Alle wetboeken › V.T.Sv.

HOOFDSTUK II - STRAFVORDERING WEGENS MISDRIJVEN BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD.

Afdeling 6 Algemene bepalingen

14/11–14/15

Art. 14/11

De vreemdeling die dader is van of deelnemer is aan een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 4 of hoger buiten het grondgebied van het Rijk door een Belg gepleegd, kan in België vervolgd worden, samen met de verdachte Belg of na diens veroordeling.

Art. 14/12

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de poging tot de daarin bedoelde misdrijven, behalve indien zij niet strafbaar is.

Art. 14/13

Een verdachte wordt gevonden in België wanneer hij aangetroffen of gevonden is in het Rijk, na het plegen van het misdrijf en uiterlijk op het tijdstip van de uitoefening van de strafvordering, ook al heeft hij het grondgebied nog vóór de eerste procedurehandelingen verlaten.

Art. 14/14

Behalve wat de in oorlogstijd gepleegde misdrijven betreft, is dit hoofdstuk niet van toepassing wanneer de verdachte, wegens hetzelfde misdrijf gevonnist in een vreemd land, vrijgesproken is, of na te zijn veroordeeld, zijn straf heeft ondergaan, verjaring van zijn straf is ingetreden of hem genade of amnestie is verleend, tenzij:

1°de procedure voor het andere gerecht tot doel had de betrokkene te vrijwaren van strafrechtelijke aansprakelijkheid voor strafbare feiten die onder de rechtsmacht van het gerecht vallen; of

2°de procedure voor het andere gerecht niet op onafhankelijke of onpartijdige wijze en met inachtneming van de waarborgen voor een eerlijk proces is gevoerd, maar op een wijze die, gezien de omstandigheden, onverenigbaar was met de bedoeling de betrokkene voor het gerecht te brengen.

Elke hechtenis in het buitenland ondergaan wegens het misdrijf dat in België aanleiding geeft tot veroordeling, wordt steeds toegerekend op de duur van de vrijheidsstraffen.

Art. 14/15

In alle gevallen voorzien in dit hoofdstuk, wordt de verdachte vervolgd en gevonnist volgens de bepalingen van de Belgische wetten.