Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › Eerste afdeling _ Algemene bepaling.

Afdeling IX - Opdracht en aanwijzing van rechters

98–99quater

Art. 98

§ 1.Een rechter in de rechtbank van eerste aanleg kan, met zijn instemming, opdracht krijgen om zijn ambt uit te oefenen in een rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied van een ander hof van beroep of om een ambt uit te oefenen in een ondernemingsrechtbank.

Een rechter in de ondernemingsrechtbank kan, met zijn instemming, opdracht krijgen om zijn ambt uit te oefenen in een ondernemingsrechtbank van het rechtsgebied van een ander hof van beroep of om een ambt uit te oefenen in een rechtbank van eerste aanleg.

Een rechter in de arbeidsrechtbank kan, met zijn instemming, opdracht krijgen om zijn ambt uit te oefenen in een arbeidsrechtbank van het rechtsgebied van een ander arbeidshof.

§ 2.Rechters in de rechtbank van eerste aanleg, rechters in de ondernemingsrechtbank en rechters in de arbeidsrechtbank uit het rechtsgebied van het hof van beroep te Luik kunnen, met hun instemming, opdracht krijgen om zowel in de rechtbank van eerste aanleg als in de ondernemingsrechtbank of de arbeidsrechtbank van het gerechtelijk arrondissement Eupen een ambt uit te oefenen. Rechters in de ondernemingsrechtbank en in de arbeidsrechtbank van het gerechtelijk arrondissement Eupen kunnen, met hun instemming, opdracht krijgen om hetzij in een ondernemingsrechtbank of in een rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied, hetzij in een arbeidsrechtbank van het rechtsgebied hun ambt uit te oefenen.

§ 3.De opdrachten kunnen al dan niet bijkomend worden uitgeoefend.

§ 4.Opdrachten kunnen enkel gegeven worden wanneer de behoeften van de dienst dit rechtvaardigen en met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Consensus is vereist tussen de beide korpschefs. Het advies van elke eerste voorzitter van naar gelang het geval het hof van beroep of het arbeidshof van het betrokken rechtsgebied wordt gevraagd. Bij gebrek aan advies binnen de termijn van veertien dagen wordt het advies geacht gunstig te zijn.

Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs voor wat opdrachten betreft binnen het rechtsgebied, beslist naar gelang het geval de eerste voorzitter van het hof van beroep of de eerste voorzitter van het arbeidshof. Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs voor wat een opdracht in paragraaf 2 betreft, beslist de eerste voorzitter van het hof van beroep. Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs voor wat de overige opdrachten betreft, beslist het College van de hoven en rechtbanken na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs.

Naar gelang het geval wordt de opdrachtbeschikking opgesteld door de korpschef van de met de opdracht belaste magistraat, door de eerste voorzitter van het hof van beroep, door de eerste voorzitter van het arbeidshof of door de voorzitter van het College van de hoven en rechtbanken.

De opdrachtbeschikking bepaalt de nadere regels van de opdracht, bevat de redenen van de opdracht en vermeldt in voorkomend geval waarom beroep moet worden gedaan op een magistraat van een ander rechtscollege, van een ander arrondissement of van een ander rechtsgebied.

De opdracht is ten hoogste een jaar geldig en kan in dezelfde omstandigheden en onder dezelfde voorwaarden worden hernieuwd. Voor zaken waarover de debatten aan de gang zijn of die in beraad zijn en waarin de aangewezen magistraat zitting heeft, blijft de opdracht evenwel geldig tot aan het eindvonnis.

Voor de duur van zijn opdracht blijft de aldus met de opdracht belaste magistraat geldig kennis nemen van de zaken waarover de debatten aan gang zijn of die in beraad zijn en waarin hij zitting had voordat de opdracht werd gegeven.

Art. 99bis

In het gerechtelijk arrondissement Eupen kunnen de rechters benoemd in de rechtbank van eerste aanleg, in de ondernemingsrechtbank en in de arbeidsrechtbank, met hun instemming, door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg opgedragen worden het ambt van vrederechter of van rechter in de politierechtbank uit te oefenen in een vredegerecht of in de politierechtbank van het arrondissement.

De opdrachten kunnen al dan niet bijkomend worden uitgeoefend.

De bepalingen van artikel 98, § 4, vijfde tot zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Art. 99ter

§ 1.Een rechter in de rechtbank van eerste aanleg of een rechter in de ondernemingsrechtbank kan, met zijn instemming, een opdracht krijgen om een ambt uit te oefenen in een hof van beroep.

Een rechter in de arbeidsrechtbank kan, met zijn instemming, een opdracht krijgen om een ambt uit te oefenen in een arbeidshof.

§ 2.De opdrachten kunnen al dan niet bijkomend worden uitgeoefend.

§ 3.Consensus is vereist tussen de beide korpschefs. Wanneer de opdracht wordt uitgeoefend in een rechtscollege gelegen in een ander rechtsgebied dan waarbinnen de rechter aan wie opdracht wordt gegeven, benoemd is, wordt het advies gevraagd van de eerste voorzitter van het hof van beroep respectievelijk van de eerste voorzitter van het arbeidshof van het rechtsgebied waarbinnen de rechter aan wie opdracht wordt gegeven benoemd is. Bij gebrek aan advies binnen de termijn van veertien dagen wordt het advies geacht gunstig te zijn.

Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs beslist het College van de hoven en rechtbanken na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs.

Voor het overige zijn de bepalingen van artikel 98, § 4, eerste lid en vierde tot zevende lid, van overeenkomstige toepassing.

Art. 99quater

§ 1.Behoudens in het gerechtelijk arrondissement Eupen, krijgen één of meerdere rechters in de arbeidsrechtbank, met hun instemming, opdracht om aanvullend zitting te nemen in de in artikel 76, § 2, tweede lid, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamer van één of meerdere rechtbanken van eerste aanleg.

In het rechtsgebied van het arbeidshof Brussel krijgt in elke arbeidsrechtbank een rechter, met zijn instemming, opdracht om aanvullend zitting te nemen in de in artikel 76, § 2, tweede lid, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamer.

In het gerechtelijk arrondissement Eupen neemt de rechter in de arbeidsrechtbank aanvullend zitting in de in artikel 76, § 2, tweede lid, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamer. De instemming van de rechter in de arbeidsrechtbank is vereist wanneer hij niet benoemd is overeenkomstig artikel 100/1. Bij gebreke hieraan geeft de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg een andere rechter die overeenkomstig artikel 100/1 in subsidiaire orde benoemd is in de arbeidsrechtbank, de opdracht.

§ 2.De opdrachten in een rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied van een ander hof van beroep kunnen enkel gegeven worden wanneer de behoeften van de dienst dit rechtvaardigen en met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Consensus is vereist tussen de beide korpschefs. Het advies van de eerste voorzitter van het hof van beroep en van het arbeidshof van het betrokken rechtsgebied wordt gevraagd. Bij gebrek aan advies binnen de termijn van veertien dagen wordt het advies geacht gunstig te zijn.

Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs voor wat opdrachten betreft binnen het rechtsgebied, beslist de eerste voorzitter van het arbeidshof. Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs voor wat de overige opdrachten betreft, beslist het College van de hoven en rechtbanken na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs.

Naar gelang het geval wordt de opdrachtbeschikking opgesteld door de korpschef van de met de opdracht belaste magistraat, door de eerste voorzitter van het arbeidshof of door de voorzitter van het College van de hoven en rechtbanken.

Voor het overige zijn de bepalingen van artikel 98, § 4, vijfde tot zevende lid, van overeenkomstige toepassing.