Alle wetboeken › WER

BOEK VII - BETALINGS- EN KREDIETDIENSTEN. › TITEL 4 Kredietovereenkomsten. › HOOFDSTUK 4 - Toegang tot de activiteit van de kredietgevers en de kredietbemiddelaars.

Afdeling 3 - Kredietgevers naar buitenlands recht.

VII.174–VII.176

Art. VII.174

§ 1.De kredietinstellingen, de financiële instellingen als bedoeld in artikel 332 van de wet van 25 april 2014, de beleggingsondernemingen,, de instellingen voor elektronisch geld, en de betalingsinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, die op grond van hun nationaal recht consumentenkredietovereenkomsten mogen verlenen in hun lidstaat van herkomst, mogen, via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten, in België het bedrijf van kredietgever inzake consumentenkrediet uitoefenen zonder voorafgaande vergunning door de FSMA.

De kredietinstellingen en de financiële instellingen als bedoeld in artikel 332 van de wet van 25 april 2014 die op grond van hun nationaal recht hypothecaire kredietovereenkomsten mogen verlenen in hun lidstaat van herkomst, mogen, via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten, in België het bedrijf van kredietgever inzake hypothecair krediet uitoefenen zonder voorafgaande vergunning door de FSMA.

§ 2.Zodra de Bank er, overeenkomstig de toepasselijke bepalingen, door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de instelling van in kennis wordt gesteld dat zij kredietovereenkomsten wil sluiten in België, deelt zij dit aan de FSMA mee, samen met de relevante gegevens die haar door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst zijn toegezonden.

§ 3.De FSMA deelt aan de betrokken instelling de Belgische wettelijke en reglementaire bepalingen mee die, naar haar weten en in samenspraak met de FOD Economie, van algemeen belang zijn, en stelt haar in kennis van de verplichting om de modellen van hypothecaire kredietovereenkomst of consumentenkredietovereenkomst die zij in België wenst te gebruiken, vooraf aan de FOD Economie voor te leggen. De in dit lid bedoelde bepalingen van algemeen belang worden op de website van de FSMA bekendgemaakt.

Daartoe legt de betrokken instelling de modelkredietovereenkomsten die zij wenst te gebruiken, ter goedkeuring voor aan de FOD Economie. De FOD Economie onderzoekt of de modelcontracten beantwoorden aan de bepalingen van algemeen belang van dit boek en van boek VI en hun uitvoeringsbesluiten. De modellen worden ingevuld teneinde onder meer het nazicht van de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage mogelijk te maken. De FOD Economie bezorgt de FSMA een kopie van zijn antwoord aan de aanvrager.

Dezelfde procedure is ook van toepassing op elke wijziging van de modelovereenkomsten.

§ 4.De FOD Economie spreekt zich over de voorgelegde modelkredietovereenkomsten en de wijzigingen daarin uit binnen een termijn van vier maanden na de dag van ontvangst van alle documenten en gegevens, en uiterlijk binnen zes maanden na de ontvangst van de goedkeuringsaanvraag.

Als de modelovereenkomsten door de FOD Economie worden goedgekeurd, registreert de FSMA de betrokken instelling als kredietgever en stelt zij die instelling daarvan in kennis, waarbij zij een kopie van deze kennisgeving aan de Bank richt.

Voor de reeds geregistreerde kredietgevers bedoeld in artikel 54, § 6, van de wet van 19 april 2014 houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen volstaat het dat de modelkredietovereenkomsten ter goedkeuring worden voorgelegd aan de FOD Economie, onverminderd de toepassing van paragraaf 6.

§ 5.Bij gebrek aan een kennisgeving binnen twee maanden vanaf de datum van de in § 3, eerste lid, bedoelde mededeling mag de instelling de voorgenomen activiteiten aanvatten, na de FSMA en de FOD Economie hiervan op de hoogte te hebben gebracht.

§ 6.Als de FOD Economie de modelovereenkomsten niet goedkeurt, geeft de FSMA de instelling hiervan kennis.

Als de instelling geen rekening houdt met deze kennisgeving, kan de FSMA haar verbieden om in België het bedrijf van kredietgever en, in voorkomend geval, van kredietbemiddelaar uit te oefenen. Deze beslissing wordt bij een aangetekende zending ter kennis gebracht van de instelling, met een kopie aan de Bank en de FOD Economie.

Art. VII.175

De artikelen VII. 165, § 1, en VII. 166, §§ 2 tot 4, zijn van toepassing op in deze onderafdeling bedoelde instellingen.

De in deze onderafdeling bedoelde instellingen die in België een bijkantoor hebben, zijn onderworpen aan de artikelen VII. 180, § 2, en VII. 184, § 1, tweede lid.

Art. VII.176

§ 1.Deze onderafdeling beoogt de andere vennootschappen naar buitenlands recht dan bedoeld in onderafdeling 1.

De door deze onderafdeling beoogde vennootschappen die ressorteren onder het recht van een derde staat, mogen de activiteit van kredietgever niet uitoefenen in België, tenzij ze er zijn gevestigd.

§ 2.Afdelingen 1 en 2 en de artikelen VII.180, § 2, en VII.184, § 1, tweede lid, zijn van toepassing op de in deze onderafdeling bedoelde kredietgevers, met uitzondering van artikel VII.165, § 2.

Artikel VII.164 en VII.169 zijn van toepassing op hun effectieve leiding in België en artikel VII.165, § 1 geldt voor hun Belgische vestiging.

Kredietgevers die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte en die in België hun bedrijf van kredietgever uitoefenen in het kader van de vrijheid van vestiging, alsook kredietgevers die ressorteren onder het recht van een derde Staat, vestigen hun hoofdbestuur in België voor de verrichtingen die zij op Belgisch grondgebied uitvoeren.

Artikel VII.170 is niet van toepassing op de bijkantoren van vennootschappen naar buitenlands recht.

§ 3.De artikelen VII. 161 tot VII. 164, en VII. 167 tot VII. 169 zijn niet van toepassing op de volgende kredietgevers als bedoeld in deze onderafdeling:

1°de bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een derde Staat en zijn ingeschreven op de in artikel 14 van de wet van 25 april 2014 bedoelde lijst;

2°de bijkantoren van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde Staat en zijn ingeschreven op de in artikel 13, § 3, van de wet van 25 oktober 2016 bedoelde lijst;

3°de verzekeringsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, actief zijn in België via een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten en zijn ingeschreven op de in artikel 66 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen bedoelde lijst;

4°de bijkantoren van verzekeringsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde Staat en zijn ingeschreven op de in artikel 4 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen bedoelde lijst;

5°de instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, actief zijn in België via een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten en zijn ingeschreven op de in artikel 91 van de wet van 21 december 2009 bedoelde lijst;

6°de bijkantoren van instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een derde Staat en zijn ingeschreven op de in artikel 64 van de wet van 21 december 2009 bedoelde lijst;

7°de betalingsinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, actief zijn in België via een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten en zijn ingeschreven op de in artikel 39 van de wet van 21 december 2009 bedoelde lijst.

(NOTA: De wijziging aangebracht bij W 2016-03-13/07, art. 752, 033; Inwerkingtreding: 23-03-2016, kan niet worden uitgevoerd, aangezien de wetgever geen rekening heeft gehouden met de wijziging aangebracht bij W 2015-10-26/06, art. 31, 028; Inwerkingtreding: 01-11-2015)