Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek 1 Algemene regels van het strafrecht

Hoofdstuk 5 Burgerrechtelijke bepalingen en beveiligingsmaatregelen

66–72

Art. 66

Burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de betaling van een vermogensstraf

Niemand kan burgerlijk aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van de vermogensstraf waartoe een ander wordt veroordeeld.

Art. 67

Teruggave en de schadevergoeding

De veroordeling tot de bij de wet gestelde straffen wordt uitgesproken, onverminderd de teruggave en de schadevergoeding die aan partijen mocht verschuldigd zijn.

De betaling van een schadevergoeding aan de burgerlijke partij kan worden opgelegd aan diegene die bij rechterlijke uitspraak wegens een misdrijf wordt veroordeeld of, in voorkomend geval, aan de burgerrechtelijk aansprakelijke partij.

Wanneer de wet de schadevergoeding niet regelt, bepaalt de rechter het bedrag ervan. Indien de verbeurdverklaarde zaken aan de burgerlijke partij toebehoren, worden zij aan haar teruggegeven. De verbeurdverklaarde zaken worden haar eveneens toegewezen indien de rechter de verbeurdverklaring uitgesproken heeft omdat zij goederen of waarden vormen die door de veroordeelde in de plaats gesteld zijn van de zaken die toebehoren aan de burgerlijke partij. Evenzo bepaalt de rechter wanneer de verbeurdverklaring betrekking heeft op een geldsom die overeenstemt met die zaken, dat dit bedrag, waarvan de betaling moet worden verrekend met de aan de burgerlijke partij toegekende schadevergoeding, aan haar wordt toegekend.

Onverminderd de bepalingen inzake de verbeurdverklaring, beveelt de rechter ambtshalve de teruggave van de goederen die aan de eigenaar werden ontnomen of de toewijzing aan hem van de goederen of waarden die door de veroordeelde in de plaats van deze goederen werden gesteld. Daarnaast beoogt de teruggave de materiële gevolgen van het bewezen verklaarde misdrijf teniet te doen, met als doel het herstel van de feitelijke toestand zoals die bestond vóór het plegen van het bewezen verklaarde misdrijf.

Indien het slachtoffer zich nog geen burgerlijke partij had gesteld op het moment van de uitspraak van de verbeurdverklaring van een geldsom die overeenstemt met het goed dat zijn eigendom was, beschikt hij over een schuldvordering tegenover de Staat ten belope van het bedrag dat door de veroordeelde ter uitvoering van deze straf werd betaald en die zal worden verrekend met de later toegekende schadevergoeding.

Art. 68

Hoofdelijkheid

Alle wegens eenzelfde misdrijf veroordeelde personen zijn hoofdelijk gehouden tot de kosten, wanneer zij door eenzelfde vonnis of arrest zijn veroordeeld.

Nochtans kan de rechter alle veroordeelden of een van hen vrijstellen van de hoofdelijkheid, mits hij de redenen van die vrijstelling opgeeft en het door ieder van hen persoonlijk te dragen aandeel in de gerechtskosten bepaalt. Personen, door onderscheiden vonnissen of arresten veroordeeld, zijn alleen wegens daden van vervolging die hun gemeen zijn, hoofdelijk gehouden tot de kosten.

Art. 69

Voorrangsregeling

Wanneer de goederen van de veroordeelde ontoereikend zijn om de veroordelingen tot geldboete, geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel, verbeurdverklaring, gerechtskosten, teruggave en schadevergoeding te dekken, hebben de teruggave en schadevergoeding de voorrang in de volgorde van kwijting. Bij samentreffen van geldboete, geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel of verbeurdverklaring, en aan de Staat verschuldigde gerechtskosten, worden de betalingen, door de veroordeelde gedaan, het eerst op die gerechtskosten toegerekend. Deze betalingen stuiten de verjaringstermijn van zowel de geldboete, de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel en de verbeurdverklaring, als van de gerechtskosten.

Art. 70

Verbeurdverklaring als beveiligingsmaatregel

De rechter die over de grond van de zaak oordeelt, beveelt, zelfs ambtshalve, de vernietiging of verbeurdverklaring van zaken waarvan het bezit strijdig is met de openbare orde, de openbare veiligheid of volksgezondheid of met de goede zeden.

De vernietiging of verbeurdverklaring wordt zelfs uitgesproken indien deze goederen niet de eigendom zijn van de veroordeelde, indien de beklaagde of de beschuldigde wordt vrijgesproken of overleden is, wanneer de dader onbekend is gebleven of indien de strafvordering vervallen of onontvankelijk is.

Art. 71

Ontbinding van de rechtspersoon

De ontbinding kan door de rechter worden uitgesproken als beveiligingsmaatregel, wanneer de rechtspersoon opzettelijk is opgericht om de strafbare werkzaamheden te verrichten waarvoor hij werd veroordeeld of wanneer hij opzettelijk van zijn voorwerp is afgewend om dergelijke werkzaamheden te verrichten. De ontbinding kan niet worden uitgesproken ten aanzien van een publiekrechtelijke rechtspersoon.

Wanneer de rechter de ontbinding uitspreekt, verwijst hij de zaak naar het gerecht dat bevoegd is kennis te nemen van de vereffening van de rechtspersoon.

Art. 72

Onwaardigheid om te erven

In de bij wet bepaalde gevallen kan de rechter ook de onwaardigheid om te erven uitspreken, waardoor de dader van de nalatenschap van het slachtoffer wordt uitgesloten.