In strafzaken zijn de nietigheden voortkomend uit enige onregelmatigheid betreffende de eed van getuigen, deskundigen of tolken gedekt, wanneer een vonnis of arrest op tegenspraak, behalve datgene dat een maatregel van inwendige aard inhoudt, gewezen is zonder dat de nietigheid door een van de partijen is voorgedragen of door de rechter ambtshalve is uitgesproken.
BOEK II — TITEL III Verboden handelingen van ambtenaren (art. 407–447bis) › TITEL III - WIJZEN VAN VOORZIENING TEGEN ARRESTEN OF VONNISSEN.
HOOFDSTUK I - NIETIGHEID VAN HET ONDERZOEK EN VAN HET VONNIS.
407