Notariële akte
Elke erfovereenkomst wordt in een notariële akte opgenomen.
BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 2 Schenkingen, testamenten en erfovereenkomsten
4.249–4.252
Notariële akte
Elke erfovereenkomst wordt in een notariële akte opgenomen.
Informatievergadering
§ 1.Het ontwerp van overeenkomst wordt door de instrumenterende notaris aan elke partij meegedeeld.
§ 2.De instrumenterende notaris legt tegelijk een vergadering vast waarop de inhoud van de overeenkomst en de gevolgen ervan aan alle partijen worden toegelicht.
Bij die gelegenheid informeert hij elke partij over de mogelijkheid een aparte raadsman te kiezen of een individueel onderhoud met hem te hebben. Op de gezamenlijke, door hem te beleggen vergadering wijst hij nogmaals op die mogelijkheid.
§ 3.Deze vergadering kan pas worden gehouden na verloop van een termijn van vijftien dagen die ingaat op de dag waarop het ontwerp van overeenkomst wordt meegedeeld.
§ 4.De informatievergadering kan op afstand plaatsvinden door middel van een elektronisch communicatiemiddel dat alle partijen bij de overeenkomst, en hen die hen bijstaan of adviseren, toelaat om tegelijkertijd en gedurende de hele duur ervan aan de informatievergadering deel te nemen.
Ondertekening van de overeenkomst
De overeenkomst kan niet worden ondertekend vóór het verstrijken van een termijn van één maand die ingaat vanaf de dag waarop de vergadering bedoeld in artikel 4.250 heeft plaatsgevonden.
Elke partij kan een beroep doen op een andere notaris, die haar zal bijstaan bij het verlijden van de akte.
De partijen bij de overeenkomst die meerderjarig en bekwaam zijn kunnen vertegenwoordigd worden door een lasthebber die houder is van een bijzondere authentieke volmacht. Deze volmacht kan slechts worden verleend na verloop van de termijn vermeld in het eerste lid.
De datum van verzending van het ontwerp van de overeenkomst en de datum waarop de in artikel 4.250 bedoelde vergadering heeft plaatsgevonden, worden in de overeenkomst vermeld.
Er kan niet worden afgeweken van de in het eerste lid bedoelde termijn, noch van de in artikel 4.250, § 3, bedoelde termijn, zelfs niet met instemming van de partijen.