Alle wetboeken › BW

BOEK 5 Verbintenissen › Titel 3 Algemeen regime van de verbintenis

Hoofdstuk 4 Uitvoering in natura

5.234–5.236

Art. 5.234

Beginsel

De schuldeiser heeft het recht om de uitvoering van de verschuldigde prestatie in rechte te vorderen, tenzij dit onmogelijk of abusief zou zijn.

Behoudens de gevallen die de wet bepaalt, kan een veroordeling die niet strekt tot betaling van een geldsom niet worden ten uitvoer gelegd indien zij noodzakelijk gepaard gaat met de uitoefening van dwang op de persoon van de schuldenaar of indien zij in strijd is met de menselijke waardigheid.

Art. 5.235

Vervanging van de schuldenaar

Indien de prestatie zich hiertoe leent, heeft de schuldeiser het recht zich door de rechter te laten machtigen om de verbintenis zelf uit te voeren of te laten uitvoeren door een derde op kosten van de schuldenaar.

De schuldeiser heeft het recht om de ongedaanmaking te vorderen van al hetgeen in strijd met de verbintenis is verricht en zich te laten machtigen om daartoe over te gaan op kosten van de schuldenaar.

De rechter kan de schuldenaar veroordelen tot betaling van een provisioneel bedrag ter vergoeding van de kosten van de vervanging.

Art. 5.236

Rechterlijke beslissing die geldt als akte

Indien de prestatie zich daartoe leent, kan de rechter:

1°indien de schuldenaar in gebreke blijft een beslissing te nemen waartoe hij is gehouden en waarvan de inhoud objectief bepaalbaar is, zich in diens plaats stellen bij die beslissing;

2°indien de schuldenaar in gebreke blijft mee te werken aan het opmaken van een akte die strekt tot bewijs en die hij moet laten opmaken, bevelen dat zijn beslissing zal gelden als die akte.