§ 1.Voor elke tijdelijke of mobiele bouwplaats wordt de aanwezigheid van elke natuurlijke persoon, zoals bepaald in artikel 31bis, § 1, eerste lid, geregistreerd:
1°door middel van een elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem, hierna het registratiesysteem genoemd, of;
2°door een andere automatische registratiewijze te gebruiken of ter beschikking te stellen van hun onderaannemers, indien dit apparaat gelijkwaardige waarborgen biedt als het registratiesysteem bedoeld in 1° en het bewijs geleverd wordt dat de personen die zich aanbieden op de tijdelijke of mobiele bouwplaats daadwerkelijk worden geregistreerd.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de gelijkwaardige waarborgen waaraan de in het eerste lid, 2° bedoelde registratie ten minste moet beantwoorden.
Het registratiesysteem, bedoeld in het eerste lid, 1°, omvat:
1°een gegevensbank: de gegevensbank beheerd door de overheid die bepaalde gegevens verzamelt met het oog op de controle en de exploitatie van deze gegevens;
2°een registratieapparaat: het apparaat waarin de gegevens kunnen geregistreerd worden en dat toelaat om deze gegevens door te zenden naar de gegevensbank of een systeem dat toelaat om de voormelde gegevens te registreren en door te zenden naar de gegevensbank;
3°een registratiemiddel: het middel dat elke natuurlijke persoon moet gebruiken om zijn identiteit te bewijzen bij de registratie.
§ 2.Het registratiesysteem bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, en de registratiewijze, bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, geeft de volgende gegevens weer:
1°de identificatiegegevens van de natuurlijke persoon;
2°al naargelang het geval, het adres of de geografische omschrijving van de ligging van de tijdelijke of mobiele bouwplaats;
3°de hoedanigheid waarin een natuurlijke persoon prestaties verricht op de tijdelijke of mobiele bouwplaats;
4°de identificatiegegevens van de werkgever, wanneer de natuurlijke persoon een werknemer is;
5°wanneer de natuurlijke persoon een zelfstandige of een helper is, het ondernemingsnummer van diens onderneming of van de onderneming die hij helpt;
6°het tijdstip van de registratie van elke aankomst op de tijdelijke of mobiele bouwplaats en dat van elk vertrek van de tijdelijke of mobiele bouwplaats;
7°het identificatienummer van de melding van werken bedoeld in artikel 30 van het koninklijk besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van het artikel 53 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en van de artikelen 12, 30bis en 30ter van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en van artikel 6ter van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
De gegevens bedoeld in dit artikel zijn sociale gegevens van persoonlijke aard als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 6°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.
De gegevens worden doorgestuurd naar een gegevensbank die bijgehouden wordt door de door de Koning aangeduide overheid.
De Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg is de verwerkingsverantwoordelijke zoals bedoeld in artikel 4, 7), van de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
Het registratiesysteem waarborgt dat de gegevens niet meer onmerkbaar gewijzigd kunnen worden na het doorsturen ervan en dat hun integriteit gehandhaafd wordt.
§ 3.Na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, overeenkomstig artikel 36, lid 4, van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG en de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en de nadere regels waaraan het registratiesysteem moet beantwoorden inzonderheid:
1°de eigenschappen van het systeem;
2°de nadere regels betreffende het bijhouden van het systeem;
3°de inlichtingen die het systeem moet bevatten betreffende de op te nemen gegevens;
4°de nadere regels voor het doorsturen van de gegevens, inzonderheid het tijdstip van doorsturen;
5°de verschillende registratiemiddelen en hun technische specificaties die toegelaten zijn om zich te registreren;
6°welke gegevens niet moeten geregistreerd worden indien ze reeds op elektronische wijze elders beschikbaar zijn voor de overheid en gebruikt kunnen worden in het kader van deze wet.