In alle gevallen waarin de rechtsvordering tot nietigverklaring of tot vernietiging van een overeenkomst niet door een bijzondere wet tot een kortere tijd is beperkt, duurt deze rechtsvordering tien jaren.
(In geval van geweld begint deze tijd eerst te lopen van de dag waarop dit heeft opgehouden en, in geval van dwaling of van bedrog, van de dag waarop deze zijn ontdekt)
Ten aanzien van handelingen van minderjarigen loopt de tijd pas vanaf de dag van de meerderjarigheid.
<NOTA: Bij wijze van overgangsmaatregel (zie art. IV, 47, § 2, W. 14 juli 1976) blijft de hierna volgende tekst (zijnde het tweede lid van de vroegere tekst van art. 1304 B.W.) van kracht in de voorziene gevallen: In geval van geweld begint deze tijd te lopen van de dag waarop dit heeft opgehouden; in geval van dwaling of van bedrog, van de dag waarop deze zijn ontdekt; en voor handelingen door gehuwde vrouwen zonder machtiging verricht, van de dag van de ontbinding van het huwelijk.>
Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.