Alle wetboeken › WER

Boek VI Marktpraktijken en consumentenbescherming

TITEL 3/1 - Overeenkomsten gesloten tussen ondernemingen

VI.91/1–VI.91/10

Art. VI.91/1

§ 1.Deze titel is niet van toepassing op financiële diensten.

De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, en op advies van de Nationale Bank van België en van de FSMA bepaalde bepalingen van deze titel van toepassing verklaren op financiële diensten die Hij bepaalt.

§ 2.Deze titel is niet van toepassing op overheidsopdrachten en op de overeenkomsten die eruit voortvloeien.

De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, bepaalde bepalingen van deze titel van toepassing verklaren op de overheidsopdrachten en de overeenkomsten die eruit voortvloeien die hij bepaalt.

§ 3.Deze titel is ook van toepassing op de overeenkomsten gesloten tussen een onderneming en een vereniging van mede-eigenaars bedoeld in artikel 3.86 van het Burgerlijk Wetboek van het gebouw of van een groep van gebouwen in gedwongen mede-eigendom waarvan meer dan vijfentwintig procent van haar aandelen in de gemeenschappelijke delen zijn toebedeeld aan kavels die een professionele bestemming kunnen hebben overeenkomstig de statuten van de mede-eigendom.

Art. VI.91/2

Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld.

Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden.

Art. VI.91/3

§ 1.Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig.

§ 2.Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft.

Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding.

De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.

Art. VI.91/4

Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken:

1°te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil;

2°de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren;

3°in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming;

4°op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst.

Art. VI.91/5

Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken:

1°de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen;

2°een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn;

3°zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust;

4°op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen;

5°onverminderd artikelen 5.90 tot 5.96 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn;

6°de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken;

7°de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken;

8°in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden.

Art. VI.91/6

Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan.

Art. VI.91/7

Teneinde het evenwicht van de rechten en de plichten tussen partijen te verzekeren bij de verkoop van producten of teneinde de eerlijkheid bij transacties tussen ondernemingen te verzekeren, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en op de gemeenschappelijke voordracht van de ministers bevoegd voor Economie en Middenstand, voor de sectoren van de professionele activiteit of voor de categorieën van producten die hij aanwijst, de artikelen VI.91/4 en VI.91/5 aanvullen.

Alvorens een besluit ter uitvoering van het eerste lid voor te stellen, raadplegen de ministers de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. en de bijzondere raadgevende commissie "Onrechtmatige bedingen", bedoeld in artikel VI.86, en bepalen de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.

De Ministers die Economie en Middenstand tot hun bevoegdheid hebben stellen om de vier jaar een verslag over de toepassing van het eerste lid voor aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Art. VI.91/8

§ 1.In voorkomend geval kan op de bijzondere raadgevende commissie "Onrechtmatige bedingen" een beroep worden gedaan door de minister of de minister bevoegd voor Middenstand, wanneer deze het bestaan van een onevenwicht tussen de rechten en plichten van de partijen in de contractvoorwaarden van sommige beroepsactiviteitsectoren vaststellen.

De interprofessionele en bedrijfsgroeperingen kunnen de bijzondere raadgevende commissie "Onrechtmatige bedingen" om advies verzoeken over modelovereenkomsten gesloten in hun beroepsactiviteitsectoren.

In de gevallen bedoeld in de vorige leden, zal de bijzondere raadgevende commissie "Onrechtmatige bedingen" kennis nemen van de bedingen en voorwaarden die gebruikt worden in modelovereenkomsten van bepaalde beroepsactiviteitsectoren.

§ 1/1.De bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen kan de ondernemingen die actief zijn in een sector die het voorwerp uitmaakt van een vraag om advies, eisen dat zij haar, binnen de termijn die zij vaststelt, hun bedingen en contractvoorwaarden overmaken.

De betrokken ondernemingen kunnen zich bij dit verzoek niet beroepen op het bedrijfsgeheim, noch op een geheimhoudingsclausule.

De leden van de bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen en al diegenen die aan haar werkzaamheden deelnemen, zijn gehouden tot geheimhouding voor de feiten, daden en inlichtingen waarvan zij uit hoofde van hun ambt kennis hebben.

§ 2.De bijzondere raadgevende commissie "Onrechtmatige bedingen" maakt geen vertrouwelijke of bedrijfsgevoelige bedingen of voorwaarden bekend in hun beroepsactiviteitsectoren.

Art. VI.91/9

§ 1.De bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen doet de volgende aanbevelingen:

1°de wijziging van de artikelen VI.91/4 en VI.91/5;

2°de formulering of interpretatie van bedingen of voorwaarden die gebruikt worden in modelovereenkomsten van bepaalde beroepsactiviteitsectoren.

§ 2.In het raam van haar bevoegdheden kan de bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen aan de ministers wijzigingen in de reglementaire besluiten voorstellen die haar wenselijk lijken.

§ 3.De bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen stelt jaarlijks een verslag op over haar werkzaamheden en maakt dit verslag bekend. Dat verslag omvat onder meer de volledige tekst van de aanbevelingen en voorstellen die zij in de loop van het jaar gedaan heeft.

Art. VI.91/10

Om de vier jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van de betrokken bepalingen evalueert de FOD Economie de toepassing van de bepalingen van artikelen VI.91/2 tot VI.91/6, en in voorkomend geval de besluiten genomen in uitvoering van de artikelen VI.91/1 en VI.91/7.