Alle wetboeken › WER

BOEK VII - BETALINGS- EN KREDIETDIENSTEN. › TITEL 3 Betalingsdiensten. › HOOFDSTUK 3 - Rechten en plichten met betrekking tot het aanbieden en het gebruik van betalingsdiensten

Afdeling 3 - Uitvoering van betalingstransacties

VII.48–VII.55/1

Art. VII.48

§ 1.Het tijdstip van ontvangst van de betalingsopdracht is het tijdstip waarop de betalingsdienstaanbieder van de betaler de betalingsopdracht ontvangt.

De rekening van de betaler wordt slechts na ontvangst van de betalingsopdracht gedebiteerd.

Indien het tijdstip van ontvangst voor de betalingsdienstaanbieder niet op een werkdag valt, wordt de betalingsopdracht geacht op de eerstvolgende werkdag te zijn ontvangen.

De betalingsdienstaanbieder kan een uiterst tijdstip aan het einde van een werkdag vaststellen, na welk tijdstip ieder ontvangen betalingsopdracht wordt geacht op de eerstvolgende werkdag te zijn ontvangen.

§ 2.Indien de betalingsdienstgebruiker die de betalingsopdracht initieert en de betalingsdienstaanbieder overeenkomen dat de uitvoering van de betalingsopdracht aanvangt op hetzij een specifieke dag, hetzij aan het einde van een bepaalde periode, hetzij op de dag waarop de betaler geldmiddelen ter beschikking van de betalingsdienstaanbieder heeft gesteld, wordt het tijdstip van ontvangst van de opdracht voor de toepassing van artikel VII.53 geacht op de overeengekomen dag te vallen.

Indien de overeengekomen dag geen werkdag is voor de betalingsdienstaanbieder, wordt de ontvangen betalingsopdracht geacht op de eerstvolgende werkdag te zijn ontvangen.

Art. VII.49

§ 1.Wanneer de betalingsdienstaanbieder weigert een betalingsopdracht uit te voeren of een betalingstransactie te initiëren, wordt de betalingsdienstgebruiker in kennis gesteld van deze weigering en, indien mogelijk, van de redenen daarvoor en van de procedure voor de correctie van eventuele feitelijke onjuistheden die tot de weigering hebben geleid, onverminderd de toepassing van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten of andere relevante wetgeving die dit verbiedt.

De kennisgeving wordt door de betalingsdienstaanbieder zo spoedig mogelijk op de overeengekomen wijze verstrekt of ter beschikking gesteld, en in elk geval binnen de overeenkomstig artikel VII.53 vermelde termijnen.

In het raamcontract kan de voorwaarde worden gesteld dat de betalingsdienstaanbieder voor die kennisgeving redelijke kosten mag aanrekenen indien de weigering objectief gerechtvaardigd is.

§ 2.Indien alle in het raamcontract van de betaler gestelde voorwaarden vervuld zijn, kan de betalingsdienstaanbieder van de betaler geen toegestane betalingsopdracht weigeren uit te voeren, ongeacht of de betalingsopdracht door een betaler, onder meer door een betalingsinitiatiedienstaanbieder, dan wel door of via een begunstigde is geïnitieerd, onverminderd de toepassing van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten of andere relevante wetgeving die dit verbiedt.

§ 3.Voor de toepassing van de artikelen VII.53, VII.55/3 en VII.55/4 wordt een betalingsopdracht waarvan de uitvoering is geweigerd, geacht niet ontvangen te zijn.

Art. VII.50

De betalingsdienstgebruiker herroept een betalingsopdracht niet meer zodra de betalingsdienstaanbieder van de betaler die heeft ontvangen, tenzij anders is bepaald in dit artikel.

Ingeval de betalingstransactie door een betalingsinitiatiedienstaanbieder dan wel door of via een begunstigde wordt geïnitieerd, kan de betaler de betalingsopdracht niet herroepen nadat hij aan de betalingsinitiatiedienstaanbieder instemming heeft verleend om de betalingstransactie te initiëren, dan wel aan de begunstigde instemming heeft verleend om de betalingstransactie uit te voeren.

In het geval van een domiciliëring en onverminderd de rechten inzake terugbetaling kan de betaler de betalingsopdracht evenwel herroepen, ten laatste aan het einde van de werkdag die voorafgaat aan de dag waarop de betaalrekening volgens afspraak wordt gedebiteerd.

In het in artikel VII.48, § 2, bedoelde geval kan de betalingsdienstgebruiker een betalingsopdracht herroepen tot uiterlijk het einde van de werkdag die aan de overeengekomen dag voorafgaat.

Na het verstrijken van de in het eerste tot vierde lid bedoelde termijnen kan de betalingsopdracht alleen worden herroepen indien zulks tussen de betalingsdienstgebruiker en de betrokken betalingsdienstaanbieders is overeengekomen.

In de in tweede en derde lid bedoelde gevallen is ook het akkoord van de begunstigde vereist.

Indien zulks in het raamcontract is overeengekomen, mag de betrokken betalingsdienstaanbieder voor de uitoefening van dit bijkomend herroepingsrecht kosten aanrekenen.

Art. VII.51

De betalingsdienstaanbieder(s) van de betaler, de betalingsdienstaanbieder(s) van de begunstigde en eventuele tussenpersonen van de betalingsdienstaanbieders maken het volledige bedrag van de betalingstransactie over en houden op het overgemaakte bedrag geen kosten in.

De begunstigde en de betalingsdienstaanbieder kunnen evenwel overeenkomen dat de betrokken betalingsdienstaanbieder zijn kosten op het overgemaakte bedrag inhoudt, voordat hij de begunstigde daarmee crediteert. In dat geval worden het volledige bedrag van de betalingstransactie en de kosten afzonderlijk vermeld in de informatie die aan de begunstigde wordt verstrekt.

Indien andere kosten dan die bedoeld in het tweede lid op het overgemaakte bedrag worden ingehouden, zorgt de betalingsdienstaanbieder van de betaler ervoor dat de begunstigde het volledige bedrag van de door de betaler geïnitieerde betalingstransactie ontvangt.

Wanneer de betalingstransactie door of via de begunstigde wordt geïnitieerd, zorgt de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde ervoor dat het volledige bedrag van de betalingstransactie door de begunstigde wordt ontvangen.

Art. VII.52

§ 1.Deze onderafdeling is van toepassing op:

1°betalingstransacties in euro;

2°betalingstransacties met slechts één valutawissel tussen de euro en de officiële valuta van een lidstaat die de euro niet als munt heeft, mits de vereiste valutawissel wordt uitgevoerd in de betrokken lidstaat waar de euro niet de munteenheid is en, bij grensoverschrijdende betalingstransacties, de overmaking in euro geschiedt.

§ 2.Deze onderafdeling is van toepassing op niet in paragraaf 1 vermelde betalingstransacties, tenzij tussen de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder anders is overeengekomen, met uitzondering van artikel VII.55/1, waarvan partijen niet kunnen afwijken.

Indien de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder een periode overeenkomen die langer is dan in artikel VII.53 is bepaald, mag die periode voor intra-uniale betalingstransacties niet langer zijn dan 4 werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip van ontvangst zoals bepaald in artikel VII.48.

Art. VII.53

§ 1.De betalingsdienstaanbieder van de betaler zorgt ervoor dat de rekening van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde uiterlijk aan het einde van de eerstvolgende werkdag na het tijdstip van ontvangst overeenkomstig artikel VII.48 voor het bedrag van de betalingstransactie wordt gecrediteerd. Deze termijn kan voor betalingstransacties die op papier worden geïnitieerd, met een bijkomende werkdag worden verlengd.

Voor de uitvoering van elektronisch geïnitieerde nationale betalingstransacties tussen twee betaalrekeningen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler en van de begunstigde dezelfde persoon is, wordt de termijn bedoeld in het vorige lid, herleid tot het einde van dezelfde werkdag van het ogenblik van de ontvangst zoals bepaald in artikel VII.48.

Voor de uitvoering van elektronisch geïnitieerde nationale betalingstransacties tussen twee betaalrekeningen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler en van de begunstigde niet dezelfde persoon is, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de termijn bedoeld in het eerste lid, herleiden tot het einde van dezelfde werkdag van het moment van de ontvangst zoals bepaald in artikel VII.48.

§ 2.De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde kent een valutadatum aan de betalingstransactie toe en stelt het bedrag beschikbaar op de betaalrekening van de begunstigde, zodra de betalingsdienstaanbieder het geld ontvangen heeft overeenkomstig artikel VII.55/1.

§ 3.De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde maakt een door of via begunstigde geïnitieerde betalingsopdracht over aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler binnen de tussen de begunstigde en de betalingsdienstaanbieder overeengekomen termijnen, zodat de afwikkeling van de domiciliëring op de overeengekomen vervaldatum kan plaatsvinden.

Art. VII.54

Wanneer de begunstigde geen betaalrekening bij de betalingsdienstaanbieder heeft, worden de geldmiddelen door de betalingsdienstaanbieder die de geldmiddelen ten behoeve van de begunstigde ontvangt, aan de begunstigde ter beschikking gesteld binnen de in artikel VII.53 bepaalde termijn.

Art. VII.55

Wanneer een consument contanten op een betaalrekening bij de betalingsdienstaanbieder deponeert in de valuta van die betaalrekening, zorgt de betalingsdienstaanbieder ervoor dat het bedrag onmiddellijk na het tijdstip van ontvangst van de geldmiddelen beschikbaar wordt gesteld en wordt gevaluteerd.

Wanneer de betalingsdienstgebruiker geen consument is, wordt het bedrag uiterlijk op de eerstvolgende werkdag na de ontvangst van de geldmiddelen op de betaalrekening van de begunstigde beschikbaar gesteld en gevaluteerd.

Art. VII.55/1

§ 1.De valutadatum van de creditering van de betaalrekening van de begunstigde valt uiterlijk op de werkdag waarop het bedrag van de betalingstransactie op de rekening van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde wordt gecrediteerd.

§ 2.De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde zorgt ervoor dat het bedrag van de betalingstransactie ter beschikking van de begunstigde komt zodra dat bedrag op de rekening van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde is gecrediteerd, wanneer er, van de zijde van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde:

1°geen valutawissel is, of

2°een valutawissel is tussen de euro en de valuta van een lidstaat of tussen de valuta's van twee lidstaten.

De in het eerste lid vervatte verplichting is ook van toepassing voor betalingstransacties binnen één en dezelfde betalingsdienstaanbieder.

§ 3.De valutadatum van de debitering van de betaalrekening van de betaler valt niet vroeger dan het tijdstip waarop het bedrag van de betalingstransactie van die rekening is gedebiteerd.