§ 1.De leden van het bestuursorgaan, directeurs en lasthebbers van vennootschappen die opzettelijk de bepalingen overtreden van hoofdstuk 2 van deze titel met betrekking tot de wettelijke controle op de jaarrekening of van hoofdstuk 3 van deze titel met betrekking tot de wettelijke controle op de geconsolideerde jaarrekening, worden gestraft met een straf van niveau 1, waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt.
Zij worden gestraft met een straf van niveau 2, waarbij in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt, als zij met bedrieglijk opzet hebben gehandeld.
§ 1/1.Onverminderd artikel VIII.57/2 van het Wetboek van economisch recht worden de leden van het bestuursorgaan, directeurs en lasthebbers van vennootschappen die opzettelijk de bepalingen overtreden van hoofdstuk 2/1 van deze titel met betrekking tot de assurance van duurzaamheidsinformatie of van hoofdstuk 3/1 van deze titel met betrekking tot de assurance van geconsolideerde duurzaamheidsinformatie gestraft met een straf van niveau 1, waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt.
Zij worden gestraft met een straf van niveau 2, waarbij in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt, als zij met bedrieglijk opzet hebben gehandeld.
§ 2.Zij die als commissaris, bedrijfsrevisor, geregistreerd auditkantoor of onafhankelijk deskundige rekeningen, jaarrekeningen, balansen en resultatenrekeningen of geconsolideerde jaarrekeningen van vennootschappen attesteren of goedkeuren, terwijl niet is voldaan aan de bepalingen bedoeld in paragraaf 1, en zij daarvan kennis hebben, of, niet hebben gedaan wat zij hadden moeten doen om zich te vergewissen of aan die bepalingen is voldaan, worden gestraft met een straf van niveau 1, waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt.
Zij worden gestraft met een straf van niveau 2, waarbij in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt, als zij met bedrieglijk opzet hebben gehandeld.
§ 2/1.Zij die als commissaris, bedrijfsrevisor of onafhankelijk geaccrediteerde duurzaamheidsinformatie, of elementen daarvan, of geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, of elementen daarvan, van vennootschappen attesteren, terwijl niet is voldaan aan de bepalingen bedoeld in paragraaf 1/1, en zij daarvan kennis hebben, of, niet hebben gedaan wat zij hadden moeten doen om zich te vergewissen of aan die bepalingen is voldaan, worden gestraft met een straf van niveau 1, waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt.
Zij worden gestraft met een straf van niveau 2, waarbij in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt, als zij met bedrieglijk opzet hebben gehandeld.
§ 3.De vennootschappen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor het betalen van de geldboetes waartoe hun leden van het bestuursorgaan, directeurs of lasthebbers krachtens de paragrafen 1 en 1/1 veroordeeld zijn.