Alle wetboeken › BW

BOEK 7 Bijzondere contracten › Titel 2 Koop en ruil

Ondertitel 2 Geldigheidsvereisten

7.2.4–7.2.10

Art. 7.2.4

toekomstig recht

Ministeriële en openbare ambtenaren

Onverminderd artikel 1.8, § 6, en de bijzondere regels voor bestuurders van overheidsgoederen, kunnen ministeriële of openbare ambtenaren op straffe van absolute nietigheid van de koop en herstel van schade niet zelf, noch via een tussenpersoon, een goed kopen dat via hun ambt wordt verkocht.

Art. 7.2.5

toekomstig recht

Betwiste rechten

Magistraten, referendarissen, parketjuristen, magistraten in opleiding, kandidaat-magistraten, griffiers van de rechterlijke orde en de plaatsvervangers van al die personen kunnen op straffe van absolute nietigheid van de koop en herstel van schade niet zelf noch via een tussenpersoon, betwiste rechten kopen indien daarover een geding aanhangig is voor het gerecht waarvan ze deel uitmaken.

Ze kunnen dit op straffe van absolute nietigheid van de koop en herstel van schade evenmin indien zij uit hoofde van hun functie kennis hebben genomen van de betwisting over die rechten, ongeacht of daarover een geding aanhangig is.

Het tweede lid is eveneens van toepassing op de advocaten, gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders, notarissen en kandidaat-notarissen en de plaatsvervangers van al die personen.

De in het eerste tot derde lid bepaalde verboden zijn niet van toepassing wanneer de daarin bedoelde personen betwiste rechten kopen als vertegenwoordiger van een derde die zelf niet getroffen wordt door het verbod.

Art. 7.2.6

toekomstig recht

Principe

De verkoop van een onroerend goed tegen een prijs lager dan veertig procent van zijn normale verkoopwaarde is relatief nietig.

Art. 7.2.7

toekomstig recht

Tijdstip van beoordeling

De benadeling wordt beoordeeld op de dag van de koop. In geval van een eenzijdige verkoopbelofte wordt zij niettemin beoordeeld op de dag van deze belofte.

Art. 7.2.8

toekomstig recht

Vervaltermijn

Het recht van de verkoper om zich op de benadeling te beroepen, vervalt na twee jaar te rekenen vanaf de dag van de koop.

Deze termijn loopt tegen vermoedelijk afwezigen, personen beschermd krachtens artikel 492/1 van het oud Burgerlijk Wetboek en minderjarigen die in de plaats komen van een meerderjarige verkoper.

De termijn loopt ook gedurende de termijn bedongen voor de wederinkoop.

Art. 7.2.9

toekomstig recht

Aanvullende prijs

De koper kan de vernietiging van de koop vermijden door een aanvullende prijs te betalen, gericht op de normale verkoopwaarde op de dag van de koop of van de eenzijdige verkoopbelofte waaruit de koop voortvloeit, verminderd met tien procent. Deze aanvullende prijs wordt vermeerderd met de interest aan de wettelijke interestvoet vanaf de dag dat de verkoper zich op de nietigheid beroept.

De onderverkrijger heeft dezelfde mogelijkheid, onverminderd zijn vrijwaringsvordering tegen zijn verkoper.

Art. 7.2.10

toekomstig recht

Uitsluitingen

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de gerechtelijke verkoop en op de ruil.