Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 4 Misdrijven tegen de openbare veiligheid
Hoofdstuk 7 Verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte
423–424
Art. 423
Verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte
Het verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte is het zich opzettelijk, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat men niet herkenbaar is.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.
Art. 424
Rechtvaardigingsgrond
Er is geen misdrijf wanneer diegenen die zich op plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn begeven met hun gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodanig dat ze niet kunnen worden geïdentificeerd, dit doen op grond van arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten.