Alle wetboeken › Oud BW

BOEK III — TITELS III TOT V Wijze van eigendomsverkrijging (art. 1101–1581) › TITEL III - CONTRACTEN OF VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST IN HET ALGEMEEN.

HOOFDSTUK VI - BEWIJS VAN DE VERBINTENISSEN EN BEWIJS VAN DE BETALING.

1315–1316

Art. 1315

opgeheven

Hij die de uitvoering van een verbintenis vordert, moet het bestaan daarvan bewijzen.

Omgekeerd moet hij die beweert bevrijd te zijn, het bewijs leveren van de betaling of van het feit dat het tenietgaan van zijn verbintenis heeft teweeggebracht.

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1316

opgeheven

De regels betreffende het schriftelijk bewijs, het bewijs door getuigen, de vermoedens, de bekentenis van partijen en de eed, worden in de volgende afdelingen bepaald.

Opgeheven met ingang van 1 november 2020 door de wet 2019-04-13/28, die boek 8 (Bewijs) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 oktober 2020. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.