§ 1.De akten en attesten van erfopvolging die door een notaris worden opgemaakt overeenkomstig artikel 1240bis worden geregistreerd in het centraal erfrechtregister.
§ 2.De Europese erfrechtverklaringen die worden opgemaakt overeenkomstig artikel 68 van de Europese Verordening nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring, alsmede de Europese erfrechtverklaringen die worden opgemaakt door de bevoegde gerechtelijke autoriteit overeenkomstig artikel 72, tweede lid, in fine, van dezelfde Verordening, worden geregistreerd in het centraal erfrechtregister.
De correcties, de wijzigingen en de intrekkingen van die Europese erfrechtverklaringen, worden eveneens geregistreerd.
§ 3.De akten houdende de verklaring van verwerping, die worden opgemaakt overeenkomstig artikel 784, worden opgenomen in het centraal erfrechtregister.
§ 4.De akten houdende de verklaring waarbij een erfgenaam te kennen geeft dat hij deze hoedanigheid slechts onder voorrecht van boedelbeschrijving aanneemt, die worden opgemaakt overeenkomstig artikel 793, worden opgenomen in het centraal erfrechtregister.
§ 5.Het centraal erfrechtregister geldt als authentieke bron voor alle gegevens die erin zijn opgenomen.
Opgeheven met ingang van 1 juli 2022 door de wet 2022-01-19/18, die titel 3 van boek 2 en boek 4 in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 30 juni 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.