Alle wetboeken › WER

BOEK VII - BETALINGS- EN KREDIETDIENSTEN. › TITEL 6/1 - Waardepapieren. › HOOFDSTUK 5 - De cheque.

Afdeling 6 - Recht van regres in geval van niet-betaling

VII.216/142–VII.216/153

Art. VII.216/142

De houder van een cheque heeft tegenover de schuldeisers van de trekker een bevoorrechte schuldvordering op het fonds dat de betrokkene schuldig was ten tijde van de aanbieding van de cheque, onverminderd de toepassing van artikel XX.111.

Indien verscheidene cheques door eenzelfde trekker op eenzelfde bankier zijn getrokken, en het fonds dat deze laatste schuldig is, ontoereikend is om ze alle te kwijten, worden zij pondspondsgewijs betaald, behoudens in geval van certificering.

Art. VII.216/143

De houder kan zijn recht van regres uitoefenen op de endossanten, de trekker en de andere chequeschuldenaars, indien de cheque, tijdig aangeboden, niet wordt betaald en indien de weigering van betaling wordt vastgesteld:

1°. hetzij door een authentieke akte (protest);

2°. hetzij door een verklaring van de betrokkene, gedagtekend en geschreven op de cheque onder vermelding van de dag van aanbieding;

3°. hetzij door een gedagtekende en op de cheque geschreven verklaring van een verrekeningskamer, waarbij vastgesteld wordt dat de cheque tijdig aangeboden en niet betaald is.

De houder kan zijn recht van regres nog uitoefenen op de trekker, wanneer de cheque te laat is aangeboden of de weigering van betaling te laat is vastgesteld, behalve indien het beschikbare fonds na het einde van de aanbiedingstermijn mocht zijn verdwenen ten gevolge van een feit waaraan de trekker vreemd is.

Art. VII.216/144

Het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring moet worden gedaan vóór het einde van de aanbiedingstermijn.

Indien de aanbieding plaats heeft op de laatste dag van de termijn, kan het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring op de eerstvolgende werkdag worden gedaan.

Art. VII.216/145

De houder van de niet-betaling geeft kennis aan zijn endossant en aan de trekker binnen vier werkdagen, volgende op de dag van het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring en, indien de cheque getrokken is met de clausule "zonder kosten", binnen de vier werkdagen, volgende op die der aanbieding. Elke endossant deelt binnen twee werkdagen, volgende op de dag van ontvangst der kennisgeving, de door hem ontvangen kennisgeving aan zijn endossant mee, met aanwijzing van de namen en adressen van degenen die de voorafgaande kennisgevingen hebben gedaan, en zo vervolgens, teruggaande tot de trekker. Deze termijnen lopen vanaf de ontvangst der voorafgaande kennisgeving.

Indien overeenkomstig het eerste lid een kennisgeving is gedaan aan iemand wiens handtekening op de cheque voorkomt, moet gelijke kennisgeving binnen dezelfde termijn aan diens avalgever worden gedaan.

Indien een endossant zijn adres niet of op onleesbare wijze heeft aangeduid, kan worden volstaan met kennisgeving aan de voorafgaande endossant.

Hij die een kennisgeving heeft te doen, kan zulks doen in iedere vorm, zelfs door enkele terugzending van de cheque.

Hij moet bewijzen dat hij de kennisgeving binnen de voorgeschreven termijn heeft gedaan. Deze termijn wordt verondersteld te zijn in acht genomen, wanneer een brief die de kennisgeving behelst, binnen de genoemde termijn ter post is bezorgd.

Wie de kennisgeving niet binnen de bovenvermelde termijn doet, treft geen verval van zijn recht; hij is, in voorkomend geval, verantwoordelijk voor de door zijn nalatigheid veroorzaakte schade, zonder dat de schadevergoeding het bedrag van de cheque kan te boven gaan.

Art. VII.216/146

Onverminderd de toepassing van de formaliteiten, voorgeschreven voor de uitoefening van de rechten van regres, kan de houder van een wegens niet-betaling geprotesteerde cheque, met verlof van de beslagrechter, conservatoir beslag leggen op de roerende goederen van de trekkers en endossanten.

Art. VII.216/147

De trekker, een endossant of een avalgever kan door de clausule "zonder kosten", "zonder protest", of een andere daarmee gelijkstaande op de cheque gestelde en ondertekende clausule, de houder voor de uitoefening van zijn recht van regres ontslaan van het opmaken van een protest of een daarmee gelijkstaande verklaring.

Deze clausule ontslaat de houder niet van de aanbieding van de cheque binnen de voorgeschreven termijn, noch van het doen van de kennisgevingen. Het bewijs van de niet-inachtneming van de termijn moet worden geleverd door degene die zich daarop tegenover de houder beroept.

Is de clausule door de trekker gesteld, dan heeft zij gevolgen ten aanzien van allen wier handtekening op de cheque voorkomt; is zij door een endossant of door een avalgever gesteld, dan heeft zij gevolgen alleen ten aanzien van deze endossant of avalgever.

Indien de houder, ondanks de door de trekker gestelde clausule, toch het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring doet opmaken, zijn de kosten daarvan voor zijn rekening. Indien de clausule van een endossant of een avalgever afkomstig is, kunnen de kosten van het protest of van de daarmee gelijkstaande verklaring, indien een akte van die aard is opgesteld, op allen wier handtekening op de cheque voorkomt, worden verhaald.

Art. VII.216/148

Allen die uit hoofde van een cheque verbonden zijn, zijn hoofdelijk jegens de houder verbonden.

De houder kan deze personen, zowel ieder afzonderlijk als gezamenlijk aanspreken, zonder verplicht te zijn de volgorde waarin zij zich hebben verbonden, in acht te nemen.

Hetzelfde recht komt toe aan ieder wiens handtekening op de cheque voorkomt en die deze heeft betaald tot voldoening aan zijn regresplicht.

De vordering, ingesteld tegen één der chequeschuldenaars, belet niet de anderen aan te spreken, al hadden dezen zich later verbonden dan de eerst aangesprokene.

Art. VII.216/149

De houder kan van degene tegen wie hij zijn recht van regres uitoefent, vorderen:

1°het niet betaalde bedrag van de cheque;

2°een interest berekend tegen de wettelijke rentevoet op die som, te rekenen van de dag waarop hij deze betaald heeft;

3°de kosten van protest of van de daarmee gelijkstaande verklaring, die van de gedane kennisgevingen, alsmede de andere kosten.

Art. VII.216/150

Hij die de cheque heeft betaald tot voldoening aan zijn regresplicht, kan van degenen die tegenover hem verbonden zijn, vorderen:

1°de gehele som die hij betaald heeft;

2°een interest berekend tegen de wettelijke rentevoet op die som, te rekenen van de dag waarop hij deze betaald heeft;

3°de door hem gemaakte kosten.

Art. VII.216/151

Elke chequeschuldenaar tegen wie het recht van regres wordt of kan worden uitgeoefend, kan, tegen betaling tot voldoening aan zijn regresplicht, de afgifte vorderen van de cheque met het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring, alsmede een voor voldaan getekende rekening.

Elke endossant die de cheque heeft betaald tot voldoening van zijn regresplicht, kan zijn endossement en dat van de volgende endossanten doorhalen.

Art. VII.216/152

Wanneer de aanbieding van de cheque, het opmaken van het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring binnen de voorgeschreven termijnen wordt verhinderd door een onoverkomelijk beletsel (wettelijk voorschrift van enige Staat of ander geval van overmacht), worden deze termijnen verlengd.

De houder is verplicht van de overmacht aan zijn endossant onverwijld kennis te geven, en deze kennisgeving, gedagtekend en door hem ondertekend, op de cheque of op een verlengstuk te vermelden; voor het overige zijn de bepalingen van artikel VII.216/145 toepasselijk.

Na het ophouden van de overmacht moet de houder de cheque onverwijld ter betaling aanbieden, en, indien nodig, het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring doen opmaken.

Indien de overmacht meer dan vijftien dagen aanhoudt, te rekenen van de dag waarop de houder, al was het vóór het einde van de aanbiedingstermijn, van de overmacht aan zijn endossant heeft kennis gegeven, kan het recht van regres worden uitgeoefend, zonder dat de aanbieding, het opmaken van het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring nodig zijn.

Als gevallen van overmacht worden niet beschouwd feiten welke van zuiver persoonlijke aard zijn voor de houder of voor degene die hij met de aanbieding van de cheque, het opmaken van het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring heeft belast.

Art. VII.216/153

Bij verval van recht blijft een rechtsvordering bestaan tegen de trekker die geen fonds bezorgd heeft, of tegen een trekker of een endossant die zich onrechtmatig verrijkt heeft.