Alle wetboeken › Oud BW

BOEK II Goederen en beperkingen van eigendom (art. 516–710bis) › TITEL II - EIGENDOM.

HOOFDSTUK I - RECHT VAN NATREKKING OP HETGEEN DOOR EEN ZAAK WORDT VOORTGEBRACHT.

547–550

Art. 547

opgeheven

De natuurlijke vruchten en de vruchten van nijverheid van de grond,

De burgerlijke vruchten,

De jongen van de dieren,

behoren de eigenaar toe door recht van natrekking.

Opgeheven met ingang van 1 september 2021 door de wet 2020-02-04/16, die boek 3 (Goederen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 augustus 2021. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 548

opgeheven

De door een zaak voortgebrachte vruchten behoren de eigenaar slechts toe onder verplichting om de door derden gemaakte kosten van het beploegen, bewerken en bezaaien te vergoeden.

Opgeheven met ingang van 1 september 2021 door de wet 2020-02-04/16, die boek 3 (Goederen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 augustus 2021. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 549

opgeheven

Hij die enkel het bezit heeft van een zaak, behoudt de vruchten slechts voor zich, ingeval hij te goeder trouw bezit; in het tegenovergestelde geval is hij gehouden de voortbrengsels, samen met de zaak, terug te geven aan de eigenaar die de zaak opeist.

Opgeheven met ingang van 1 september 2021 door de wet 2020-02-04/16, die boek 3 (Goederen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 augustus 2021. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 550

opgeheven

De bezitter is te goeder trouw, wanneer hij bezit als eigenaar, krachtens een titel van eigendomsoverdracht waarvan hij de gebreken niet kent.

Hij houdt op te goeder trouw te zijn, zodra die gebreken hem bekend zijn.

Opgeheven met ingang van 1 september 2021 door de wet 2020-02-04/16, die boek 3 (Goederen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 augustus 2021. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.