Alle wetboeken › Sv.

BOEK II — TITEL III Verboden handelingen van ambtenaren (art. 407–447bis) › TITEL III - WIJZEN VAN VOORZIENING TEGEN ARRESTEN OF VONNISSEN.

§ 1 CRIMINELE ZAKEN.

408–412

Art. 408

Wanneer de beschuldigde een veroordeling heeft ondergaan en er schending of verzuim van enige door dit wetboek op straffe van nietigheid voorgeschreven vorm heeft plaatsgehad, hetzij in het arrest van het hof van beroep waarbij zijn verwijzing naar een hof van assisen is bevolen, hetzij in het onderzoek en de rechtspleging vóór het laatstgenoemde hof, hetzij in het veroordelend arrest zelf, dan wordt op grond van dat verzuim of die schending, op vordering van de veroordeelde partij of van het openbaar ministerie, het veroordelend arrest en hetgeen daaraan is voorafgegaan vernietigd....

Dit geldt ook in geval van onbevoegdheid, evenals in geval van verzuim of van weigering om uitspraak te doen over een of meer verzoeken van de beschuldigde of ove een of meer vorderingen van het openbaar ministerie, die strekken om gebruik te maken van een bevoegdheid of een recht door de wet verleend, hoewel de straf van nietigheid niet uitdrukkelijk door de tekst gesteld is op het ontbreken van de vorm waarvan de inachtneming verzocht of gevorderd wordt.

Art. 409

<Opgeheven bij W 2014-02-14/02, art. 10, 011; Inwerkingtreding: 01-02-2015>

Art. 410

Wanneer de nietigheid hieruit volgt dat het arrest op het misdrijf een andere straf heeft toegepast dan die welke de wet op zodanig misdrijf stelt, kan zowel het openbaar ministerie als de veroordeelde partij de vernietiging van het arrest vorderen.

Dezelfde vordering behoort aan het openbaar ministerie tegen de arresten van vrijspraak en van ontslag van rechtsvervolging, in artikel 342 vermeld....

Art. 411

<Opgeheven bij W 2014-02-14/02, art. 11, 011; Inwerkingtreding: 01-02-2015>

Art. 412

In geen geval kan de burgerlijke partij de vernietiging vorderen van een beschikking van vrijspraak of van een arrest van ontslag van rechtsvervolging; indien echter het arrest burgerlijke veroordelingen tegen haar heeft uitgesproken, waarvan het bedrag de eisen van de vrijgesproken of ontslagen partij te boven gaat, kan die beschikking van het arrest worden vernietigd op vordering van de burgerlijke partij.