Alle wetboeken › Oud Sw.

BOEK 2 - DE MISDRIJVEN EN HUN BESTRAFFING IN HET BIJZONDER. › TITEL VII - MISDADEN EN WANBEDRIJVEN TEGEN DE ORDE VAN DE FAMILIE.

HOOFDSTUK I - VRUCHTAFDRIJVING.

348–353

Art. 348

opgeheven

(Zie NOTA 1 onder TITEL) Hij die, al dan niet geneesheer, door enig middel opzettelijk vruchtafdrijving veroorzaakt bij een vrouw die daarin niet heeft toegestemd, wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar). Indien de gebruikte middelen hun uitwerking hebben gemist, vindt artikel 52 toepassing.

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.

Art. 349

opgeheven

Wanneer de vruchtafdrijving wordt veroorzaakt door geweld, opzettelijk gepleegd, maar zonder het oogmerk om afdrijving te verwekken, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.

Wordt het geweld gepleegd met voorbedachten rade of met kennis van de toestand van de vrouw, dan is de gevangenisstraf zes maanden tot drie jaar en de geldboete vijftig euro tot vijfhonderd euro.

Art. 350

opgeheven

<Opgeheven bij W 2018-10-15/03, art. 5, 136; Inwerkingtreding: 08-11-2018>

Art. 351

opgeheven

<Opgeheven bij W 2018-10-15/03, art. 5, 136; Inwerkingtreding: 08-11-2018>

Art. 352

opgeheven

Wanneer de middelen, gebruikt met het oogmerk om vruchtafdrijving te verwekken bij een vrouw die er niet in heeft toegestemd, de dood tot gevolg hebben, wordt hij die ze met dat oogmerk heeft aangewend of aangewezen, veroordeeld tot opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.

Art. 353

opgeheven

(Opgeheven)