Alle wetboeken › WER

BOEK VII - BETALINGS- EN KREDIETDIENSTEN. › TITEL 6/1 - Waardepapieren. › HOOFDSTUK 5 - De cheque.

Afdeling 11 - Vermiste cheques

VII.216/164–VII.216/166

Art. VII.216/164

Hij die onvrijwillig en toevallig buiten bezit van een cheque gesteld is en geen ander exemplaar kan vertonen, kan de betaling van de vermiste cheque vragen en ze verkrijgen krachtens een beschikking van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank, mits hij van zijn eigendom doet blijken en tegen borgstelling.

Art. VII.216/165

Wordt de betaling geweigerd, dan bewaart de eigenaar van de vermiste cheque al zijn rechten door een protestakte.

Deze akte moet opgemaakt worden uiterlijk de tweede dag na het einde van de aanbiedingstermijn. Zij moet aan de trekker en de endossanten bij deurwaardersexploot worden betekend binnen acht dagen te rekenen van haar dagtekening.

Om geldig te zijn moet zij niet noodzakelijk van een rechterlijke beslissing of van een borgstelling zijn voorafgegaan.

Art. VII.216/166

De in artikel VII.216/165 vermelde verbintenis van de borg eindigt na zes maanden, indien er gedurende die tijd noch rechtsvordering noch rechtsvervolging is geweest.