Telkens wanneer krachtens de wet een advocaat ambtshalve moet worden toegevoegd, gebeurt de aanwijzing door de stafhouder of door het bureau, behoudens de uitzonderingen waarin de wet voorziet.
DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK IIIbis - (JURIDISCHE EERSTE- EN TWEEDELIJNSBIJSTAND).
HOOFDSTUK VII - (De ambtshalve toevoeging van advocaten).
508/21–508/23
Art. 508/22
Wanneer de persoon die moet worden bijgestaan niet voldoet aan de in artikel 508/13 bedoelde voorwaarden betreffende de bestaansmiddelen, wijst de stafhouder naar keuze van die persoon een advocaat aan. In de gevallen die hij spoedeisend acht, wijst de stafhouder een advocaat aan. die deelneemt aan de in artikel 508/7 bedoelde wachtdiensten.
(Artikel 446ter) is van toepassing op de honoraria van deze advocaat.
Ingeval de bijgestane persoon nalaat of weigert te betalen, wordt aan de ambtshalve toegevoegde advocaat een rijksvergoeding toegekend wegens de werkzaamheden waarvoor de toevoeging heeft plaatsgehad.
In geval van gedeeltelijke betaling van de honoraria door de bijgestane persoon wordt de vergoeding verminderd met het betaalde bedrag.
Wanneer een vergoeding wordt toegekend, zijn de hoofdstukken V en VI van toepassing.
Art. 508/23
Wanneer de bijgestane persoon voldoet aan de bij artikel 508/13 bepaalde voorwaarden betreffende de bestaansmiddelen, wijst het bureau een advocaat aan uit de in artikel 508/7 bedoelde lijst.
In de gevallen die hij spoedeisend acht, wijst de stafhouder een advocaat aan die is ingeschreven op de in artikel 508/7 bedoelde lijst en geeft hij hiervan kennis aan het bureau.
Voor het overige zijn de hoofdstukken IV tot VI van toepassing.