Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK II - GERECHTELIJKE AMBTEN.

HOOFDSTUK I - Installatie van de magistraten, de referendarissen, de parketjuristen, de criminologen en de griffiers en hun eedaflegging.

288–291

Art. 288

(De installatie geschiedt bij elke benoeming, bij elke aanwijzing tot korpschef, bij elke eerste aanwijzing in een adjunct-mandaat en bij de eerste benoeming van rechter in sociale zaken, raadsheer in sociale zaken, rechter in handelszaken of assessor in de strafuitvoeringsrechtbank.)

De installatie van de eerste voorzitter, de voorzitters, de raadsheren, de procureur-generaal, (de eerste advocaat-generaal,) de advocaten-generaal, de substituut-procureurs-generaal bij het hof van beroep, (de eerste advocaat-generaal,) de advocaten-generaal en de substituten-generaal bij het arbeidshof, alsmede van de hoofdgriffiers, geschiedt in openbare zitting van de verenigde kamers, respectievelijk van het Hof van Cassatie, van het hof van beroep en van het arbeidshof.

(De installatie van de plaatsvervangende raadsheren in de hoven van beroep, zoals bedoeld in artikel 207bis, § 1, geschiedt voor een kamer van het hof van beroep, voorgezeten door de eerste voorzitter of de raadsheer die hem vervangt of voor de vakantiekamer.)

(De installatie van de federale procureur geschiedt voor de eerste kamer van het Hof van beroep te Brussel.)

(De installatie van de voorzitters, ondervoorzitters, rechters,... en plaatsvervangende rechters in de rechtbanken van eerste aanleg, de ondernemingsrechtbanken, en van de rechters in ondernemingszaken de voorzitters en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, de procureurs des Konings, hun eerste substituten en hun substituten, de kandidaat-magistraten bij de rechtbanken van eerste aanleg, de ondernemingsrechtbanken en de parketten van de procureurs des Konings, de referendarissen, de parketjuristen en de criminologen bij de hoven van beroep, en bij de rechtbanken van eerste aanleg en de ondernemingsrechtbanken, alsmede van de hoofdgriffiers van voormelde rechtbanken, geschiedt vóór één van de kamers van het hof van beroep, voorgezeten door de eerste voorzitter of de raadsheer die hem vervangt, of vóór de vakantiekamer.) De installatie van de procureur voor de verkeersveiligheid geschiedt voor één van de kamers van het hof van beroep te Brussel, voorgezeten door de eerste voorzitter of de raadsheer die hem vervangt, of voor de vakantiekamer.

(De installatie van de voorzitters, ondervoorzitters, rechters,... en plaatsvervangende rechters, van de arbeidsauditeurs, hun eerste substituten en hun substituten, van de kandidaat-magistraten bij de arbeidsrechtbanken en de parketten van de arbeidsauditeurs, van de referendarissen, de parketjuristen en de criminologen bij de arbeidshoven en de arbeidsrechtbanken, evenals van de hoofdgriffiers in de arbeidsrechtbanken geschiedt vóór één van de kamers van het arbeidshof, voorgezeten door de eerste voorzitter of de raadsheer die hem vervangt, of voor de vakantiekamer.) De installatie van de substituut-procureurs voor de verkeersveiligheid, van de parketjuristen en de criminologen bij het parket voor de verkeersveiligheid geschiedt voor de procureur voor de verkeersveiligheid.

(De installatie van de federale magistraten en van de parketjuristen en de criminologen bij het federaal parket geschiedt voor de federale procureur.)

(De installatie van de werkende en plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank geschiedt voor een kamer van het hof van beroep, voorgezeten door de eerste voorzitter of de raadsheer die hem vervangt, of voor de vakantiekamer.)

De installatie van de werkende en plaatsvervangende raadsheren in sociale zaken en rechters in sociale zaken geschiedt vóór een kamer van het arbeidshof, voorgezeten door de eerste voorzitter of de raadsheer die hem vervangt, of vóór de vakantiekamer.

(De installatie van de griffiers en personeelsleden van niveau A van de hoven geschiedt vóór de kamer waarin de eerste voorzitter of de raadsheer die hem vervangt zitting heeft, en de installatie van de griffiers en personeelsleden van niveau A van de rechtbanken voor de kamer waarin de voorzitter van de rechtbank waaraan zij verbonden zijn, zitting heeft, of vóór de vakantiekamer.)

(De installatie van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank, hun plaatsvervangers, hun hoofdgriffiers en griffiers, geschiedt voor één van de kamers van de rechtbank van eerste aanleg, voorgezeten door de voorzitter of de rechter die hem vervangt, of vóór de vakantiekamer. De installatie van de referendarissen bij de politierechtbank geschiedt overeenkomstig het vijfde lid. In het gerechtelijk arrondissement Brussel geschiedt de installatie van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank, hun plaatsvervangers, hun hoofdgriffiers en griffiers voor een kamer of vakantiekamer van de Franstalige of Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg, naargelang de taal van het diploma van licentiaat, doctor of master in de rechten waarvan zij houders zijn dan wel, wat de hoofdgriffiers en griffiers betreft, naargelang de bewezen taalkennis.

(De installatie van de referendarissen bij het Hof van Cassatie geschiedt voor een kamer van het hof, voorgezeten door de eerste voorzitter, de voorzitter of de afdelingsvoorzitter dan wel door de raadsheer die hem vervangt.)

De installatie van de raadsheren en de raadsheren-assessoren in de tuchtrechtbank in hoger beroep en van de rechters en rechters-assessoren in de tuchtrechtbank geschiedt respectievelijk voor een van de kamers van het hof van beroep in het rechtsgebied waarvan de tuchtrechtbank of de tuchtrechtbank in hoger beroep gevestigd is, voorgezeten door de eerste voorzitter of door de raadsheer die hem vervangt, of voor de vakantiekamer. De installatie van een assessor in de tuchtrechtbank of in de tuchtrechtbank in hoger beroep geldt als installatie in de tuchtrechtbank in hoger beroep respectievelijk in de tuchtrechtbank.

Art. 289

De eerste voorzitters van het Hof van Cassatie, van de hoven van beroep en van de arbeidshoven en de procureurs-generaal bij die hoven leggen, persoonlijk of schriftelijk, in handen van de Koning de eed af bij het decreet van 20 juli 1831 voorgeschreven.

(De federale procureur legt die eed bij zijn installatie af in handen van de eerste voorzitter van het Hof van Beroep te Brussel, de federale magistraten bij hun installatie in handen van de federale procureur, de substituut-procureurs voor de verkeersveiligheid bij hun installatie in handen van de procureur voor de verkeersveiligheid.)

De andere in artikel 288 genoemde personen leggen die eed bij hun installatie af in handen van de eerste voorzitter van het hof of van de voorzitter der rechtbank.

Art. 290

Is de plaats onbezet op het ogenblik van de bekendmaking van de benoeming of de aanwijzing in het Belgisch Staatsblad, dan moet de eed worden afgelegd binnen een maand na die bekendmaking, anders kan de benoeming of de aanwijzing als niet-bestaande worden beschouwd.

Is de plaats nog bezet op het ogenblik van de bekendmaking van de benoeming of aanwijzing in het Belgisch Staatsblad, dan moet de eed worden afgelegd in de loop van een maand te rekenen vanaf het daadwerkelijk vrij komen van de plaats, anders kan de benoeming of aanwijzing als niet-bestaande worden beschouwd.

Vanaf de dag waarop de eed wordt afgelegd, wordt betrokkene bekleed met de overeenstemmende hoedanigheid van magistraat.

Art. 291

Onverminderd artikel 289, eerste lid, en wanneer de installatie of de eedaflegging wegens buitengewone omstandigheden niet overeenkomstig de artikelen 288 en 289, tweede en derde lid, kan geschieden, wordt de bij het decreet van 20 juli 1831 voorgeschreven eed persoonlijk of schriftelijk afgelegd:

a)door de voorzitters, de raadsheren, de eerste advocaten-generaal, de advocaten-generaal, de referendarissen, de hoofdgriffier, de griffiers en de personeelsleden van niveau A, van of bij het Hof van Cassatie in handen van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie;

b)door de federale procureur en de federale magistraten in handen van de voorzitter van het College van procureurs-generaal;

c)door de andere in artikel 288 genoemde personen naargelang het geval in handen van de eerste voorzitter van het hof van beroep of van het arbeidshof;

d)door de procureur voor de verkeersveiligheid en de substituut-procureurs voor de verkeersveiligheid in handen van de voorzitter van het College van het openbaar ministerie.

Wanneer de eed schriftelijk wordt afgelegd, wordt hij gedateerd, ondertekend en, naargelang het geval, meegedeeld aan de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, het hof van beroep of het arbeidshof of aan de voorzitter van het College van procureurs-generaal.