§ 1.(In iedere akte of ieder stuk waarvan de hypothecaire openbaarmaking vereist is, wordt iedere natuurlijke persoon op wiens naam de openbaarmaking moet geschieden vermeld met zijn naam, gevolgd door zijn voornamen, plaats en datum van geboorte en woonplaats. De personen die beschikken over een rijksregisternummer of aan wie een identificatienummer in het bisregister werd toegekend in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, worden tevens met dit nummer vermeld, op voorwaarde dat de instrumenterende ambtenaar of de aanvrager hierover beschikt. Hetzelfde geldt voor het geval waarin dit nummer na het verlijden van de akte of het stuk maar vóór het aanbieden ervan wordt bekomen. Dit identificatienummer kan ook onderaan de akte worden vermeld.
Indien de akte authentiek is of in geval van inschrijving van een wettelijke hypotheek, waarmerkt de instrumenterende ambtenaar of de persoon die de inschrijving kan vorderen de bovenvermelde identiteitsgegevens hetzij in de tekst, hetzij onderaan de akte of het stuk. Die waarmerking geschiedt op grond van de gegevens vervat in het rijksregister van de natuurlijke personen, de identiteitskaart, het trouwboekje of, bij betwisting, de registers van de burgerlijke stand. Indien de waarmerking gebeurt op basis van de identiteitskaart volstaan de eerste twee voornamen in de plaats van de opname van alle voornamen. De voornamen worden vermeld in de volgorde waarin zij voorkomen in het stuk op grond waarvan de identificatie is gebeurd. De uitgiften en uittreksels aangeboden aan de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie geven de inhoud van deze waarmerking weer.
In de andere gevallen wordt een uittreksel uit de registers van de burgerlijke stand gevoegd bij de akte of het stuk.)
§ 2.Indien de persoon op wiens naam de openbaarmaking moet geschieden, niet bekend is... in het rijksregister, bepaalt de openbare ambtenaar, de andere ambtenaar of de aanvrager, naargelang van het geval, in de bovengenoemde waarmerking of onderaan de akte of het stuk, het identiteitsbewijs op grond waarvan de naam, voornamen, plaats en datum van geboorte van de betrokkene zijn vastgesteld.
Bij gebrek aan de identificatiestukken bedoeld in de voorgaande leden, kunnen deze laatste worden vervangen door een akte van bekendheid opgesteld door een Belgisch notaris.
§ 3.Voor de openbaar te maken vonnissen wordt de identificatie van de personen gewaarmerkt door een notaris, door de ambtenaar of door de optredende overheid, onderaan de uitgifte, op de wijze voorgeschreven bij dit artikel.
§ 4.(...)
§ 5.De Koning kan de in dit artikel genoemde identificatieregels aanvullen.