Alle wetboeken › Oud BW

BOEK III — TITELS III TOT V Wijze van eigendomsverkrijging (art. 1101–1581) › TITEL III - CONTRACTEN OF VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST IN HET ALGEMEEN.

§ II

1222–1233

Art. 1222

opgeheven

Ieder van hen die gezamenlijk een ondeelbare schuld hebben aangegaan, staat in voor het geheel, ook al is de verbintenis niet hoofdelijk aangegaan.

Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1223

opgeheven

Hetzelfde geldt voor de erfgenamen van degene die zodanige verbintenis heeft aangegaan.

Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1224

opgeheven

Ieder erfgenaam van de schuldeiser kan de uitvoering van de ondeelbare verbintenis in haar geheel vorderen.

Alleen kan hij de schuld in haar geheel niet kwijtschelden; alleen kan hij evenmin de waarde van de zaak in de plaats van de zaak zelf ontvangen. Indien slechts een van de erfgenamen de schuld kwijtgescholden of de waarde van de zaak ontvangen heeft, kan zijn medeërfgenaam de ondeelbare zaak niet vorderen, zonder het aandeel van de medeërfgenaam die de schuld kwijtgescholden of de waarde van de zaak ontvangen heeft, in mindering te brengen.

Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1225

opgeheven

De erfgenaam van de schuldenaar kan, wanneer hij voor de verbintenis in haar geheel gedagvaard wordt, uitstel vragen om zijn medeërfgenamen in de zaak te betrekken, tenzij de schuld van dien aard is dat zij slechts kan worden voldaan door de gedagvaarde erfgenaam, die, in dit geval, alleen veroordeeld kan worden; behoudens zijn vordering tot schadeloosstelling tegen zijn medeërfgenamen.

Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1226

opgeheven

Een strafbeding is een beding waarbij een persoon zich voor het geval van niet-uitvoering van de overeenkomst verbindt tot betaling van een forfaitaire vergoeding van de schade die kan worden geleden ten gevolge van de niet-uitvoering van de overeenkomst.

Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1227

opgeheven

Nietigheid van de hoofdverbintenis maakt ook het strafbeding nietig.

Nietigheid van het strafbeding heeft geenszins nietigheid van de hoofdverbintenis ten gevolge.

Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1228

opgeheven

De schuldeiser kan, in plaats van de bedongen straf te vorderen tegen de schuldenaar die in gebreke is, nakoming van de hoofdverbintenis eisen.

Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1229

opgeheven

Het strafbeding vergoedt de schade die de schuldeiser lijdt ten gevolge van het niet nakomen van de hoofdverbintenis.

Hij kan niet tegelijk het nakomen van de hoofdverbintenis en de straf vorderen, tenzij deze voor de enkele vertraging bedongen is.

Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1230

opgeheven

Bepaalt de oorspronkelijke verbintenis een tijd of bepaalt zij geen tijd waarbinnen zij moet worden uitgevoerd, in elk geval is de straf alleen dan toepasselijk, wanneer hij die zich heeft verbonden iets te geven, of iets te ontvangen, of iets te doen, in gebreke is.

Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1231

opgeheven

§ 1.De rechter kan, ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar, de straf die bestaat in het betalen van een bepaalde geldsom verminderen, wanneer die som kennelijk het bedrag te boven gaat dat de partijen konden vaststellen om de schade wegens de niet-uitvoering van de overeenkomst te vergoeden.

In geval van herziening kan de rechter de schuldenaar niet veroordelen tot een kleinere geldsom dan bij gebrek aan strafbeding verschuldigd zou zijn geweest.

§ 2.De straf kan door de rechter worden verminderd wanneer de hoofdverbintenis gedeeltelijk is uitgevoerd.

§ 3.Ieder beding dat strijdig is met de bepalingen van dit artikel wordt voor niet-geschreven gehouden.

Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1232

opgeheven

Wanneer de oorspronkelijke verbintenis, onder strafbeding aangegaan, een ondeelbare zaak betreft, is de straf toepasselijk doordat één van de erfgenamen van de schuldenaar tegen de verbintenis gehandeld heeft, en de straf kan gevorderd worden, hetzij van hem die de overtreding heeft begaan, en zulks voor het geheel, hetzij van ieder van de medeërfgenamen voor zijn aandeel, en hypothecair voor het geheel, behoudens hun verhaal op hem die de toepassing van de straf veroorzaakt heeft.

Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1233

opgeheven

Wanneer de oorspronkelijke verbintenis, onder strafbeding aangegaan, deelbaar is, is de straf alleen toepasselijk op degene van de erfgenamen van de schuldenaar die tegen deze verbintenis gehandeld heeft, en zulks enkel voor het aandeel waartoe hij in de hoofdverbintenis gehouden was, zonder dat enige vordering bestaat tegen hen die de verbintenis hebben nagekomen.

Deze regel lijdt uitzondering wanneer het strafbeding is ingelast met de bedoeling dat de betaling niet bij gedeelten zal kunnen geschieden, en een medeërfgenaam de nakoming van de verbintenis in haar geheel verhinderd heeft. Alsdan kan de straf van laatstgenoemde geëist worden voor het geheel, en van de overige medeërfgenamen slechts voor hun aandeel, behoudens hun recht van verhaal.

Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.