De ambtsverrichtingen die in het gemeen recht tot de bevoegdheid van de procureur des Konings behoren, worden uitgeoefend door de bevoegde procureur-generaal bij het hof van beroep of de door hem hiertoe aangewezen magistraat van het openbaar ministerie. De ambtsverrichtingen die in het gemeen recht tot de bevoegdheid van de onderzoeksrechter behoren worden door de eerste voorzitter van dit hof, of door de door hem hiertoe aangewezen raadsheer in het hof van beroep of rechter in de rechtbank van eerste aanleg van zijn rechtsgebied uitgeoefend.
Op het hele grondgebied van het Rijk stellen zij of laten zij alle opsporings- of onderzoekhandelingen stellen die tot hun respectieve bevoegdheden behoren. In voorkomend geval brengen zij de procureur-generaal van het rechtsgebied waar de handeling gesteld moet worden hiervan op de hoogte. Deze procureur-generaal licht op zijn beurt de procureur des Konings van het arrondissement waar de handeling gesteld moet worden in.
De bevoegdheden die in het gemeen recht tot de raadkamer behoren worden door de kamer van inbeschuldigingstelling uitgeoefend.