De Algemene Raad legt jaarlijks, uiterlijk tegen 31 december van het jaar, voorafgaand aan het jaar van toepassing, na advies van de Nationale Commissie artsen-ziekenfondsen en van het Verzekeringscomité, het globaal budget van de financiële middelen vast, voor het ganse Rijk:
1°voor de verstrekkingen van klinische biologie zoals door de Algemene Raad omschreven;
2°voor de verstrekkingen van anatomopathologie zoals door de Algemene Raad omschreven;
3°voor de verstrekkingen van menselijke erfelijkheid zoals door de Algemene Raad omschreven.
De Algemene Raad legt eveneens de opsplitsing van deze budgetten vast naargelang voornoemde verstrekkingen worden verleend aan in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden of aan niet in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden.
Het forfaitair honorarium betaalbaar per daghospitalisatie maakt deel uit van het budget voor de verstrekkingen verleend aan een in een ziekenhuis opgenomen rechthebbende.