Met betrekking tot de minderjarige ouder dan 16 jaar die niet de bevoegdheid heeft om zelf zijn rechten en plichten uit te oefenen op autonome wijze, kan de vrederechter van de woonplaats van de minderjarige, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de minderjarige, van iedere belanghebbende of van de procureur des Konings, bij een met redenen omklede beschikking, het stemrecht van deze minderjarige opschorten totdat deze meerderjarig is, overeenkomstig de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement, en rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden en de gezondheidstoestand van de minderjarige.
INLEIDENDE TITEL EN BOEK I Personen (art. 1–515) › BOEK I - PERSONEN. › TITEL X - MINDERJARIGHEID, VOOGDIJ EN ONTVOOGDING.
HOOFDSTUK IV Opschorting van het stemrecht van de minderjarigen ouder dan zestien jaar voor de verkiezing van het Europees Parlement
487bis–487octies
Art. 487ter
<Opgeheven bij W 2013-03-17/14, art. 25, 061; inwerkingtreding: 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>
Art. 487quater
<Opgeheven bij W 2013-03-17/14, art. 25, 061; inwerkingtreding: 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>
Art. 487quinquies
<Opgeheven bij W 2013-03-17/14, art. 25, 061; inwerkingtreding: 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>
Art. 487sexies
<Opgeheven bij W 2013-03-17/14, art. 25, 061; inwerkingtreding: 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>
Art. 487septies
<Opgeheven bij W 2013-03-17/14, art. 25, 061; inwerkingtreding: 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>
Art. 487octies
<Opgeheven bij W 2013-03-17/14, art. 25, 061; inwerkingtreding: 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>