§ 1.De in gedematerialiseerde vorm in de DABS opgenomen akten van de burgerlijke stand op basis van de vóór 31 maart 2019 op papier opgemaakte akten, gelden tot bewijs van het tegendeel.
De oorspronkelijke papieren akten gelden tot bewijs van valsheid in geschrifte.
In geval van tegenstrijdigheid tussen een oorspronkelijke papieren akte en dezelfde, in gedematerialiseerde vorm in de DABS opgenomen akte, heeft de oorspronkelijke papieren akte voorrang op deze laatste.
§ 2.De in gedematerialiseerde vorm in de DABS opgenomen akten van de burgerlijke stand op basis van op papier opgemaakte processen-verbaal als bedoeld in de artikelen 14, vierde lid, 47 en 57 gelden tot bewijs van het tegendeel.
De oorspronkelijke op papier opgemaakte processen-verbaal als bedoeld in de artikelen 14, vierde lid, 47 en 57 gelden tot bewijs van valsheid in geschrifte.