Alle wetboeken › WER

BOEK XX - Insolventie van de ondernemingen

Titel VII - Grensoverschrijdende insolventie

XX.202–XX.223

Art. XX.202

Wanneer overeenkomstig artikel 3, § 1, van de Insolventieverordening in een andere lidstaat een insolventieprocedure geopend is ten aanzien van een schuldenaar die in België een vestiging heeft, worden de hoofdzaken van de beslissing tot opening van de insolventieprocedure, de identiteit van de aangewezen vereffeningsdeskundige, alsmede de bevoegdheidsregel die toegepast wordt door het rechtscollege dat de procedure geopend heeft, op verzoek van de buitenlandse vereffeningsdeskundige bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Hetzelfde geldt indien de vereffeningsdeskundige of de schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt daarom verzoekt.

Art. XX.203

Bij de opening van een territoriale insolventieprocedure krachtens artikel 3, § 2, van de Insolventieverordening, wordt de staat van faillissement van de vestiging van de schuldenaar, van deze schuldenaar beoordeeld los van de eventuele hoedanigheid van onderneming van de schuldenaar en los van zijn vestigingen in het buitenland gelegen.

Bij de opening van een territoriale insolventieprocedure krachtens artikel 3, § 3, van de Insolventieverordening als gevolg van de erkenning van een buitenlandse rechterlijke beslissing om een hoofdprocedure te openen, wordt de staat van faillissement op grond van de insolventie van de schuldenaar niet opnieuw onderzocht wanneer de hoofdinsolventieprocedure vereiste dat de schuldenaar insolvent is.

Art. XX.204

Wanneer een vereffeningsdeskundige in een in een andere lidstaat geopende hoofdinsolventieprocedure in verband met de goederen die zich in België bevinden een unilaterale toezegging wil doen overeenkomstig artikel 36 van de Insolventieverordening, moet die toezegging worden vermeld in een geschreven document waarvan een behoorlijk geauthentiseerd exemplaar wordt neergelegd in het register. Een Nederlandse, Franse of Duitse versie moet bij het geschreven document worden gevoegd, in het geval de toezegging in een andere dan die talen is opgesteld.

Art. XX.205

Is in een andere lidstaat een hoofdprocedure geopend op basis van artikel 3, § 1 van de Insolventieverordening, dan stelt de griffier de vereffeningsdeskundige binnen vijftien dagen schriftelijk in kennis van elke aanvraag tot opening van een secundaire insolventieprocedure onder mededeling dat deze zijn zienswijze binnen een daartoe door de rechtbank bepaalde termijn kenbaar kan maken. Zolang aan de vereffeningsdeskundige niet de gelegenheid werd geboden te worden gehoord over de aanvraag, kan geen secundaire insolventieprocedure worden geopend.

Iedere belanghebbende kan evenwel bij verzoekschrift vorderen dat een vereffeningsdeskundige ad hoc wordt aangesteld die bewarende maatregelen kan nemen in verband met de uitvoering of voortzetting van arbeidsovereenkomsten in België gesloten.

Art. XX.206

Elk optreden van een vereffeningsdeskundige in een in een andere lidstaat geopende insolventieprocedure gebeurt door tussenkomst van een advocaat.

Art. XX.207

Zodra een vordering tot opening van een insolventieprocedure aanhangig wordt gemaakt bij een Belgisch rechtscollege of voornoemd rechtscollege een insolventieprocedure heeft geopend op grond van de Insolventieverordening, behoort enig verzoek tot samenwerking met een rechtscollege van een andere lidstaat waarbij een vordering tot opening van een insolventieprocedure is ingediend of dat een dergelijke procedure heeft geopend tot de bevoegdheid van de rechter-commissaris of de gedelegeerd rechter.

Deze bepaling is ook van toepassing wanneer een Belgisch rechtscollege een procedure betreffende een lid van een vennootschapsgroep heeft geopend, zodra bij een rechtscollege van een andere lidstaat een vordering aanhangig wordt gemaakt tot opening van een procedure betreffende een ander lid van dezelfde groep of voornoemd rechtscollege een dergelijke procedure heeft geopend.

Art. XX.208

Zodra een vordering tot opening van een insolventieprocedure aanhangig wordt gemaakt bij een Belgisch rechtscollege of voornoemd rechtscollege een insolventieprocedure heeft geopend op grond van de insolventieverordening, behoort enig verzoek van dit rechtscollege tot samenwerking met een door een rechtscollege van een andere lidstaat aangewezen vereffeningsdeskundige tot de bevoegdheid van de rechter-commissaris of de gedelegeerd rechter.

Art. XX.209

De rechter-commissaris of gedelegeerd rechter is gemachtigd om rechtstreeks te communiceren met de rechtbanken van andere lidstaten of met de personen die zij hebben aangewezen alsook om hen rechtstreeks gegevens of bijstand te verzoeken.

De communicatie kan gebeuren via elk geschikt geacht middel.

De rechter-commissaris of de gedelegeerd rechter vermeldt in het register alle contacten die hij heeft met een rechtscollege van een andere lidstaat of met de door dat rechtscollege aangewezen persoon, evenals met een door een rechtscollege van een andere lidstaat aangewezen vereffeningsdeskundige.

Art. XX.210

Dit hoofdstuk is van toepassing zodra Verordening 2015/848/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende insolventieprocedures niet van toepassing is.

Art. XX.211

Bij de opening van een territoriale insolventieprocedure krachtens artikel 118, § 1, tweede lid, 2°, van het Wetboek van internationaal privaatrecht, wordt de staat van faillissement van de vestiging beoordeeld los van de hoedanigheid van onderneming van de schuldenaar en van de staat van zijn vestigingen in het buitenland gelegen.

Bij de opening van een territoriale insolventieprocedure krachtens artikel 118, § 1, tweede lid, 2°, van het Wetboek van internationaal privaatrecht, als gevolg van de erkenning van een buitenlandse rechterlijke beslissing om een hoofdprocedure te openen, wordt de staat van faillissement op grond van de insolventie van de schuldenaar niet opnieuw onderzocht wanneer de hoofdinsolventieprocedure vereiste dat de schuldenaar insolvent is.

Art. XX.212

Iedere schuldeiser kan zijn vordering indienen in het kader van een insolventieprocedure op grond van artikel 118, § 1, tweede lid, van het Wetboek van internationaal privaatrecht.

Art. XX.213

Wanneer in een andere staat ten aanzien van een schuldenaar een insolventieprocedure wordt geopend, worden de hoofdzaken van de beslissing tot opening van de insolventieprocedure en de identiteit van de aangewezen vereffeningsdeskundige op verzoek van de buitenlandse vereffeningsdeskundige in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, op voorwaarde dat de beslissing tot opening op grond van artikel 121 van het Wetboek van internationaal privaatrecht in België wordt erkend of kan worden erkend.

Wanneer de schuldenaar een vestiging in België heeft, gebeurt de in eerste lid bedoelde bekendmaking ambtshalve.

Art. XX.214

De benoeming van de buitenlandse vereffeningsdeskundige wordt vastgesteld door overlegging van een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het aanwijzingsbesluit of van ieder ander door de bevoegde buitenlandse rechter opgesteld attest. Van deze stukken kan een vertaling worden verlangd.

Art. XX.215

Enig optreden van een vereffeningsdeskundige in een in een andere staat geopende insolventieprocedure gebeurt door tussenkomst van een advocaat.

Art. XX.216

§ 1.De vereffeningsdeskundige in een op grond van artikel 121 van het Wetboek van internationaal privaatrecht erkende buitenlandse hoofdinsolventie kan alle bevoegdheden uitoefenen die hem toekomen naar het recht van de staat waar de buitenlandse insolventie is uitgesproken, tenzij op grond van artikel 118, § 1, tweede lid, 2°, van het Wetboek van internationaal privaatrecht een procedure geopend is.

Indien in België een procedure geopend is op grond van artikel 118, § 1, tweede lid, 2°, van het Wetboek van internationaal privaatrecht kan de buitenlandse vereffeningsdeskundige voorstellen indienen om de activa te gelde te maken of op enigerlei wijze te gebruiken.

§ 2.De vereffeningsdeskundige in een op grond van artikel 121 van het Wetboek van internationaal privaatrecht erkende buitenlandse hoofdinsolventie mag al zijn bevoegdheden uitoefenen op de goederen van de schuldenaar die zich in België bevinden met inbegrip van deze om ze te verplaatsen, onverminderd artikel 119, § 2 van het Wetboek van internationaal privaatrecht.

§ 3.Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden hier te lande moet de buitenlandse vereffeningsdeskundige het Belgische recht eerbiedigen, in het bijzonder de voorschriften inzake het tegelde maken van de goederen. Deze bevoegdheden mogen niet de aanwending van dwangmiddelen, noch het recht om uitspraak te doen in gedingen of geschillen behelzen.

Art. XX.217

Wanneer een insolventieprocedure op grond van artikel 118 § 1, tweede lid, van het Wetboek van internationaal privaatrecht geopend is, is de rechter bevoegd zoveel als redelijkerwijze mogelijk, rechtstreeks of door tussenkomst van de vereffeningsdeskundige of van een derde, informatie te verschaffen aan, te communiceren met of anderszins samen te werken met de buitenlandse rechter of met de buitenlandse vereffeningsdeskundige, op voorwaarde dat de buitenlandse procedure in België erkend is of erkend kan worden op grond van artikel 121 van het Wetboek van internationaal privaatrecht.

Art. XX.218

Zodra een vordering tot opening van een insolventieprocedure aanhangig wordt gemaakt bij een Belgisch rechtscollege of voornoemd rechtscollege een insolventieprocedure heeft geopend op grond van artikel 118, § 1, tweede lid, van het Wetboek van internationaal privaatrecht, behoort enig verzoek tot samenwerking met een rechtscollege van een andere staat waarbij een vordering tot opening van een insolventieprocedure is ingediend of dat een dergelijke procedure heeft geopend tot de bevoegdheid van de rechter-commissaris of de gedelegeerd rechter.

Deze bepaling is ook van toepassing wanneer een Belgisch rechtscollege een procedure betreffende een lid van een vennootschapsgroep heeft geopend, zodra bij een rechtscollege van een andere staat een vordering aanhangig wordt gemaakt tot opening van een procedure betreffende een ander lid van dezelfde groep of voornoemd rechtscollege een dergelijke procedure heeft geopend.

De rechter-commissaris of de gedelegeerd rechter is gemachtigd om rechtstreeks te communiceren met de rechtbanken van andere staten of de personen die zij hebben aangewezen of om hen rechtstreeks om gegevens of bijstand te verzoeken.

De communicatie kan gebeuren via elk geschikt geacht middel.

De rechter-commissaris of de gedelegeerd rechter vermeldt in het register van de procedure alle contacten die hij heeft met een rechtscollege van een andere staat of met de door dat rechtscollege aangewezen persoon, evenals met een door een rechtscollege van een andere lidstaat aangewezen vereffeningsdeskundige.

Art. XX.219

§ 1.Op verzoek van de buitenlandse rechter of de buitenlandse vereffeningsdeskundige verschaft de vereffeningsdeskundige de informatie die voor de afwikkeling van de buitenlandse insolventieprocedure van belang kan zijn, en met name de stand van de indiening en de verificatie van de vorderingen en alle maatregelen tot herstel of herstructurering van de schuldenaar of tot beëindiging van de procedure, onverminderd enige wettelijke verplichting tot geheimhouding en regels die de verstrekking van inlichtingen beperken.

§ 2.Bij de afwikkeling van de insolventie werkt de vereffeningsdeskundige, zoveel als redelijkerwijze mogelijk, samen met de buitenlandse rechter of de buitenlandse vereffeningsdeskundige. Die samenwerking kan plaatsvinden in eender welke vorm, inclusief door het sluiten van overeenkomsten of protocollen.

Deze samenwerking kan met name slaan op het onderzoeken of herstructurering van de schuldenaar mogelijk is en het coördineren, indien die herstructurering mogelijk is, van de opstelling en uitvoering van een herstructureringsplan;

De vereffeningsdeskundige werkt ook samen met de buitenlandse vereffeningsdeskundige bij het beheer van de tegeldemaking of het gebruik van de goederen en de onderneming van de schuldenaar.

§ 3.Op grond van zwaarwegende redenen kan de vereffeningsdeskundige weigeren te voldoen aan een verzoek om inlichtingen of andere samenwerking. De vereffeningsdeskundige kan de rechter-commissaris verzoeken een beslissing te nemen omtrent de door hem voorgenomen weigering.

Art. XX.220

§ 1.Zolang nog niet onherroepelijk is beslist over het verzoek tot erkenning van de buitenlandse insolventieprocedure kan de rechtbank op verzoek van de buitenlandse vereffeningsdeskundige, een schuldeiser of de schuldenaar maatregelen gelasten ter verzekering van de bewaring van de goederen van de schuldenaar en de bescherming van de rechten van de schuldeisers.

§ 2.De in de eerste paragraaf bedoelde bewarende maatregelen kunnen elke maatregel omvatten die ertoe kan bijdragen dat het vermogen van de schuldenaar in stand blijft en dat de belangen van de schuldeisers worden beschermd, zoals:

a)schorsing van gerechtelijke tenuitvoerlegging op enig deel van het vermogen van de schuldenaar;

b)verlies of beperking van het bestuur van de schuldenaar over diens in België zich bevindende goederen, met aanwijzing van een of meer gerechtsmandatarissen of vereffeningsdeskundigen, of

c)het horen van getuigen omtrent de samenstelling van het vermogen van de schuldenaar.

§ 3.De bewarende maatregelen kunnen tot het ogenblik dat de rechter beslist op het verzoek tot erkenning van de buitenlandse insolventie, worden gewijzigd of beëindigd. Tenzij de beslissing omtrent het verzoek tot erkenning anders inhoudt, eindigen bewarende maatregelen op het moment waarop die beslissing onherroepelijk wordt.

Art. XX.221

De schuldeiser die, nadat een procedure in het buitenland, is geopend, door ongeacht welk middel, met name door uitvoerende maatregelen, geheel of gedeeltelijk wordt voldaan uit goederen van een schuldenaar die zich op het Belgisch grondgebied bevinden, moet hetgeen hij heeft verkregen van de buitenlandse vereffeningsdeskundige teruggeven, op voorwaarde dat de buitenlandse procedure in België erkend is of erkend kan worden op grond van artikel 121 van het Wetboek van internationaal privaatrecht.

De schuldeiser die in een in het buitenland geopende insolventieprocedure een uitkering op zijn vordering heeft ontvangen, neemt pas deel aan de uitdeling van een in België geopende procedure, wanneer de schuldeisers van dezelfde rang of dezelfde categorie in die andere procedure een gelijkwaardige uitkering hebben ontvangen.

Art. XX.222

Degene die een verbintenis uitvoert ten voordele van de schuldenaar die is onderworpen aan een geopende insolventieprocedure terwijl hij die verbintenis had moeten uitvoeren voor de vereffeningsdeskundige van die procedure, wordt bevrijd indien hij van de opening van de insolventieprocedure niet op de hoogte was.

Art. XX.223

Indien bij het einde van een territoriale insolventieprocedure een overschot rest, draagt de in die procedure aangewezen vereffeningsdeskundige het saldo onverwijld over aan de vereffeningsdeskundige van de hoofdprocedure.