Het beginsel in het vorige artikel vastgesteld lijdt uitzondering ten aanzien van de erfgenamen van de schuldenaar:
1°. Ingeval het een hypothecaire schuld betreft;
2°. Wanneer de schuld in een bepaalde zaak bestaat;
3°. Wanneer het een alternatieve schuld betreft van zaken waartussen de schuldeiser mag kiezen en waarvan er ene ondeelbaar is;
4°. Wanneer de titel slechts een van de erfgenamen met de uitvoering van de verbintenis heeft belast;
5°. Wanneer, hetzij uit de aard van de verbintenis, hetzij uit de zaak die het voorwerp ervan uitmaakt, hetzij uit het oogmerk dat men zich bij het contract heeft voorgesteld, de bedoeling van de contractanten blijkt dat de schuld niet bij gedeelten mag worden voldaan.
In de eerste drie gevallen kan de erfgenaam die in het bezit is van de verschuldigde zaak of van het erf dat wegens schuld met hypotheek bezwaard is, voor het geheel vervolgd worden op de verschuldigde zaak of op het met hypotheek bezwaarde goed, behoudens zijn verhaal op zijn medeërfgenamen. In het vierde geval kan de erfgenaam die alleen met de schuld belast is, en in het vijfde geval kan ieder erfgenaam ook vervolgd worden voor het geheel; behoudens zijn verhaal op zijn medeërfgenamen.
Opgeheven met ingang van 1 januari 2023 door de wet 2022-04-28/25, die boek 5 (Verbintenissen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.