Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL V Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386–1675/27)

HOOFDSTUK II - Beslagrechter.

1395–1396

Art. 1395

Alle vorderingen betreffende bewarende beslagen (,middelen tot tenuitvoerlegging ((...) en tegemoetkomingen van de Dienst voor alimentatievorderingen bedoeld in de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën)) worden gebracht voor de beslagrechter. (De opheffing van een beslag gelegd vóór de toekenning van de opschorting van betaling kan daarentegen worden verleend door de rechtbank (bevoegd inzake de verzoekschriften tot gerechtelijke reorganisatie).)

Deze vorderingen worden ingesteld en behandeld zoals in kort geding, behalve in die gevallen waarin de wet bepaalt dat zij worden ingesteld bij verzoekschrift.

Onder voorbehoud van artikel 46 van titel XVII van boek III van het Burgerlijk Wetboek worden alle vorderingen betreffende roerende zakelijke zekerheden en betreffende het pandregister voor de beslagrechter gebracht.

Art. 1395/1

De beslagrechter doet uitspraak over verzoeken tot aanstelling van sekwesters in zaken die behoren tot zijn bevoegdheid. Het verzoek tot aanstelling van een sekwester wordt ingediend bij eenzijdig verzoekschrift.

Art. 1395/2

De beslagrechter doet uitspraak over:

1°de verzoeken om een Europees bevel tot conservatoir beslag, bedoeld in Verordening (EU) nr. 655/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van een procedure betreffende het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen om de grensoverschrijdende inning van schuldvorderingen in burgerlijke en handelszaken te vergemakkelijken;

2°de rechtsmiddelen bedoeld in de artikelen 33, 34 en 35 van dezelfde Verordening.

Art. 1396

Onverminderd de bij de wet bepaalde middelen van nietigheid, draagt de beslagrechter zorg dat de bepalingen inzake bewarende beslagen en middelen tot tenuitvoerlegging worden nagekomen.

Hij kan, zelfs ambtshalve, zich een verslag over de stand van de rechtspleging door de optredende of aangestelde openbare of ministeriële ambtenaren doen overhandigen.

Stelt hij een verzuim vast, dan geeft hij daarvan kennis aan de procureur des Konings, die oordeelt welke tuchtrechtelijke gevolgen zulks medebrengen.