Alle wetboeken › Oud Sw.

BOEK 2 - DE MISDRIJVEN EN HUN BESTRAFFING IN HET BIJZONDER. › TITEL I - MISDADEN EN WANBEDRIJVEN TEGEN DE VEILIGHEID VAN DE STAAT.

HOOFDSTUK III - MISDADEN TEGEN DE INWENDIGE VEILIGHEID VAN DE STAAT.

124–135quinquies

Art. 124

opgeheven

(Zie NOTA 1 onder TITEL) De aanslag met het oogmerk om burgeroorlog te verwekken door de burgers of inwoners tegen elkaar te wapenen of hen aan te zetten zich tegen elkaar te wapenen, wordt gestraft met (hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar).

De samenspanning met hetzelfde oogmerk gesmeed, wordt gestraft met hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar, indien enige daad is gepleegd om de uitvoering ervan voor te bereiden; en met hechtenis van vijf tot tien jaar, in het tegenovergestelde geval.

Art. 125

opgeheven

(Zie NOTA 1 onder TITEL) De aanslag met het oogmerk om verwoesting, mensenslachting of plundering in een of meer gemeenten aan te richten, wordt gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.

De samenspanning met hetzelfde oogmerk gesmeed, wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar indien enige daad is gepleegd om de uitvoering ervan voor te bereiden; met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar in het tegenovergestelde geval.

Art. 126

opgeheven

(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met hechtenis van vijf tot tien jaar worden gestraft zij die gewapende krijgsbenden lichten of doen lichten, krijgslieden aanwerven of ronselen, doen aanwerven of doen ronselen, of hun hetzij wapens, hetzij munitie leveren of verschaffen, zonder bevel of verlof van de Regering.

Art. 127

opgeheven

(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar worden gestraft:

Zij die, zonder recht of wettige reden, het bevel nemen over een legerkorps, over troepen, over een oorlogsschip, een versterkte plaats, een post, een haven, een stad;

Zij die tegen het bevel van de Regering enig militair bevel behouden;

Bevelhebbers die hun leger of hun troep bijeenhouden nadat de afdanking of de ontbinding ervan is gelast.

Art. 128

opgeheven

(Zie NOTA 1 onder TITEL) Hij die zich aan het hoofd van gewapende benden stelt of daarin enige functie vervult of enig bevel voert, hetzij om zich van openbare gelden meester te maken, hetzij om domeinen, eigendommen, plaatsen, steden, vestingen, posten, magazijnen, arsenalen, havens, schepen of vaartuigen van de Staat te overweldigen, hetzij om de openbare macht bij haar optreden tegen de daders van die misdaden aan te vallen of te weerstaan, wordt gestraft met (hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar).

Art. 129

opgeheven

(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien die benden tot doel hebben, hetzij openbare eigendommen of eigendommen van de Staat, of eigendommen van een algemeenheid van burgers te plunderen of te verdelen, hetzij de openbare macht bij haar optreden tegen de daders van die misdaden aan te vallen of te weerstaan, worden zij die zich aan het hoofd van die benden stellen of die daarin enige functie vervullen of enig bevel voeren, gestraft met (opsluiting) van vijftien jaar tot twintig jaar.

Art. 130

opgeheven

De straffen in de twee vorige artikelen onderscheidenlijk bepaald, zijn toepasselijk op hen die de vereniging leiden, de benden lichten of doen lichten, inrichten of doen inrichten.

Art. 131

opgeheven

Ingeval een van de misdaden, in de artikelen 101, 102, 103 en 104 omschreven, door een bende wordt gepleegd, worden de bij die artikelen bepaalde straffen toegepast op allen, zonder onderscheid van graad, die van de bende deel uitmaken en op de plaats van de oproerige bijeenkomst worden gevat.

Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, hoewel niet ter plaatse gevat, het oproer leidt of in de bende enige bediening uitoefent of enig bevel voert.

Art. 132

opgeheven

Ingeval de oproerige bijeenkomst niet een van de misdaden, in de artikelen 101, 102, 103 en 104 omschreven, tot voorwerp of tot gevolg heeft, worden de personen die van de hierboven bedoelde benden deel uitmaken, zonder daarin enig bevel te voeren of enige bediening uit te oefenen, en die ter plaatse worden gevat, gestraft met de straf onmiddellijk lager dan die welke tegen de leiders of bevelvoerders van die benden wordt uitgesproken.

Art. 133

opgeheven

(Zie NOTA 1 onder TITEL) Zij die, bekend met het doel of de aard van die benden, aan deze of aan hun afdelingen, een onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats verschaffen, worden gestraft, in de gevallen van de artikelen 101, 102, 103 en 128, met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar), en, in de gevallen van de artikelen 104 en 127, met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar.

Art. 134

opgeheven

Geen straf wordt uit hoofde van oproer uitgesproken tegen hen die van die benden deel uitmaken zonder daarin enig bevel te voeren en zonder daarin enige bediening of enige functie te vervullen en die zich verwijderen op de eerste waarschuwing van de burgerlijke of de militaire overheid, of zelfs naderhand, wanneer zij buiten de plaats van de oproerige bijeenkomst worden gevat zonder tegenstand te bieden en zonder wapens.

Zij worden echter gestraft wegens de andere misdaden of wanbedrijven die zij persoonlijk hebben gepleegd.

Art. 135

opgeheven

Onder het woord wapens worden begrepen alle toestellen, werktuigen, gereedschappen of andere snijdende, stekende of kneuzende voorwerpen die men heeft ter hand genomen om te doden, te wonden of te slaan, zelfs indien men geen gebruik ervan gemaakt heeft.

Art. 135bis

opgeheven

Hij die een democratisch beslissingsproces beïnvloedt of tracht te beïnvloeden, met het oogmerk om de democratische en grondwettelijke orde, de soevereiniteit of onafhankelijkheid van het Rijk, de veiligheid van de Staat, de verdediging van het Rijk, de internationale betrekkingen, het economisch of wetenschappelijk potentieel van het land of de werking van de besluitvormingsorganen van de Staat aan te tasten, ten dienste van een vreemde Staat of een persoon, onderneming of organisatie, uit het buitenland of onder controle van een vreemde Staat of van een persoon, onderneming of organisatie uit het buitenland, door hetzij onwettige of frauduleuze middelen hetzij het ontvangen van giften of enig ander voordeel van een buitenlandse persoon of organisatie dat geheel of gedeeltelijk bestemd is om in het Rijk activiteiten die de voormelde belangen kunnen aantasten, te ontplooien, wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en met een geldboete van duizend euro tot twintigduizend euro.

In alle gevallen van overtreding van deze bepaling worden de ontvangen zaken verbeurd verklaard....

De ontzetting van de uitoefening van de rechten, genoemd in artikel 31, eerste lid, of van sommige van die rechten kan worden uitgesproken voor een termijn van vijf jaar tot tien jaar.

Art. 135ter

opgeheven

(Opgeheven)

Art. 135quater

opgeheven

Met gevangenisstraf (van drie maanden tot 2 jaar), wordt gestraft hij die van een minderjarige verkrijgt dat deze zonder toestemming van zijn ouders, zijn voogd of zijn curator dienst neemt in een vreemd leger of een vreemde troep.

Art. 135quinquies

opgeheven

De poging tot de wanbedrijven in artikel 135quater omschreven wordt gestraft met dezelfde straffen.