Alle wetboeken › WER

BOEK VIII - Kwaliteit van producten en diensten › Titel 1 - Normalisatie

HOOFDSTUK 2 - Het Bureau voor Normalisatie

VIII.3–VIII.18

Art. VIII.3

Een Bureau voor Normalisatie wordt opgericht, hierna " Bureau " genoemd. Het Bureau is een autonome instelling die rechtspersoonlijkheid bezit en die haar zetel heeft in het administratief arrondissement van Brussel-Hoofdstad. Het Bureau valt onder de toepassing van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.

Art. VIII.4

In het kader van het door de minister vastgestelde beleid inzake normalisatie heeft het Bureau als opdrachten:

1°het uitoefenen van een algemene opdracht van inventariseren van zowel de behoeften aan nieuwe normen en technische documenten als het aanbod om deze te realiseren, en evalueren van de nodige financiële middelen;

2°het coördineren van de normalisatiewerkzaamheden en het harmoniseren van de regels waarop de normalisatie moet gebaseerd zijn;

3°het centraliseren, onderzoeken, raadplegen en/of goedkeuren van ontwerpen van normen;

4°het verspreiden van normen en technische documenten;

5°het promoten van de normalisatie en het coördineren van maatregelen bestemd om de toepassing ervan te vergemakkelijken;

6°het beheren van de hem toegewezen middelen die besteed worden aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische competenties in de te normaliseren materies;

7°het opstellen van normen, evenals het opvolgen, ontwikkelen en op punt stellen van technische documenten die als nieuwe producten niet het statuut van norm hebben, maar die aan de behoeften van de markt beantwoorden;

8°het vertegenwoordigen van de Belgische belangen in de Europese en internationale instanties voor normalisatie;

9°het oprichten en ontbinden van de normalisatiecommissies;

10°het erkennen of het intrekken van de erkenning van de sectorale normalisatieoperatoren volgens de nadere regelen door de Koning bepaald in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad;

11°de centralisatie van de registratie van experten;

12°de ondersteuning van prenormalisatieacties gericht op het ontwikkelen van technische en wetenschappelijke kennis in de te normaliseren materies;

13°de ondersteuning van acties van postnormalisatie die tot doel hebben het gebruik van normen door kmo's te vergemakkelijken;

14°de ondersteuning van acties om kmo's te sensibiliseren voor normalisatie en hen te informeren over de normen die van kracht zijn en in voorbereiding zijn;

15°de uitvoering van andere normalisatieopdrachten die hem zijn toevertrouwd door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

De Koning stelt het kader van de in het eerste lid, 12°, 13° en 14°, bedoelde ondersteuningsopdrachten vast, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

Art. VIII.5

Het algemeen schema van de normalisatieprogramma's wordt ieder jaar, in overeenstemming met het door de minister vastgelegd beleid, door het Bureau bepaald op basis van de financiële mogelijkheden en van de behoeften die het heeft vastgesteld bij de economische en maatschappelijke partners en bij de normalisatiecommissies. De Koning kan het soort inhoud en de regels voor de voorstelling van het algemeen schema vaststellen.

Art. VIII.6

De uitwerking van ontwerpen van normen wordt opgevolgd of verwezenlijkt, naargelang het geval, door normalisatiecommissies.

Art. VIII.7

Het Bureau stelt alles in het werk opdat de belangrijkste belanghebbende partijen in de normalisatiecommissies vertegenwoordigd zouden zijn. Daartoe kan de Koning:

1°de categorieën van belanghebbende partijen bepalen wier deelname moet worden aangemoedigd of voor wie de toegang naar normen moet vergemakkelijkt worden;

2°organisaties erkennen die behoren tot de in de bepaling onder 1° bedoelde belanghebbende partijen;

3°specifieke bepalingen vaststellen om de deelname van de in de bepalingen onder 1° en 2° bedoelde belanghebbende partijen aan te moedigen en hun toegang tot normen te vergemakkelijken.

Het Bureau is belast met het verstrekken, aan de normalisatiecommissies en de sectorale normalisatieoperatoren, van de technische en economische inlichtingen waarover het beschikt en die voor hun werkzaamheden noodzakelijk zijn.

Art. VIII.8

De normalisatiecommissies betrekken bij hun technische normalisatiewerkzaamheden de erkende sectorale normalisatieoperatoren die hiervoor in één of meerdere sectoren de nodige bekwaamheid bezitten. Deze laatsten kunnen belast worden met het waarnemen van de voorzitterschappen of de technische secretariaten van hun commissies.

Art. VIII.9

Het Bureau, de normalisatiecommissies en de sectorale normalisatieoperatoren dragen, ieder volgens eigen bevoegdheid, bij tot de uitvoering van de normalisatieprogramma's, zoals bedoeld in artikel VIII.5, overeenkomstig de nadere regelen die door de Koning worden vastgesteld.

Art. VIII.10

§ 1.De volgens artikel VIII.5, door het Bureau vastgestelde programma's worden gefinancierd door technische en/of financiële bijdragen in verhouding tot de belangen van de betrokken partijen.

§ 2.Het Bureau wordt gefinancierd door:

1°een dotatie ten laste van de federale begroting die op de kredieten van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie wordt ingeschreven waarvan het gebruik wordt geregeld door een overeenkomst tussen de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en het Bureau, die de opdrachten van algemeen belang preciseert die door het Bureau uitgevoerd worden met deze dotatie evenals de nadere regels, de voorwaarden, de rapportering en de financieringswijze met betrekking tot de uitvoering van deze opdrachten door het Bureau;

2°de door de Koning opgelegde retributies, in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, om bepaalde normalisatieprogramma's van algemeen nut te financieren geheven bij de partijen vertegenwoordigd in de normalisatiecommissies, naar rato van de hoeveelheid technische en economische informaties bedoeld in artikel VIII.7, die hen door het Bureau verschaft wordt;

3°de vrijwillige of contractuele bijdragen;

4°de occasionele inkomsten;

5°alle inkomsten die, rechtstreeks of onrechtstreeks, voortvloeien uit de activiteiten van het Bureau;

6°een financiering die wordt ingeschreven ten laste van de federale begroting op de kredieten van de FOD Economie, om de verwezenlijking van de ondersteuningsopdrachten bedoeld in artikel VIII.4, eerste lid, 12°, 13° en 14°, mogelijk te maken.

Art. VIII.11

De boekhouding van het Bureau gebeurt overeenkomstig de bepalingen van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het Bureau streeft een financieel evenwicht na.

Art. VIII.12

De organen van het Bureau zijn de directeur en de Raad van Bestuur. In overleg maken zij een huishoudelijk reglement op dat aan de Koning ter goedkeuring wordt voorgelegd.

Art. VIII.13

Onverminderd het recht van dagvaarding voor de bevoegde rechter, kan de invordering van de verschuldigde bedragen krachtens artikel VIII.10, met uitzondering van deze vermeld in § 2, 1°, plaatsvinden bij dwangbevel volgens het regime van de artikelen 94 en 95 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit.

Art. VIII.14

De directeur staat in voor het dagelijkse bestuur van het Bureau en stelt alle handelingen die nodig of dienstig zijn voor de uitvoering van zijn opdrachten. Hij wordt benoemd door de Koning voor een termijn van zes jaar op voordracht van de minister na raadpleging van de Raad van Bestuur. Zijn mandaat is hernieuwbaar en wordt voltijds uitgeoefend. De directeur wordt gekozen op basis van zijn competenties in de materie die hij zal beheren. De Koning bepaalt in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de contractuele voorwaarden en het geldelijk statuut waaraan de directeur onderworpen is.

De directeur wordt periodiek geëvalueerd door de Raad van Bestuur, volgens de regels vastgelegd door de Raad van Bestuur. De evaluatie van de directeur geldt onder voorbehoud van bekrachtiging door de bevoegde minister.

Als de bepaalde duur van de functie van directeur verstrijkt en als de houder van de functie zich kandidaat stelt voor een hernieuwing van de duur, wordt hem de functie voor een nieuwe periode van zes jaar toegekend, voor zover hij op de eindevaluatie de vermelding "uitstekend" heeft gekregen. In dit geval wordt er niet overgegaan tot een nieuwe selectieprocedure.

Het derde lid is alleen van toepassing als de functiebeschrijving niet grondig werd gewijzigd.

Art. VIII.15

De directeur staat onder toezicht van de Raad van Bestuur die samengesteld is uit vertegenwoordigers van de federale overheden, van de representatieve ondernemingsorganisaties en van de niet-gouvernementele organisaties bevoegd inzake maatschappelijke belangen.

In een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad stelt de Koning het aantal leden en de samenstelling van de Raad van Bestuur vast en bepaalt Hij het bedrag van de vergoedingen die aan de voorzitter en leden van de Raad van Bestuur door het Bureau kunnen toegekend worden.

De Koning benoemt de voorzitter en de leden van de Raad van Bestuur. De voorstellen tot aanstelling van de vertegenwoordigers die niet tot de openbare sector behoren worden opgesteld op basis van door de betrokken organisaties voorgelegde lijsten.

Art. VIII.16

De Raad van Bestuur heeft als opdrachten:

1°het goedkeuren van het algemeen schema van de in artikel VIII.5, bedoelde normalisatieprogramma's;

2°het oprichten en ontbinden van de normalisatiecommissies;

3°het erkennen van de sectorale normalisatieoperatoren en het intrekken van hun erkenning;

4°het aannemen van de ontwerpen van normen;

5°het goedkeuren van de publicatie van de normen door het Bureau;

6°het evalueren van de wijze waarop de directeur en de normalisatiecommissies hun taken uitvoeren en het formuleren van adviezen en aanbevelingen hieromtrent aan de minister en aan de directeur;

7°het goedkeuren van het jaarlijks verslag vermeld in artikel VIII.17.

Art. VIII.17

Ieder jaar maakt het Bureau tijdens het eerste trimester een verslag op van zijn activiteiten voor het voorgaande jaar. Dit verslag wordt aan de minister en de wetgevende Kamers bezorgd.

Art. VIII.18

Het Bureau kan, voor al zijn personeelsbehoeften voor de hem toegekende opdrachten, personeel bij arbeidsovereenkomst aanwerven.