§ 1.Als er ernstige aanwijzingen zijn dat een slachtoffer van een misdrijf bij gelegenheid van dat strafbaar feit besmet kan zijn met een ernstige ziekte die voorkomt op een bij koninklijk besluit vastgestelde lijst, kan de procureur des Konings de verdachte vragen een bloedstaal te laten afnemen om te onderzoeken of hij drager is van deze ziekte. Als er ernstige aanwijzingen zijn dat het slachtoffer met deze ziekte besmet kan zijn via het bloed van een andere persoon dan de verdachte, kan de procureur des Konings dat ook aan die derde vragen. De verdachte en de derde kunnen enkel schriftelijk met de bloedafname instemmen. Deze instemming kan alleen op geldige wijze worden gegeven als de procureur des Konings of een officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, hem vooraf in kennis heeft gesteld van het wettelijk kader waarbinnen de afname wordt gevraagd; in het bijzonder wordt gewezen op het louter medisch doeleinde van de afname. Van die informatie wordt melding gemaakt in de schriftelijke instemming van de betrokkene.
§ 2.Indien de verdachte weigert met de bloedafname in te stemmen, kan de procureur des Konings in het belang van het slachtoffer bevelen dat van hem een hoeveelheid wangslijmvlies wordt afgenomen ten behoeve van het onderzoek bedoeld in paragraaf 1. Het bevel kan slechts worden gegeven na schriftelijke machtiging van de onderzoeksrechter op vordering van de procureur des Konings.
§ 3.Het onderzoek, bedoeld in paragraaf 1, wordt uitgevoerd door afname van een bloedstaal door een arts, tenzij aannemelijk is dat afname van bloed om bijzondere medische redenen onwenselijk is. In dat geval kan worden overgegaan tot de afname van een hoeveelheid wangslijmvlies, hetzij met vrijwillige medewerking van de betrokkene, hetzij op de wijze bepaald in paragraaf 2.
De verdachte of de derde die om een afname van een hoeveelheid bloed of van een hoeveelheid wangslijmvlies wordt verzocht kan vanaf de leeftijd van zestien jaar hiermee schriftelijk instemmen. Indien de verdachte of de derde de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt, dan dient hij zich voor de toepassing van de paragrafen 1 en 2 te laten begeleiden door minstens een van zijn ouders, door een advocaat of door een andere meerderjarige persoon van zijn keuze.
§ 4.Door een arts wordt zoveel bloed of een hoeveelheid wangslijmvlies afgenomen als voor het onderzoek, bedoeld in paragraaf 1 of paragraaf 2, noodzakelijk is. Indien de maatregel, bedoeld in paragraaf 2 onder fysieke dwang moet worden uitgevoerd, wordt die dwang uitgeoefend door politieambtenaren onder het bevel van een officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings.
§ 5.De procureur des Konings kan opdracht geven op bloed dat is aangetroffen ter zake van een misdrijf als bedoeld in paragraaf 1, een onderzoek als bedoeld in paragraaf 1 te verrichten.