Alle wetboeken › Sv.

BOEK II — TITEL II Rechtspleging voor de vonnisgerechten (art. 217–406)

Titel IIbis Algemene bepalingen betreffende de ambtsverrichtingen en opdrachten van het parket-generaal.

364–380

Art. 364

De procureur-generaal geeft aan de procureur des Konings ambtshalve of op bevel van de Minister van Justitie opdracht om de misdrijven waarvan hij kennis draagt, te vervolgen.

De procureur-generaal en de andere magistraten van de parketten-generaal en auditoraten-generaal hebben het recht de politie- en inspectiediensten te vorderen op de wijze in artikel 28ter, §§ 3 en 4 bepaald.

Art. 364bis

<Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 192, 020; Inwerkingtreding: 21-01-2010>

Art. 365

Hij ontvangt de aangiften en de klachten die rechtstreeks bij hem ingediend worden, hetzij door het hof van beroep, hetzij door een openbaar ambtenaar, hetzij door een gewoon burger, en hij tekent ze op in een register.

Hij doet ze aan de procureur des Konings toekomen indien het tot diens bevoegdheid behoort.

Art. 366

De procureur-generaal kan, zelfs indien hij aanwezig is, zijn ambtsverrichtingen opdragen aan een door hem afgevaardigde magistraat. Deze bepaling geldt voor het hof van beroep en voor het hof van assisen.

Art. 367

Alle officieren van gerechtelijke politie staan onder toezicht van, al naar gelang van het door de wet gemaakte onderscheid, de procureur-generaal bij het hof van beroep of de federale procureur.

Al degenen die, volgens artikel 9, uit hoofde van een ambt, zelfs van een bestuursambt, door de wet belast zijn met het verrichten van sommige daden van gerechtelijke politie, staan, doch alleen in dit verband, onder hetzelfde toezicht.

Art. 368

De officieren van gerechtelijke politie worden, in geval van nalatigheid, door de procureur-generaal gewaarschuwd; hij tekent deze waarschuwing op in een daartoe gehouden register.

Art. 369

In geval van herhaling klaagt de procureur-generaal hen aan bij het hof van beroep.

Met machtiging van het hof van beroep doet de procureur-generaal hen dagvaarden voor de raadkamer.

Het hof van beroep maant hen aan in het vervolg nauwgezetter te zijn en veroordeelt hen in de kosten zowel van de dagvaarding als van de uitgifte en van de betekening van het arrest.

Art. 369bis

<Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 198, 020; Inwerkingtreding: 21-01-2010>

Art. 370

Herhaling bestaat wanneer de ambtenaar in enigerlei zaak opnieuw in gebreke wordt bevonden binnen een jaar te rekenen van de dag van de in het register opgetekende waarschuwing.

Art. 371

De aanmaning, krachtens artikel 369 door het hof van beroep gedaan, evenals elke nieuwe waarschuwing door de procureur-generaal gegeven aan de politieambtenaren van de lokale politie en de federale politie, die bekleed zijn met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, of aan een boswachter, zelfs na verloop van een jaar te rekenen van de eerste waarschuwing, hebben het verlies van acht dagen wedde tengevolge.

Art. 372

<Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 201, 020; Inwerkingtreding: 21-01-2010>

Art. 373

<Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 201, 020; Inwerkingtreding: 21-01-2010>

Art. 374

(Opgeheven)

Art. 375

<Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 201, 020; Inwerkingtreding: 21-01-2010>

Art. 376

<Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 201, 020; Inwerkingtreding: 21-01-2010>

Art. 377

<Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 201, 020; Inwerkingtreding: 21-01-2010>

Art. 378

<Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 201, 020; Inwerkingtreding: 21-01-2010>

Art. 379

<Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 201, 020; Inwerkingtreding: 21-01-2010>

Art. 380

<Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 201, 020; Inwerkingtreding: 21-01-2010>