Wanneer de oorspronkelijke verbintenis, onder strafbeding aangegaan, deelbaar is, is de straf alleen toepasselijk op degene van de erfgenamen van de schuldenaar die tegen deze verbintenis gehandeld heeft, en zulks enkel voor het aandeel waartoe hij in de hoofdverbintenis gehouden was, zonder dat enige vordering bestaat tegen hen die de verbintenis hebben nagekomen.
Deze regel lijdt uitzondering wanneer het strafbeding is ingelast met de bedoeling dat de betaling niet bij gedeelten zal kunnen geschieden, en een medeërfgenaam de nakoming van de verbintenis in haar geheel verhinderd heeft. Alsdan kan de straf van laatstgenoemde geëist worden voor het geheel, en van de overige medeërfgenamen slechts voor hun aandeel, behoudens hun recht van verhaal.
Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.