Alle wetboeken › ZIV-wet

TITEL X - Slotbepalingen.

207–214

Art. 207

(Opgeheven)

Art. 207bis

De Koning kan, na advies van het Verzekeringscomité en de Algemene Raad, de toepassingsmodaliteiten bepalen voor de indexering van de prestaties in de regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging.

De Koning kan, op voorstel van de bevoegde overeenkomsten- of akkoordencommissie en na advies van het Verzekeringscomitщ en de Algemene raad, bepalen op welke manier die commissie kan beslissen over de aanwending van de indexmassa van de betrokken partiыle jaarlijkse begrotingsdoelstelling, vastgesteld krachtens het eerste lid.

Art. 208

(208)De Koning stelt de bedragen vast van het presentiegeld en de vergoedingen, toe te kennen aan de voorzitters, ondervoorzitters, leden en secretarissen van de in deze gecoördineerde wet bedoelde raden, comités, commissies en colleges.

Art. 209

(209)De Koning kan in de bestaande wets- en verordeningsbepalingen de nodige wijzigingen aanbrengen om ze te doen overeenstemmen met het bepaalde in deze gecoördineerde wet.

Hij kan eveneens de bepalingen van deze gecoördineerde wet coördineren met de bepalingen die haar op het tijdstip van de coördinatie uitdrukkelijk of impliciet gewijzigd hebben.

Daartoe kan hij in de coördinatie:

1.een andere volgorde, nummering en, in het algemeen, een andere wijze van voorstelling dan die van de oorspronkelijke teksten aanwenden;

2.andere verwijzingen in de plaats stellen van de verwijzingen die in de oorspronkelijke bepalingen voorkomen, inzonderheid om ze in de coördinatie met de nieuwe nummering overeen te brengen;

3.zonder afbreuk te doen aan de beginselen in de te coördineren bepalingen vervat, een andere dan de oorspronkelijke redactie aanwenden met het oog op de overeenstemming der bepalingen en de eenheid in de terminologie.

Art. 210

(210)De bepalingen van deze gecoördineerde wet laten onverkort de bepalingen van de in België geldende internationale verdragen inzake sociale zekerheid.

De moeilijkheden waartoe de toepassing van deze internationale verdragen aanleiding kan geven, worden door de Koning geregeld op voorstel of na advies van het Verzekeringscomité of het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen binnen hun bevoegdheid.

Art. 211

(211)§ 1. Overeenkomstig de door de Koning vastgestelde modaliteiten organiseert het Instituut om de vijf jaar verkiezingen op basis van welke de vertegenwoordiging van de representatieve beroepsorganisaties van de artsen wordt geregeld in de door de Koning aangeduide organen van het Instituut.

De verkiezingen zijn geheim en geschieden volgens het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging. (...).

De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden waaraan de beroepsorganisaties van de artsen moeten voldoen om als representatief erkend te worden. Daarenboven bepaalt Hij voor elk orgaan de verhouding van de algemeen geneeskundigen en de geneesherenspecialisten, inzonderheid rekening houdende met de opdracht van dat orgaan.

§ 2.De Koning bepaalt de data waarop uiterlijk een kiessysteem zoals dat waarin is voorzien voor de beroepsorganisaties van de artsen en waarvan Hij de frequentie en de modaliteiten vaststelt, wordt verruimd tot de beroepsorganisaties van tandartsen alsook de in artikel 26 bedoelde organisaties van beroepen (of inrichtingen, diensten of instellingen).

Art. 212

(212)De Koning kan bepalen aan welke voorwaarden de beroepsorganisaties van de tandheelkundigen alsook de in artikel 26 bedoelde organisaties van beroepen of inrichtingen, diensten of instellingen moeten voldoen om als representatief te worden beschouwd. De Koning bezit dezelfde macht ten aanzien van de organisaties van beroepen of inrichtingen, diensten of instellingen vertegenwoordigd in de krachtens artikel 29 opgerichte technische raden.

Art. 213

(213)§ 1. De Koning bepaalt, op voorstel van de Ministers, die respectievelijk de Begroting en de Sociale Zaken onder hun bevoegdheid hebben, welke bepalingen van de wet van 16 maart 1954 op de controle van sommige instellingen van openbaar nut, niet van toepassing zijn op de Algemene raad, gelet op het feit dat de vertegenwoordigers van de overheid in die Raad stemgerechtigd zijn.

§ 2.Behoudens afwijkende bepaling in deze geco{ordineerde wet, zijn de artikelen 9 tot 12 van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg, van toepassing op de persoon belast met het dagelijks beheer en zijn adjunct. Het artikel 9 van dezelfde wet is bovendien van toepassing op de leidend ambtenaren.

De Koning bepaalt, na advies van de Nationale Arbeidsraad, welke bepalingen van de voornoemde wet van 25 april 1963, van toepassing zijn op de bij deze gecoördineerde wet bedoelde raden, comités, commissies en colleges, met dien verstaande dat, in het kader van de toepassing van de verzekering voor geneeskundige verzorging, artikel 15 van de voornoemde wet van 25 april 1963 van toepassing is op het Verzekeringscomité en de Algemene Raad. In dat geval volstaat het dat een van de twee organen een advies geeft over het betrokken ontwerp.

In afwijking van het tweede lid is het advies van het Verzekeringscomité of de Algemene raad niet vereist voor de wijziging van de lijsten van in de artikelen 35, § 2ter, 35, § 2quater, 35bis en 35septies/2, bedoelde vergoedbare verstrekkingen.

§ 3.Als in deze wet uitdrukkelijk voorzien is in het advies van het Verzekeringscomité of van de Algemene Raad alvorens een koninklijk of ministerieel besluit kan worden genomen, moet dat advies worden uitgebracht, ook indien door de minister de dringende noodzakelijkheid wordt ingeroepen die afdoende wordt gemotiveerd. In dat geval wordt de voorzitter van het Verzekeringscomité of van de Algemene Raad hiervan in kennis gesteld en moet het advies worden uitgebracht binnen een periode van acht dagen, waarna het advies wordt geacht gegeven te zijn.

§ 4.Indien de toepassing van artikel 51, § 2, een wijziging van een uitvoeringsbesluit van deze wet tot gevolg heeft, geldt een bijzondere adviesprocedure. In afwijking van de bepalingen van deze wet moet over die wijzigingen alleen het advies van de Algemene Raad worden ingewonnen.

Art. 214

(214)De Koning bepaalt het personeelskader van het Instituut op voorstel van het Algemeen comité.