Alle wetboeken › Sv.

BOEK II — TITEL II Rechtspleging voor de vonnisgerechten (art. 217–406) › TITEL II - Het hof van assisen › HOOFDSTUK IV

Afdeling 4 Algemene bepalingen

353–354

Art. 353

De arresten worden geschreven door de voorzitter, bijgestaan door de griffier, en door hen ondertekend of, indien de voorzitter verhinderd is te tekenen, door de oudstbenoemde rechter en de griffier.

De griffier staat het hof bij in de verschillende fasen van de procedure.

Artikel 164 is van toepassing op de arresten van het hof van assisen.

Art. 354

De griffier maakt een proces-verbaal van de terechtzitting op, teneinde vast te stellen dat de voorgeschreven vormen in acht genomen zijn.

In het proces-verbaal wordt geen melding gemaakt van de antwoorden der beschuldigden of van de inhoud der getuigenissen, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 300.

Het proces-verbaal wordt getekend door de voorzitter en door de griffier.