Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL IV Burgerlijke rechtspleging (art. 664–1385octiesdecies) › BOEK II _ GEDING. › TITEL III _ Tussengeschillen en bewijs. › Eerste onderafdeling _ Vonnis waarbij getuigenverhoor wordt toegestaan.

Afdeling IX _ Plaatsopneming.

1007–1016

Art. 1007

De rechter kan, zelfs ambtshalve, een plaatsopneming bevelen.

Art. 1008

De beslissing vermeldt de plaats, de dag en het uur van de plaatsopneming. Hiertegen staat geen verzet of hoger beroep open.

Zij wordt door de griffier bij gerechtsbrief ter kennis gebracht van de partijen.

Art. 1009

De plaatsopneming geschiedt door de rechters die ze bevolen hebben, of door de rechter die aangewezen is in de beslissing. Ook een ambtelijke opdracht kan worden gegeven.

Art. 1010

De plaatsopneming geschiedt al dan niet in tegenwoordigheid van de partijen.

Telkens wanneer de plaatsopneming uitgesteld of op een latere datum voortgezet wordt, roept de griffier de partijen die niet verschenen zijn, bij gerechtsbrief op.

Art. 1011

De rechter die een getuigenverhoor houdt, kan de getuigen of sommige onder hen horen tijdens een plaatsopneming indien daartoe grond bestaat.

Art. 1012

De rechter kan bevelen dat de partijen bij een plaatsopneming in persoon zullen verschijnen.

Art. 1013

Tegen de beschikkingen gewezen ter gelegenheid van een plaatsopneming staat geen verzet of hoger beroep open.

Art. 1014

De artikelen 945, tweede en derde lid, en 946, zijn mede van toepassing op de plaatsopneming.

Art. 1015

Er wordt een proces-verbaal opgemaakt waarin de tijdens de plaatsopneming gedane verrichtingen en bevindingen worden opgetekend. Dat proces-verbaal wordt voor het overige opgemaakt en ter kennis gebracht van de partijen in de vorm bepaald bij de artikelen 949 tot 951.

Art. 1016

De eisende partij stort in consignatie ter griffie een voorschot dat voldoende moet zijn tot dekking van de vervoerkosten, bepaald overeenkomstig het tarief dat de Koning vaststelt.