europese Economische Ruimte en waarop de Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG van toepassing is.

De voor de uitoefening van de economische activiteit van de inschrijvingsplichtige onderneming gebruikte... marktkramen, evenals de vervoermiddelen, die hoofdzakelijk worden gebruikt in het kader van de uitoefening van ambulante activiteiten, of, in het geval van werkgevers, in het kader van een activiteit van burgerlijke of utiliteitsbouw of een activiteit van reinigen van het interieur van gebouwen, dragen op zichtbare wijze het ondernemingsnummer.

De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de in het kader van het derde lid vermelde activiteiten waarvoor de gebruikte vervoermiddelen op zichtbare wijze het ondernemingsnummer dragen, wijzigen.

Art. III.26

§ 1.Elk op verzoek van een inschrijvingsplichtige onderneming betekend deurwaardersexploot vermeldt steeds het ondernemingsnummer.

Bij gebreke aan vermelding van het ondernemingsnummer op het deurwaardersexploot, verleent de rechtbank uitstel aan de inschrijvingsplichtige onderneming om haar inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen te bewijzen of om zich in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Indien de inschrijvingsplichtige onderneming haar inschrijving in deze hoedanigheid in de Kruispuntbank van Ondernemingen op de datum van het inleiden van haar vordering niet bewijst of niet is ingeschreven binnen de door de rechtbank gestelde termijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen, verklaart de rechtbank van ambtswege de vordering van de inschrijvingsplichtige onderneming onontvankelijk.

§ 2....

Art. III.27

De akten van rechtspleging, die krachtens artikel III.26 onontvankelijk worden verklaard, stuiten de verjaring, alsmede de op straffe van nietigheid bepaalde rechtsplegingtermijnen.

Art. III.28

De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de verplichtingen bedoeld in de artikelen III.25 en III.26, uitbreiden tot andere categorieën van geregistreerde entiteiten die in de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn opgenomen.