Wanneer bij de raadkamer of bij de kamer van inbeschuldigingstelling een gerechtelijk onderzoek aanhangig gemaakt wordt, dat gevoerd wordt op vordering van de federale procureur overeenkomstig artikel 47duodecies, § 3, zijn zij bevoegd ervan kennis te nemen, ongeacht de plaats van het misdrijf, de plaats waar de verdachte verblijft of van de plaats waar deze kan worden gevonden.
BOEK I De gerechtelijke politie en de officieren die ze uitoefenen (art. 8–136ter)
HOOFDSTUK XI - Bevoegdheid van de onderzoeksgerechten in terrorismezaken.
136quater