Alle wetboeken › WER

BOEK VII - BETALINGS- EN KREDIETDIENSTEN. › TITEL 4 Kredietovereenkomsten. › HOOFDSTUK 1 Consumentenkrediet.

Afdeling 5 - Uitvoering van de kredietovereenkomst.

VII.90–VII.101

Art. VII.90

§ 1.Zolang de kredietovereenkomst niet door alle partijen is ondertekend, mag geen betaling worden gedaan, noch door de kredietgever aan de consument of voor diens rekening, noch door de consument aan de kredietgever.

Behoudens andersluidend beding in de kredietovereenkomst stelt de kredietgever het kredietbedrag met een overschrijving onmiddellijk ter beschikking op de rekening van de consument of op de rekening van een door de consument aangewezen derde of met een cheque.

De terbeschikkingstelling van het kredietbedrag in baar geld of contant kan slechts geschieden in de gevallen aangeduid door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit, rekeninghoudend met het kredietbedrag, het soort krediet, het oogmerk en het tijdstip van het sluiten de kredietovereenkomst.

§ 2.Voor de gelden die de kredietgever aan de kredietbemiddelaar heeft overgemaakt ter uitvoering van de kredietovereenkomst, blijft hij instaan tot deze volledig zijn ter beschikking gesteld van de consument of aan een door de consument aangewezen derde.

Art. VII.91

Wanneer het gefinancierde goed of de gefinancierde dienstverlening in de kredietovereenkomst wordt vermeld, of wanneer het bedrag van de kredietovereenkomst rechtstreeks door de kredietgever aan de verkoper of de dienstverlener wordt gestort, krijgen de verplichtingen van de consument slechts uitwerking vanaf de levering van het goed of de verlening van de dienst, ingeval van een verkoop of dienstverlening met opeenvolgende uitvoeringen, krijgen de verplichtingen uitwerking vanaf de aanvang van de leveringen van het goed of de verlening van de dienst en houden ze op te werken wanneer deze onderbroken worden, tenzij de consument zelf het kredietbedrag ontvangt en de identiteit van de verkoper of de dienstverlener niet gekend is door de kredietgever.

Het kredietbedrag mag pas aan de verkoper of de dienstverlener overgemaakt worden na kennisgeving aan de kredietgever van de levering van het goed of de verlening van de dienst.

De kennisgeving bedoeld in het tweede lid gebeurt op een duurzame gegevensdrager, onder meer een leveringsbewijs, dat door de consument gedagtekend en ondertekend moet zijn.

De krachtens de kredietovereenkomst verschuldigde rente gaat eerst in op de dag van deze kennisgeving.

Art. VII.92

Indien de consument een contract voor de levering van een goed of de verrichting van een dienst heeft herroepen, is hij niet langer gebonden aan de daarmee gelieerde kredietovereenkomst.

Indien de onder de gelieerde kredietovereenkomst vallende goederen of diensten niet of slechts gedeeltelijk geleverd, respectievelijk verricht worden of niet met de voorwaarden van het contract voor de levering van een goed of het verrichten van een dienst in overeenstemming zijn, heeft de consument het recht om verhaal uit te oefenen bij de kredietgever, indien hij niet de genoegdoening heeft gekregen waarop hij overeenkomstig de wet of het contract voor de levering van een goed of het verrichten van een dienst recht heeft, na zijn rechten te hebben doen gelden jegens de leverancier, respectievelijk de dienstverrichter.

Elk verweermiddel kan ten opzichte van de kredietgever slechts worden ingeroepen op voorwaarde dat:

1°de consument bij een aangetekende zending, de verkoper van het goed of de dienstverlener met het oog op de uitvoering van de overeenkomst in gebreke heeft gesteld, zonder dat hij genoegdoening heeft verkregen binnen een termijn van een maand vanaf de datum van verzending;

2°de consument de kredietgever op de hoogte heeft gesteld dat wanneer hij van de verkoper van het goed of van de dienstverlener geen genoegdoening heeft bekomen overeenkomstig het punt 1°, hij de nog verschuldigde betalingen op een geblokkeerde rekening zal storten. De Koning kan de regels voor de opening en de werking van de rekening vastleggen.

De intrest opgebracht door het in deposito gegeven bedrag wordt gekapitaliseerd.

Door het enkele feit van het deposito verkrijgt de kredietgever voor elke schuldvordering wegens de gehele of gedeeltelijke niet-nakoming van de verplichtingen door de consument een voorrecht op het tegoed van de rekening.

Over het in deposito gegeven bedrag kan niet worden beschikt dan ten bate van de ene of de andere partij, mits ofwel een schriftelijke overeenkomst, gesloten nadat het bedrag op de voorvermelde rekening werd geblokkeerd, ofwel een voor eensluidend verklaard afschrift van de uitgifte van een rechterlijke beslissing wordt voorgelegd. Die beslissing is uitvoerbaar bij voorraad niettengestaande verzet of hoger beroep en zonder borgtocht, noch kantonnement.

Art. VII.93

Wanneer de kredietovereenkomst op afstand het gefinancierde goed, verkocht op afstand, vermeldt of wanneer het kredietbedrag of het opgenomen bedrag rechtstreeks door de kredietgever aan de verkoper op afstand wordt gestort, kan de levering van het goed, in afwijking van de artikelen VII. 90 en VII. 84, eerste lid, plaats vinden voor het sluiten van de kredietovereenkomst in zoverre deze laatste te gelegener tijd voor de levering, beschikt over de contractvoorwaarden en de informatie bedoeld in artikel VI. 57, § 1.

Art. VII.94

§ 1.De Koning bepaalt de methode tot vaststelling en, in voorkomend geval, tot aanpassing van de maximale jaarlijkse kostenpercentages en bepaalt, het maximale jaarlijkse kostenpercentage in functie van de soort, het bedrag en eventueel, de duur van het krediet.

§ 2.Wanneer de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage het gebruik van veronderstellingen noodzaakt, kan de Koning eveneens, overeenkomstig de regels bedoeld in § 1, de maximale kredietkosten bepalen zoals onder meer de maximale debetrentevoet en, in voorkomend geval, de maximale terugkerende kosten en de maximale niet-terugkerende kosten bij een kredietopening.

§ 3.De krachtens dit artikel vastgestelde kostenpercentages en rentevoeten blijven hoe dan ook van toepassing tot aan hun herziening.

Iedere verlaging van het maximale jaarlijkse kostenpercentage en, in voorkomend geval, van de maximale kredietkosten is onmiddellijk van toepassing op de lopende kredietovereenkomsten die, binnen de perken van deze wet, de veranderlijkheid van het jaarlijkse kostenpercentage of de debetrentevoet voorzien.

Art. VII.95

§ 1.De Koning kan de maximale termijn voor de terugbetaling van het krediet bepalen, rekening houdend met het geleende bedrag en de kredietsoort.

§ 2.De kredietopeningen van onbepaalde duur of met een looptijd van meer dan vijf jaar moeten een termijn van nulstelling voorzien waarbinnen het totaal terug te betalen bedrag dient betaald te worden. De Koning kan een maximale nulstellingstermijn bepalen.

§ 3.Indien een kredietovereenkomst, terugbetaalbaar in vaste termijnbedragen, de veranderlijkheid van de debetrentevoet toelaat, bepaalt de kredietovereenkomst dat bij aanpassing de consument het behoud van het termijnbedrag mag eisen, en eveneens de verlenging of de vermindering van de overeengekomen terugbetalingstermijn. De uitoefening van dit recht mag leiden tot overschrijding van de maximale terugbetalingstermijn bedoeld in § 1.

De kredietgever licht de consument uitdrukkelijk en voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst over dit recht in.

§ 4.De kredietgever verwittigt de consument, door middel van ieder nuttig communicatiemiddel, van de datum van het verstrijken van de nulstellingstermijn, alsook van de gevolgen van niet-betaling, met inbegrip van die als bepaald in artikel VII.100, op de nulstellingsdag:

1°in de achtste maand voor het verstrijken van de nulstellingstermijn, en 2° in de tweede maand voor het verstrijken van de nulstellingstermijn. In afwijking van het eerste lid, wanneer de kredietovereenkomst onderworpen is aan een nulstellingstermijn van minder dan of gelijk aan een jaar, verwittigt de kredietgever de consument, door middel van ieder nuttig communicatiemiddel, van de datum van het verstrijken van de nulstellingstermijn alsook van de gevolgen van niet-betaling op de nulstellingsdag ten laatste twee maanden voor het verstrijken van de nulstellingstermijn.

Art. VII.96

De consument heeft te allen tijde het recht om geheel of gedeeltelijk het verschuldigd kapitaalsaldo vervroegd terug te betalen. In dat geval heeft hij recht op een verlaging van de totale kosten van het krediet voor de consument die overeenstemmen met de interesten en de kosten verschuldigd voor de resterende duur van de overeenkomst.

De consument die wenst, geheel of gedeeltelijk, vervroegd zijn krediet terug te betalen, brengt de kredietgever ten minste tien dagen voor de terugbetaling bij een aangetekende zending van zijn voornemen op de hoogte.

Art. VII.97

§ 1.De kredietgever kan een billijke en objectief gegronde vergoeding bedingen in geval van volledige of gedeeltelijke vervroegde terugbetaling.

De kredietgever deelt aan de consument op een duurzame gegevensdrager het gevraagde bedrag mee binnen de tien dagen na de ontvangst van de brief bedoeld in artikel VII. 96, tweede lid of na de ontvangst op zijn rekening van de door de consument terugbetaalde sommen. Deze mededeling herneemt onder meer de berekening van de vergoeding.

Indien de termijn tussen de vervroegde aflossing en het overeengekomen einde van de overeenkomst meer dan één jaar bedraagt, mag dergelijke vergoeding niet hoger zijn dan 1 pct. van het bedrag in kapitaal dat vervroegd werd afgelost.

Indien de termijn niet meer dan één jaar bedraagt, mag de vergoeding ten hoogste 0,5 pct. bedragen van het bedrag in kapitaal dat vervroegd werd afgelost.

§ 2.De kredietgever mag geen enkele vergoeding vragen:

1°indien, door toepassing van de artikelen VII. 194 tot VII. 196, VII. 200 of VII. 201, de verplichtingen van de consument werden verminderd tot de prijs bij contante betaling of tot het ontleende bedrag;

2°in geval van terugbetaling in uitvoering van een verzekeringsovereenkomst die contractueel de terugbetaling van het krediet waarborgt;

3°in geval van een kredietopening;

4°indien de aflossing valt in een termijn waarvoor geen vaste debetrentevoet geldt.

§ 3.Een vergoeding mag niet hoger zijn dan het rentebedrag dat de consument zou hebben betaald gedurende de termijn tussen de vervroegde aflossing en de overeengekomen datum waarop de kredietovereenkomst eindigt.

Art. VII.98

§ 1.De consument kan een kredietovereenkomst van onbepaalde duur te allen tijde kosteloos beëindigen, tenzij de partijen een opzeggingstermijn zijn overeengekomen. Deze termijn mag niet langer zijn dan één maand. Wanneer de consument zijn recht uitoefent, stelt hij de kredietgever hiervan in kennis bij een aangetekende zending of op een andere door de kredietgever aanvaarde drager.

Indien zulks in de kredietovereenkomst is overeengekomen, kan de kredietgever een kredietovereenkomst van onbepaalde duur beëindigen door de consument op een duurzame gegevensdrager een opzegging met ten minste twee maanden te doen toekomen. Wanneer de kredietgever zijn recht uitoefent, stelt hij de consument hiervan in kennis, bij een aangetekende zending of op een andere door de consument aanvaarde drager.

§ 2.Indien dit in de kredietovereenkomst is overeengekomen, kan de kredietgever op objectieve gronden, onder meer wanneer de kredietgever over inlichtingen beschikt waaruit hij kan afleiden dat de consument niet langer in staat zal zijn zijn verbintenissen na te komen, het recht van de consument om krediet op te nemen op grond van een kredietovereenkomst op te schorten. De kredietgever stelt de consument, op een duurzame gegevensdrager, indien mogelijk van tevoren en uiterlijk onmiddellijk na de opschorting, van die opschorting in kennis, alsook van de gronden hiervoor, tenzij het verstrekken van dergelijke informatie op grond van andere wetgeving is verboden of indruist tegen doelstellingen van openbare orde of openbare veiligheid.

Art. VII.99

§ 1.Bij iedere kredietopening wordt de consument regelmatig op de hoogte gebracht met een rekeningafschrift op een duurzame gegevensdrager van de volgende informatie:

1°de juiste periode waarop het rekeningafschrift betrekking heeft;

2°de opgenomen bedragen en de datum van opneming;

3°het totaal verschuldigd blijvend bedrag en de datum van het vorige afschrift;

4°het nieuwe totaal verschuldigd blijvend bedrag;

5°de datum en het bedrag van de door de consument verrichte betalingen;

6°de toegepaste debetrentevoet(en);

7°de afzonderlijke bedragen van de eventueel toegepaste kosten;

8°in voorkomend geval, het te betalen minimumbedrag en intresten.

§ 2.Bij de kredietopeningen, behoudens de geoorloofde debetstanden op een rekening, wordt bijkomend de volgende informatie verstrekt:

1°in voorkomend geval, het verschuldigd blijvend saldo van het voorgaand overzicht;

2°in voorkomend geval, de onderscheiden data van de verschuldigde kosten;

3°de datum en het bedrag van de verschuldigde interesten per toegepaste debetrentevoet evenals een aanduiding van de wijze waarop deze interesten worden berekend op het verschuldigd blijvend saldo aan de hand van de debetrentevoet;

4°de datum van het verstrijken van de nulstellingstermijn met daarnaast een goed zichtbare waarschuwing dat de contractuele minimale betalingen mogelijk niet voldoende zijn om het opgenomen bedrag tijdig terug te betalen op die datum.

Art. VII.100

§ 1.Wanneer een debetstand zich voordoet in het raam van een kredietopening of een betaalrekening terwijl de kredietgever iedere debetstand die het toegestane kredietbedrag te boven gaat uitdrukkelijk verboden heeft, schort de kredietgever de kredietopnemingen op en eist hij de terugstorting van het bedrag in niet geoorloofde debetstand binnen een termijn van maximaal vijfenveertig dagen te rekenen vanaf de dag van de niet geoorloofde debetstand.

In het geval van een niet geoorloofde debetstand bedoeld in het eerste lid die zich voordoet in het raam van een kredietopening kunnen slechts de uitdrukkelijk overeengekomen en door dit boek geoorloofde nalatigheidsinteresten en kosten worden gevraagd. De nalatigheidsinteresten worden berekend op het bedrag van de niet geoorloofde debetstand.

In het geval van een debetstand bedoeld in eerste lid die zich voordoet in het raam van een betaalrekening waaraan geen kredietovereenkomst verbonden is, kunnen enkel de volgende bedragen gevraagd worden:

1°de maximale nalatigheidsinterestvoet gelijk aan het maximale jaarlijkse kostenpercentage voor de kredietopening zonder kaart op de datum dat de niet geoorloofde debetstand op een betaalrekening zich voordoet;

2°de overeengekomen kosten voor de maanbrieven en de brieven voor ingebrekestelling, a rato van één verzending per maand. Deze kosten bestaan uit een forfaitair maximumbedrag van 7,50 euro, vermeerderd met de op het ogenblik van de verzending geldende portokosten. De Koning kan dat forfaitair bedrag aanpassen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen;

3°een forfaitaire schadevergoeding gelijk aan 5 % van de niet geoorloofde debetstand indien de consument een maand na het versturen van een aangetekende zending met ingebrekestelling zijn verplichtingen niet is nagekomen. Dit schrijven wordt verstuurd wanneer de consument zijn verplichtingen voortvloeiend uit het eerste lid niet is nagekomen.

In het geval van een debetstand bedoeld in het eerste lid wordt de consument onverwijld, op een duurzame gegevensdrager, op de hoogte gebracht van:

1°de niet geoorloofde debetstand;

2°het bedrag van de niet geoorloofde debetstand;

3°de eventuele boetes, kosten of nalatigheidsinteresten toepasselijk op het bedrag van de niet geoorloofde debetstand.

4°de termijn waarin hij de terugstorting van het bedrag van de niet geoorloofde debetstand eist;

5°een waarschuwing betreffende de gevolgen van wanbetaling, met inbegrip van de voorwaarden voor registratie in de Centrale.

Elke betaling gevraagd met toepassing van het tweede en derde lid wordt omstandig omschreven en verantwoord in een document dat gratis aan de consument overhandigd wordt.

Verboden is en als niet geschreven wordt beschouwd elk beding dat, ingeval de consument zijn verbintenissen niet uitvoert, straffen of schadevergoedingen oplegt waarin dit boek niet voorziet.

§ 2.In geval de consument de verplichtingen die voortvloeien uit de vorige paragraaf niet nakomt, stelt de kredietgever een einde aan de overeenkomst binnen de perken van artikel VII.105, § 2, tweede lid, 3°, of sluit bij wege van schuldvernieuwing een nieuwe overeenkomst met een verhoogd kredietbedrag en dit met eerbiediging van alle bepalingen van dit boek.

Art. VII.101

Wanneer een overschrijding minstens 1.250 euro bedraagt en langer dan een maand aanhoudt, brengt de kredietgever onverwijld de consument, op een duurzame gegevensdrager, op de hoogte van:

1°de overschrijding;

2°het overschreden bedrag;

3°van de debetrentevoet, de eventuele toepasselijke boetes en kosten toepasselijk op het overschreden bedrag.

De Koning kan dit bedrag wijzigen. Tot zolang de informatie bedoeld in het voorgaande lid niet wordt verstrekt, kan de kredietgever op het overschreden bedrag slechts de laatst toegepaste debetrentevoet toepassen, met uitsluiting van iedere boete, vergoeding of verwijlinterest.

Indien de overschrijding bij het verstrijken van een termijn van drie maand vanaf haar ontstaan niet is aangezuiverd, schort de kredietgever de kredietopnemingen op en stelt hij een einde aan de overeenkomst binnen de perken van artikel VII.105, § 2, tweede lid, 3°, of sluit hij bij wege van schuldvernieuwing een nieuwe overeenkomst met een verhoogd kredietbedrag en dit met eerbiediging van alle bepalingenvan dit boek.