Conformiteitsbegrip
§ 1.De verkoper levert aan de koper een conform goed.
§ 2.Een goed is conform wanneer het beantwoordt:
1°aan wat het contract bepaalt; en
2°aan wat de koper redelijkerwijze kan verwachten. De redelijke verwachtingen van de koper worden bepaald door de wet, het contract, de gebruiken, de goede trouw, de aard van het verkochte goed, waaronder de redelijke levensduur en het gebruik waarvoor de goederen van hetzelfde type gewoonlijk moeten dienen, de hoedanigheid van de koper en het geheel van de omstandigheden.
Bij de verkoop op monster moet het goed aan het monster beantwoorden.
§ 3.De verkoper staat in voor elk conformiteitsgebrek dat minstens in de kiem bestaat bij de levering, zelfs als dit gebrek pas later aan het licht komt en hij daarvan geen kennis kon hebben op het ogenblik van de levering en zelfs als dit gebrek is veroorzaakt door overmacht.