Alle wetboeken › WER

BOEK VIII - Kwaliteit van producten en diensten

Titel 3 - Meeteenheden, de meetstandaarden en de meetinstrumenten

VIII.33–VIII.56

Art. VIII.33

Het wettelijk meeteenhedenstelsel omvat de eenheden van het internationaal stelsel alsmede andere meeteenheden die, zonder deel uit te maken van dit stelsel, gewoonlijk gebruikt worden.

Art. VIII.34

Het internationaal meeteenhedenstelsel (SI) omvat:

1°de grondeenheden;

2°de afgeleide eenheden;

3°de veelvouden en delen van de grondeenheden.

Art. VIII.35

§ 1.De in artikel VIII.34, 1°, bedoelde grondeenheden, de grootheden waarop zij betrekking hebben en de symbolen waardoor zij worden aangeduid, zijn:

Grootheid Eenheid Quantité Unité Naam Symbool Nom Symbole Tijd seconde s Temps seconde s Lengte meter m Longueur mètre m Massa kilogram kg Masse kilogramme kg Elektrische stroom ampère A Courant électrique ampère A Thermodynamische temperatuur kelvin K Température thermodynamique kelvin K Hoeveelheid stof mol mol Quantité de matière mole mol Lichtsterkte candela cd Intensité lumineuse candela cd

Definities van de SI-grondeenheden:

1°Eenheid van tijd

De seconde (symbool s) is de SI-eenheid van tijd. Deze is gedefinieerd door aan te nemen dat de vaste numerieke waarde van de cesiumfrequentie gDvCs, de ongestoorde hyperfijne overgangsfrequentie van het atoom cesium 133 in grondtoestand, uitgedrukt in de eenheid Hz, welke gelijk is aan sm-, 9 192 631 770 bedraagt.

2°Eenheid van lengte

De meter (symbool m) is de SI-eenheid van lengte. Deze is gedefinieerd door aan te nemen dat de vaste numerieke waarde van de snelheid van het licht in vacuüm (c) uitgedrukt in m sm- 299 792 458 bedraagt, waarbij de seconde is gedefinieerd in termen van gDvCs.

3°Eenheid van massa

De kilogram (symbool kg) is de SI-eenheid van massa. Deze is gedefinieerd door aan te nemen dat de vaste numerieke waarde van de constante van Planck (h) uitgedrukt in de eenheid J s 6,626 070 15 x 10m- bedraagt, waarbij J s gelijk is aan kg m sm- en de meter en de seconde zijn gedefinieerd in termen van c en gDvCs.

4°Eenheid van elektrische stroom

De ampère (symbool A) is de SI-eenheid van elektrische stroom. Deze is gedefinieerd door aan te nemen dat de vaste numerieke waarde van de elementaire lading (e) uitgedrukt in de eenheid C 1,602 176 634 x 10m- bedraagt, waarbij C gelijk is aan A s en de seconde is gedefinieerd in termen van gDvCs.

5°Eenheid van thermodynamische temperatuur

De kelvin (symbool K) is de SIm-eenheid van thermodynamische temperatuur. Deze is gedefinieerd door aan te nemen dat de vaste numerieke waarde van de constante van Boltzmann (k) uitgedrukt in de eenheid J Km- 1,380 649 x 10m- bedraagt, waarbij J Km- gelijk is aan kg m sm- Km- en de kilogram, meter en seconde zijn gedefinieerd in termen van h, c en gDvCs.

6°Eenheid van hoeveelheid stof

De mol (symbool mol) is de SI-eenheid van hoeveelheid stof. Eén mol bevat exact 6,022 140 76 x 10 elementaire entiteiten. Dit getal is uitgedrukt in de eenheid molm- de vaste numerieke waarde van de constante van Avogadro NA en wordt het getal van Avogadro genoemd.

De hoeveelheid stof (symbool n) van een systeem is een maat voor het aantal gespecificeerde elementaire entiteiten. Een elementaire entiteit kan een atoom, een molecuul, een ion, een elektron of elk ander deeltje of elke andere gespecificeerde groep van deeltjes zijn.

7°Eenheid van lichtsterkte

De candela (symbool cd) is de SI-eenheid van lichtsterkte in een gegeven richting. Deze is gedefinieerd door aan te nemen dat de vaste numerieke waarde van het lichtrendement van de monochromatische straling van de frequentie 540 x 10 Hz (Kcd) uitgedrukt in de eenheid lm Wm- 683 bedraagt, waarbij lm Wm- gelijk is aan cd sr Wm- of cd sr kgm- mm- s en de kilogram, meter en seconde zijn gedefinieerd in termen van h, c en gDvCs

Art. VIII.36

De Koning kan in het wettelijk stelsel eenheden opnemen die, zonder deel uit te maken van het internationaal stelsel, gewoonlijk gebruikt worden. Hij kan het gebruik ervan beperken tot de gevallen die Hij omschrijft.

Art. VIII.37

De Koning stelt de tabel vast die, door hun benaming, hun definitie en hun symbool, de wettelijke eenheden bepaalt alsmede de regels tot vorming van de veelvouden en delen.

Art. VIII.38

De Koning kan de bepalingen van de artikelen VIII. 34 en VIII.35 wijzigen, om ze in overeenstemming te brengen met de wijzigingen die de Algemene Conferentie voor Maten en Gewichten zou aanbrengen aan het internationaal meeteenhedenstelsel.

Art. VIII.39

§ 1.De wettelijke meeteenheden moeten gebruikt worden in de authentieke akten, in de akten uitgaande van de openbare machten, in de onderhandse akten, alsmede in de geschriften opgemaakt in de uitoefening van een beroep, een bedrijf of een handel.

§ 2.Het is verboden andere dan de wettelijke meeteenheden te gebruiken voor het uitdrukken van de hoeveelheid van goederen of van de hoegrootheid van diensten:

1°bij de handelsverrichtingen of bij het leveren van goederen wanneer deze leveringen gewoonlijk gebeuren;

2°bij de bepaling van de vergoeding of van de prijs van diensten;

3°in facturen, aanplakbiljetten, aankondigingen en reclames;

4°op goederen die te koop worden aangeboden of worden verkocht, op de verpakking van deze goederen of op het recipiënt dat ze bevat.

§ 3.De Koning kan de bepaling van paragraaf 2 uitbreiden tot de uitdrukking van andere specificaties dan die welke de hoeveelheid van enig goed of de hoegrootheid van een dienst bepalen.

§ 4.De bepalingen voorzien door of genomen krachtens paragrafen 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op geschriften:

1°gebruikt in de betrekkingen met andere landen;

2°betreffende de goederen die zich buiten het Koninkrijk bevinden.

Art. VIII.40

De Koning bepaalt de maatregelen nodig tot de vaststelling, de bewaring en de reproductie van de nationale standaarden van de wettelijke eenheden die kunnen belichaamd worden.

De nationale standaarden worden vergeleken en, zo nodig, aangepast aan de internationale standaarden die bewaard worden overeenkomstig de bepalingen van de Conventie voor het verzekeren van de internationale eenmaking en vervolmaking van het metriek stelsel getekend te Parijs op 20 mei 1875, goedgekeurd door de wet van 29 december 1875 en gewijzigd door de Conventie getekend te Sèvres op 6 oktober 1921.

Art. VIII.41

De Koning bepaalt de maatregelen nodig tot de vaststelling en de publicatie van de regels die toelaten die eenheden te reproduceren die niet kunnen belichaamd worden.

De aldus vastgestelde regels moeten eensluidend zijn met deze die zijn aangenomen door de organen van de conventie vermeld in artikel VIII.40.

Art. VIII.42

De nationale standaarden en de toepassing van de regels vastgesteld door de Koning, overeenkomstig artikel VIII.40, worden geacht de wettelijke eenheden juist te reproduceren.

Art. VIII.43

§ 1.Metingen in het economisch verkeer die tot doel hebben de hoeveelheid van enig goed of de hoegrootheid van een dienst te bepalen, worden met geijkte meetinstrumenten verricht.

§ 2.Metingen die worden uitgevoerd ter berekening van heffingen en restituties, worden met geijkte meetinstrumenten verricht.

§ 3.De Koning kan de toepassing van paragraaf 1 verruimen tot andere metingen in het economisch verkeer.

§ 4.De Koning kan het gebruik van geijkte meetinstrumenten opleggen voor metingen buiten het economisch verkeer.

Art. VIII.44

§ 1.Het is eenieder verboden te verhuren, te verkopen, ten toon of te koop te stellen, voorhanden te houden met het doel ze te verkopen of als premie te geven:

1°niet geijkte meetinstrumenten die tot doel hebben metingen uit te voeren zoals omschreven in artikel VIII.43, § 1;

2°geijkte meetinstrumenten die, in toepassing van artikel VIII.51, vrijgesteld zijn van de eerste ijk wanneer deze meetinstrumenten niet voldoen aan de voorschriften voorzien in artikel VIII.46 of genomen krachtens dit artikel.

§ 2.Het in paragraaf 1 bepaalde is niet van toepassing op meetinstrumenten die overeenkomstig hieromtrent vastgestelde voorschriften zijn voorzien van een kenmerk waaruit blijkt dat zij niet bestemd zijn om te worden gebruikt voor metingen in het economisch verkeer zoals in paragraaf 1 bedoeld.

§ 3.Op beurzen, tentoonstellingen en bij demonstraties is het tentoonstellen van niet-geijkte meetinstrumenten toegelaten, mits op een zichtbaar bord duidelijk is aangegeven dat deze meetinstrumenten niet in overeenstemming zijn met deze Titel en dat ze niet in de handel kunnen worden gebracht of in gebruik kunnen worden genomen.

§ 4.De Koning kan verbieden te verhuren, te verkopen, ten toon of te koop te stellen, voorhanden te houden met het doel ze te verkopen of als premie te geven, niet geijkte meetinstrumenten die tot doel hebben metingen uit te voeren zoals omschreven in artikel VIII.43, §§ 3 en 4.

Art. VIII.45

In de plaatsen waar de metingen zoals omschreven in artikel VIII.43, § 1, of krachtens artikel VIII.43, §§ 3 en 4, gewoonlijk gebeuren, zijn de personen die deze metingen verrichten ter plaatse en in voldoende aantal bestendig voorzien van geijkte meetinstrumenten die de bovenvermelde metingen kunnen verrichten.

Art. VIII.46

§ 1.Meetinstrumenten bestemd voor het verrichten van metingen als omschreven in artikel VIII.43 geven het meetresultaat in wettelijke meeteenheden.

§ 2.De Koning geeft voorschriften omtrent de overige voorwaarden waaraan de in paragraaf 1 bedoelde meetinstrumenten moeten voldoen alsmede omtrent hun samenstelling en meeteigenschappen.

Art. VIII.47

Ijkverrichtingen van meetinstrumenten bestaan uit:

1°het onderzoek van een model met het oog op zijn goedkeuring;

2°de eerste ijk;

3°de herijk.

Deze verrichtingen blijken uit het aanbrengen van ijkmerken of -tekens of uit het afgeven van attesten.

De Koning kan andere ijkverrichtingen bepalen.

Art. VIII.48

Om goedgekeurd te worden, moet het model zo zijn samengesteld dat de meetinstrumenten die naar dit model zijn vervaardigd, voldoen aan de voorschriften die overeenkomstig artikel VIII.46 voor die instrumenten zijn bepaald.

Is het model goedgekeurd, dan wordt aan de aanvrager een goedkeuringsattest afgeleverd. Tevens wordt hem ofwel een modelgoedkeuringsteken toegekend wanneer de overeenkomende meetinstrumenten niet zijn vrijgesteld van de eerste ijk ofwel worden modelgoedkeuringsmerken afgeleverd wanneer deze meetinstrumenten vrijgesteld zijn van de eerste ijk.

Degene in wiens naam het attest waarvan sprake in het vorige lid werd opgesteld, is met uitsluiting van iedere andere persoon, gemachtigd het toegekend teken of de afgeleverde merken aan te brengen op de meetinstrumenten en dit uitsluitend op die welke zijn vervaardigd naar het model waarop het teken of het merk betrekking heeft.

Art. VIII.49

De eerste ijk bestaat uit een onderzoek naar de conformiteit van een meetinstrument met de wettelijke eisen. In bevestigend geval worden één of meer ijkmerken op het meetinstrument aangebracht of wordt een ijkattest afgegeven.

Art. VIII.50

De herijk bestaat uit een onderzoek of een instrument dat de eerste ijk heeft ondergaan, nog aan de wettelijke eisen voldoet. In bevestigend geval, worden één of meer ijkmerken op het meetinstrument aangebracht of wordt een ijkattest afgegeven.

Art. VIII.51

In de gevallen en onder de voorwaarden welke Hij vaststelt, kan de Koning bepaalde meetinstrumenten vrijstellen ofwel van het onderzoek van een model met het oog op zijn goedkeuring, ofwel van de eerste ijk en van de herijk, ofwel van de herijk.

Art. VIII.52

De Koning kan de meetinstrumenten onderwerpen aan een technische controle om na te gaan of die werktuigen aan de wettelijke eisen voldoen en of zij zich in goede staat bevinden. In bevestigend geval worden één of meer goedkeuringstekens aangebracht of wordt een attest afgegeven.

Art. VIII.53

§ 1.De Koning bepaalt de nadere regels voor de modelgoedkeuring voor de eerste ijk, voor de herijk en voor de technische controle. Hij bepaalt het model van de merken en attesten.

§ 2.Hij bepaalt welke hulpmiddelen en medewerking de belanghebbende moet verschaffen bij de ijkverrichtingen.

§ 3.De Koning kan bepalen dat, onder de door hem vastgestelde voorwaarden, de meetinstrumenten afkomstig uit de lidstaten van de Europese Unie, voor de toepassing van deze Titel kunnen aangezien worden als geijkt, wanneer zij voldoen, hetzij aan de wettelijke bepalingen van de betrokken lidstaat, hetzij aan richtlijnen van de Europese Unie en bovendien voorzien zijn van de geldige merken of tekens, opgelegd door de lidstaat of voorzien in de richtlijnen.

Art. VIII.54

Bij de goedkeuring van een model, de aflevering van goedkeuringsmerken, de eerste ijk en de herijk kan een ijkloon worden geïnd. De Koning bepaalt het bedrag en de wijze van de inning van dat ijkloon.

De wettelijke beschikkingen betreffende betwistingen, opvorderingen, vervolgingen en voorrechten inzake belastingen ten voordele van de Staat, zijn toepasselijk op het krachtens deze Titel bepaald ijkloon.

Art. VIII.55

§ 1.De Koning duidt de dienst aan die belast is met de uitvoering van de metrologische verrichtingen bedoeld in deze Titel. Deze dienst is bovendien belast met:

1°het op verzoek uitvoeren van technische en wetenschappelijke verrichtingen op metrologisch gebied;

2°het op verzoek uitvoeren van kalibraties, zijnde meetverrichtingen die niet door de ijkwetgeving worden verplicht gesteld en die tot doel hebben de waarden van fouten van meetinstrumenten te bepalen, op basis van de nationale standaarden en de wettelijke meeteenheden;

3°het coördineren van de metrologische activiteiten op Belgisch niveau, het deelnemen aan internationale programma's van vergelijkende metingen opdat de internationale erkenning van de nationale standaarden kan worden gewaarborgd, en het vertegenwoordigen van België bij de organen van de Conventie vermeld in artikel VIII.40 en de internationale metrologische organisaties.

§ 2.De Koning stelt de nadere regels vast met betrekking tot de verrichtingen bedoeld in paragraaf 1, 1°, 2° en 3°. Hij bepaalt de merken, tekens en attesten waaruit blijkt dat die verrichtingen hebben plaatsgevonden.

§ 3.De Koning bepaalt het bedrag van de kosten verbonden aan de verrichtingen, uitgevoerd krachtens paragraaf 1, 1°, 2° en 3°, en regelt hun wijze van inning.

§ 4.De Koning treft alle nuttige maatregelen om te komen tot een aangepast en gecoördineerd gebruik van het metrologische potentieel:

1°in het kader van de ijkingen van de meetinstrumenten op basis van een erkenningsysteem van publieke en private instellingen. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan deze instellingen moeten voldoen opdat zij de in deze Titel bedoelde metrologische verrichtingen mogen uitvoeren;

2°in het kader van de wetenschappelijke metrologie op basis van een netwerk, hierna " het Netwerk " genoemd, van onderzoeksinstituten of publieke of private laboratoria, beantwoordend, met name, aan de criteria bepaald door de organen van de conventie vermeld in artikel VIII.40. De Koning bepaalt de uitwerkings- en werkingsmodaliteiten van het Netwerk, alsook de voorwaarden waaraan die onderzoeksinstituten en laboratoria moeten voldoen om er deel van uit te maken en om er deel van te blijven uitmaken.

Art. VIII.56

De Koning kan bij wijze van algemene bepaling afwijken van het bepaalde in de artikelen VIII.39, §§ 1 en 2, VIII.43, §§ 1 en 2, en VIII.44, § 1.

Eveneens kan de Koning bijzondere afwijkingen toestaan van voornoemde bepalingen alsmede van de bepalingen vastgesteld krachtens de artikelen VIII.39, § 3, VIII.43, §§ 3 en 4, en VIII.44, § 4. Hij kan de diensten, overheden en openbare instellingen die Hij aanwijst, gelasten afwijkingen toe te staan. Deze afwijkingen kunnen niet dan op aanvraag worden toegestaan.

De afwijkingen bedoeld in het eerste en in het tweede lid kunnen onder beperking worden toegestaan en aan voorwaarden worden gebonden; zij zijn met redenen omkleed.

De beslissingen waarbij de Koning de bevoegdheid tot het toestaan van afwijkingen aan overheden of instellingen overdraagt, zijn eveneens met redenen omkleed.