Dood van de veroordeelde
Straffen, uitgesproken bij onherroepelijk geworden arresten of vonnissen, gaan teniet door de dood van de veroordeelde. Het verlies van rechtspersoonlijkheid van de veroordeelde rechtspersoon doet de straf niet tenietgaan.
Boek 1 Algemene regels van het strafrecht
73–75
Dood van de veroordeelde
Straffen, uitgesproken bij onherroepelijk geworden arresten of vonnissen, gaan teniet door de dood van de veroordeelde. Het verlies van rechtspersoonlijkheid van de veroordeelde rechtspersoon doet de straf niet tenietgaan.
Verjaring van de straf
§ 1.Behalve straffen uitgesproken voor de misdaad van genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden, verjaren straffen van niveau 7 en 8 door verloop van twintig jaar, te rekenen vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden.
Behalve straffen uitgesproken voor de misdaad van genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden, verjaren straffen van niveau 6, 5 en 4 na verloop van tien jaar te rekenen vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden en straffen van niveau 3, 2 en 1 verjaren na verloop van vijf jaar te rekenen vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. In geen geval is de verjaringstermijn korter dan de duur van de opgelegde straf.
De bijkomende straffen verjaren door verloop van de in de het eerste en tweede lid vastgestelde termijnen, naargelang het niveau van de hoofdstraf waarmee zij samen zijn uitgesproken.
De verjaring van de straf kan worden gestuit door elke daad die een begin van effectieve uitvoering van de straf is.
De verjaring van de straf wordt geschorst wanneer de wet dit bepaalt of wanneer er een wettelijk beletsel is dat de tenuitvoerlegging van de straf verhindert.
§ 2.De verjaring van de vermogensstraffen wordt eveneens gestuit door elke handeling gesteld door een bevoegde overheid met het oog op de uitvoering van deze straffen.
§ 3.De verjaring van de straffen uitgesproken met uitstel overeenkomstig artikel 65 begint te lopen op de hierna vermelde data:
1°wanneer het uitstel van rechtswege wordt herroepen krachtens artikel 65, § 4, eerste lid, begint de verjaring te lopen op hetzelfde tijdstip als die van de straffen uitgesproken voor het nieuwe misdrijf;
2°wanneer het uitstel wordt herroepen met toepassing van artikel 65, § 4, tweede, derde en vierde lid, begint de verjaring te lopen vanaf de datum van het herroepingsvonnis. In afwijking van de eerste zin en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, begint de verjaring te lopen vanaf de datum van het herroepingsarrest of vanaf de dag waarop het herroepingsvonnis niet langer met hoger beroep kan worden aangevochten.
Verjaring van burgerrechtelijke veroordelingen
Burgerrechtelijke veroordelingen, uitgesproken bij arresten of vonnissen gewezen in strafzaken, verjaren volgens de regels van het burgerlijk recht, te rekenen van de dag waarop zij in kracht van gewijsde zijn getreden.
De onwaardigheid om te erven, door de rechter uitgesproken op grond van artikel 72 verjaart niet. Ze kan opgeheven worden door vergiffenis, door het slachtoffer geschonken overeenkomstig artikel 4.7 van het Burgerlijk Wetboek.