Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 1 Nalatenschappen en wettelijke erfopvolging

Hoofdstuk 2 Plaatsvervulling

4.13–4.15

Art. 4.13

Principe van de plaatsvervulling

§ 1.Door plaatsvervulling nemen de afstammelingen van een erfgerechtigde zijn plaats in en worden zij in zijn graad tot de nalatenschap geroepen.

Plaatsvervulling heeft, volgens de hierna vermelde regels, plaats in geval van vooroverlijden, van gelijktijdig overlijden, van verwerping en van onwaardigheid van een erfgerechtigde.

§ 2.Men kan de plaats vervullen van hem wiens nalatenschap men verworpen heeft.

Art. 4.14

Toepassingen

In de rechte neerdalende lijn is er plaatsvervulling tot in het oneindige.

In de rechte opgaande lijn is er geen plaatsvervulling; de naaste in elk van beide lijnen sluit altijd de verdere uit.

In de zijlijn is er plaatsvervulling ten voordele van de afstammelingen van broers en zussen, ooms en tantes van de erflater.

Plaatsvervulling is er niet ten voordele van de afstammelingen van de echtgenoot of van de wettelijk samenwonende.

Art. 4.15

Graden en staken bij plaatsvervulling

Er is ook plaatsvervulling wanneer geen van de erfgerechtigden in dezelfde graad tot de nalatenschap komen, hetzij omdat ze voor of gelijktijdig met de erflater overleden zijn, dan wel de nalatenschap verworpen hebben of onwaardig zijn. Ze heeft plaats ongeacht of de afstammelingen onder elkaar in gelijke of in ongelijke graden staan.

In alle gevallen van plaatsvervulling geschiedt de verdeling bij staken. Indien een zelfde staak verscheidene takken heeft voortgebracht, geschiedt de onderverdeling in elke tak eveneens bij staken en delen de leden van dezelfde tak onder elkaar per hoofd.